Onderzoek Particuliere aansprakelijkheidsverzekeringen

KoKo Kroup heeft in september een onderzoek uitgevoerd naar de markt voor particuliere aansprakelijkheidsverzekeringen. Op basis van desk research (inclusief een uitgebreide premie- en voorwaardenvergelijking) aangevuld met analyses door KoKo Kroup van schaden en polissen bij gevolmachtigden, trekt KoKo Kroup een aantal conclusies.

Productdifferentiatie
Productdifferentiatie is niet of nauwelijks aanwezig. Toch zijn de prijsverschillen erg groot en lijkt er geen correlatie te bestaan tussen de kwaliteit van de dekking, het eigen risico en de hoogte van de premiestelling. Het is daarom de vraag:

  • of de markt voldoende transparant is voor de consument om de juiste keuze te maken;
  • of de juiste keuzes door óf voor de consument gemaakt worden (klant belang centraal);
  • of de concurrentie tussen aanbieders en de marktwerking wel voldoende is;
  • of de consument zich voldoende laat adviseren.

Meest actuele product
Een groot aantal verzekeringnemers kan een nieuwe kwalitatief uitgebreidere en/of goedkopere aansprakelijkheidsverzekering afsluiten, indien zij overstappen naar een andere aanbieder of het meeste actuele product van de huidige aanbieder.

Indien het klantbelang centraal staat zouden verzekeraars én adviseurs:

  • hun verzekeringnemers met een te laag verzekerd bedrag een nieuwe polis moeten aan te bieden;
  • de premiegrondslagen periodiek moeten actualiseren zodat bijvoorbeeld geen hoogbejaarden nog extra premie betalen voor het meeverzekeren van inwonende kinderen;
  • de meest actuele producten actief aan moeten bieden aan verzekeringnemers.

Risicofactoren
Een ‘nieuw’ (fraude) fenomeen in opkomst lijkt het aantal schaden aan mobiele apparatuur. Veroorzaakt door verzekerden: kinderen (uit logeren), bezoekers of veganistische huisdieren met een sterke voorkeur voor Appels. Huisdieren, honden in het bijzonder, blijkt een overigens een veel grotere risicofactor.

Rendementsverbetering
Aanbieders kunnen een daling van de schadelast én de kosten realiseren door uitbesteding van werkzaamheden aan gevolmachtigden.

Bestellen
U kunt het volledig “Productdossier AVP 2017-09” bestellen voor € 425,- exclusief BTW door een e-mail te sturen naar info@kokokroup.nl o.v.v. de titel van het rapport en uw factuurgegevens.

Amsterdam, 1 november 2017

Pro Deo Advies?

In 2017 wordt het verbod op provisie geëvalueerd. De AFM heeft onderzoeksbureau Decisio toestemming gegeven om via haar nieuwsbrief en website adviseurs en bemiddelaars op te roepen deel te nemen aan een onderzoek over de markteffecten van het provisieverbod voor financiële dienstverlening. Bij deze evaluatie zal het de kunst zijn om emoties, belangen en feiten te scheiden. Schrijf een artikel over het verdienmodel van het intermediair en het gebruik van het woord provisie staat garant voor veel lezers en ongenuanceerde emotionele reactie. Waarbij vaak de inhoud niet tot onvoldoende opgenomen wordt, maar respondenten gelijk op de man spelen.

In 2017 wordt het verbod op provisie geëvalueerd. De AFM heeft onderzoeksbureau Decisio toestemming gegeven om via haar nieuwsbrief en website adviseurs en bemiddelaars op te roepen deel te nemen aan een onderzoek over de markteffecten van het provisieverbod voor financiële dienstverlening.

Bij deze evaluatie zal het de kunst zijn om emoties, belangen en feiten te scheiden. Schrijf een artikel over het verdienmodel van het intermediair en het gebruik van het woord provisie staat garant voor veel lezers en ongenuanceerde emotionele reactie. Waarbij vaak de inhoud niet tot onvoldoende opgenomen wordt, maar respondenten gelijk op de man spelen.

Veel reacties richten zich niet op de werkelijke motieven en actoren die waarschijnlijk aan het verbod ten grondslag hebben gelegen, maar op de ongewenste gevolgen voor de zwakke consument. Plat gezegd: we praten niet over de oorspronkelijke leitmotieven die betrekking hebben op de kwaliteit van advies, de excessieve beloning en sturing van de ‘adviseur’ (die na het verkopen van het voor hem lucratieve product verdween en de nazorg vergat) door de maatschappijen. Die doelstellingen zijn overduidelijk gerealiseerd. De branche is schoner, hoewel er nog steeds veel onzinnige (schade)verzekeringen of te dure dekkingen worden verkocht.

Nee, wij praten vooral over de belangrijke nadelen: is advies nog wel toegankelijk en betaalbaar voor iedereen? Een kleine greep uit de conclusies door ‘sleutelfiguren’ die op am:web werden gepubliceerd:

  • De invoering van het provisieverbod heeft er in een aantal segmenten toe geleid, dat er minder financiële producten worden afgesloten. Dit verhoogt het risico op onderverzekering of onverzekerbaarheid.
  • Consumenten stellen het vragen van advies uit of zien daar geheel van af.

 

Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat over de rug van de kwetsbare klant een discussie gevoerd wordt die eigenlijk gaat over de eigen beloning. De beloning is gedaald en veel adviseur hebben moeite met het over de bühne brengen van hun toegevoegde waarde. Daarbij ligt de focus nog steeds veel te veel op de administratieve uitvoering als tussenschakel onder de noemer van bemiddeling. Hiervoor kan je toch echt geen uurtarief rekenen van veel meer dan enkele tientjes. Op zulke momenten is het wel fijn dat de beloning voor de eigen werkzaamheden verdisconteerd zit in de prijs van het product.

De oplossing is niet verlangen naar het verleden. Is daar de consument het meest bij gebaat of de bemiddelaar? Als de toegankelijkheid van advies echt een issue is, dan moet gezocht worden naar andere bedieningsconcepten, een goedkoper uitvoering door modernisering van werkmethoden en realistischere tarieven die passen bij het soort werk. Bemiddeling en advies zijn twee verschillende activiteiten en binnen de verdigitaliseerde maatschappij kan je gewoon weg geen tarief hanteren dat is afgeleid van de oude (bovenmatige) provisieverdiensten.

Daarnaast heeft de branche een gemeenschappelijke maatschappelijke verantwoordelijkheid om de toegankelijkheid van advies voor de zwakke consument echt te borgen. Dat kan bijvoorbeeld door de introductie van een model voor Pro Deo advies.

Wie heeft er recht op hulp?
Een groeiend en groot aantal mensen heeft behoefte aan advies, maar wie kunnen de daaraan verbonden financiële lasten niet (meer) dragen? Kennis, zelfwerkzaamheid of inkomen zijn onvoldoende.

Gelijktijdig stijgt de noodzaak voor professionele begeleiding door veranderende arbeidsverhoudingen (niet vrijwillig gekozen ZZP-ers in de Bouw en Zorg zonder pensioen of voorziening bij ziekte of arbeidsongeschiktheid), de afbraak en/of individualisering van de sociale zekerheid of de ‘eigen verantwoordelijk’ van de ontslagen alleenstaande medewerker van een verzekeringsmaatschappij die de uitvaartverzekering van haar en haar kinderen maar zelf moet verzekeren.

Binnen een model voor Pro Deo Financieel Advies wordt de toegankelijkheid en kwaliteit van advies geborgd:

  • door advies uit te laten voeren op persoonlijke titel door geselecteerde deskundige adviseurs; De aanstelling van adviseurs geschiedt op persoonlijke titel om de kwaliteit te waarborgen en niet afhankelijk te zijn van het beleid en de kwaliteit van een organisatie. Bijvoorbeeld gecertificeerde Financieel Planners of erkend Hypotheek Adviseurs;
  • door vooraf de tarieven voor uitvoering vast te leggen;
  • door de uitvoeringskosten te vergoeden.

Consumenten komen in aanmerking voor vergoeding van de kosten indien het inkomen niet te hoog is. Je kan daarvoor prima aansluiting zoeken bij de regeling voor Huurtoeslag: het inkomen en het vermogen mag – afhankelijk van leeftijd en woonsituatie – niet te hoog zijn. De adviseur beoordeelt of klant voldoet aan criteria en voert het werk uit. Vervolgens declareert de adviseur (met bewijzen inzake inkomen en werkzaamheden) het vastgelegde tarief bij de uitvoeringsinstantie. De uitvoeringsinstantie kan de kwaliteit van advies bij de klant eventueel controleren aan de hand van een klanttevredenheidsonderzoek en uiteraard dient er een ‘klachtenprocedure’ gevolgd te kunnen worden.

De uitvoeringsinstantie kent vaste fatsoenlijke tarieven voor full service: intake en feed back, inventariseren/ analyseren / beoordelen, vergelijken en adviseren, afsluiten / bemiddelen en nazorg. De vaste tarieven worden jaarlijks opnieuw vastgesteld. De noodzakelijke financiële middelen komen beschikbaar door donaties van aanbieders, brancheorganisatie, overheden en overige organisatie en instelling. Hoewel je natuurlijk ook nog kan denken aan een vorm van solidariteitsheffing.

Profilering
Dijsselbloem vindt dat er bij de evaluatie van het provisieverbod vooral aandacht moet worden besteed aan de vraag in hoeverre de gewenste cultuurverandering in de financiële dienstverlening heeft plaatsgevonden. In een interview in am:magazine richtte Dijsselbloem zich als volgt tot de branche: “Je kunt twee dingen doen. Of al je energie richten op de overheid met al zijn regels, kosten en toezicht. Of je zegt: we begrijpen nu waarom de overheid er zo bovenop zit en wij gaan onze energie richten op dat klantbelang en het terugwinnen van vertrouwen.

Zou het binnen dat kader niet goed zijn als sleutelfiguren zich juist gezamenlijk concentreren op een oplossing om de toegankelijkheid van advies voor de zwakke consument echt te borgen in plaats van te blijven spiegelen aan een oud verdienmodel? Een model voor Pro Deo Financieel Advies is dan slechts een denkrichting die samen – of door één enkele marktpartij die zich als MVO organisatie wil profileren – opgepakt kan worden.

Eerste publicatie door (am:web)

Amsterdam, 1 augustus 2017

Vennootschap met een sociaal oogmerk

Er is veel te doen over de gevolgen voor de machtsverhoudingen van de concentratie van vermogens. Of de beheerders daarvan in de politieke en corporate wereld. Bij veel mensen groeit het gevoel dat zij helemaal niet zo vrij zijn als zij wel dachten. Dat niet hun belangen als klant maar hun productcapaciteit als economische slaaf centraal staat.

Ook de financiële sector worstelt met de gevolgen. Vaak wordt er naar de bestuurders gewezen met de beschuldigende vinger. De sector kampt nog steeds met een diepe vertrouwenscrisis. Nadat het vertrouwen in verzekeraars weer ging dalen medio 2016, lijkt de sector gestopt met het laten meten van de index van het Consumentenvertrouwen in verzekeraars. De consument vindt het helemaal niet fijn dat ze verzekerd zijn. Althans, niet bij de huidige marktpartijen! a.s.r. lijkt de uitdaging wel begrepen te hebben en komt met “Het andere bewijs”

Solidariteit ligt ten grondslag aan de verzekeringsbedrijfstak. Voor herstel van de reputatie lijkt het niet noodzakelijk om genetische manipulatie toe te passen: het sociale DNA vormt tenslotte het fundamentele bestaansrecht van de sector. Moeten wij de beheerders dan vervangen of zijn er nieuwe wegen die het verschil maken, omdat het anders kan?

De vennootschap met een sociaal oogmerk
Verzekeraars vervullen een belangrijke maatschappelijk rol. Zij behoren als het waren tot de infrastructuur voor een goed functionerende samenleving waarbinnen menselijke waardigheid centraal staat. Het bestuur en beheer van dit soort organisatie kan je niet overlaten aan de volledige vrije markt. Als je wil dat de menselijke waarde of klant echt centraal blijft staan, dan is het noodzakelijk om beperkende wetten en regels te ontwikkelen. Alleen dan kan je de veel geprezen voordelen van de vrije markt effectief richten en de overheersende managementfilosofie, waarbij de belangen van de aandeelhouder centraal staan, ‘genetisch manipuleren’.

Een mogelijke oplossing is de inrichting van een variant op de bestaande vennootschapsvormen: de vennootschap met sociaal oogmerk (VSO). Een variant die bekend is bij onze zuiderburen en die met enige aanpassingen zeer goed ingezet kan worden in Nederland. Een vennootschapsvorm die gekozen kan worden door ondernemingen die deel uitmaken van de maatschappelijke infrastructuur: verzekeraars, systeembanken, gas-, water- en elektriciteitsbedrijven, zorgverleners, e.a.

In de VSO mag de winst niet of slechts voor een beperkt percentage uitgekeerd worden aan de aandeelhouders. De inkomsten moeten besteed worden om het sociaal doel van de VSO te verwezenlijken. Daartoe moeten de VSO’s een aantal extra voorwaarden opnemen in hun statuten die de winstuitkering beperken en het sociale doel duidelijk beschrijven. Jaarlijkse dienen zij in het jaarverslag aan te geven welke bijdrage(n) zij hebben geleverd aan dit sociale doel. En:

  • Geen van de aandeelhouders mag meer dan 10% van het aantal stemmen in de algemene vergadering van aandeelhouders hebben en de werknemers moeten samen ook één van de aandeelhouders zijn.
  • De winstuitkering is gelijk aan de geldende rentevoet – afgeleid van de rente op staatsobligaties met een langere renteperiode vermeerderd met een risico-opslag van één of een zeer beperkt aantal procenten – die jaarlijks wordt vastgesteld door politiek Den Haag.
  • De primaire arbeidsvoorwaarden zijn gebonden aan regelgeving (maximering) om te voorkomen dat overtollige financiële middelen worden afgeroomd ten gunste van de bestuurders en medewerkers.
  • De vennootschap is uiteraard gevestigd in Nederland.

De vraag is vervolgens of je zo’n vennootschapsvorm verplicht moet stellen of alleen het gebruik ervan moet stimuleren. Door alleen het gebruik te stimuleren en de extra waarde van deze vennootschap kenbaar te maken aan de consument, leg je de macht neer bij diezelfde consument en blijft de sturende rol van de overheid beperkt.

Stimuli
Om het vrijwillige gebruik van de VSO te stimuleren, is het wenselijk een uitgebalanceerd pakket aan stimuli te ontwerpen. De VSO moet een keurmerk uitstraling krijgen, waarbij de VSO zelf en haar klanten direct voordeel ervaren. Kiezen voor een VSO is kiezen voor jezelf!

Als algemene maatregel kan de VSO een korting op de vennootschapsbelasting in het vooruitzicht gesteld worden. Andere stimuli kunnen gevonden binnen het stelsel van de werkgeverslasten of vrijstelling van BTW bij duurzame investeringen. De klant kan vervolgens profiteren van (extra) voordeel indien gekozen wordt voor een VSO door een verlaging van BTW of de assurantiebelasting.

Samen verder bouwen
De VSO naar Belgisch voorbeeld is maar een denkrichting. Ik nodig iedereen uit verder te bouwen aan een vennootschap met een sociaal oogmerk en de grenzen te verkennen: Nieuwe wegen vinden en het verschil maken, omdat het anders kan. Een weg waarbij de macht bij de vrije consument komt te liggen. Omdat de keuzevrijheid van de klant centraal staat.

Eerste publicatie door (am:web)

Amsterdam, 12 juli 2017

Demands attention: Nationaal ZorgFonds

Inmiddels is er een 1ste innovatieagenda voor de verzekeringssector en gaan verzekeraars samen aan de slag met nieuwe marktmogelijkheden en kennisdeling. Iedereen praat over innovatie. Vaak om publicitaire reden of omdat het moet. Tot op heden is echter de wetgeving de belangrijkste reden voor organisaties om te veranderen. Al doet het Verbond de grootste moeite om de wetgeving als grootste belemmering weg te zetten. Logisch, want iedere (top)manager is opgeleid om de doelen van de aandeelhouder te realiseren en ‘te leveren’. Niet om leiding te geven aan een onzekere ontdekkingsreis. Aandacht voor echte innovatieve ideeën, die ook nog eens aansluiten bij de wensen van de klant, is er dan ook nauwelijks. Zeker niet als het kannibalistisch effect van zo’n idee een gehele bedrijfstak binnen 4 tot 8 jaar overbodig maakt.
 
Solidariteit ligt ten grondslag aan de verzekeringsbedrijftak. Vanuit deze optie is het eigenlijk vreemd (of juist veelzeggend) dat de neoliberale politieke stroming op veel steun kan rekenen. Gelijktijdig is er niet of nauwelijks aandacht voor innovatieve ideeën die een meer socialistisch karakter hebben zoals bijvoorbeeld het Nationaal Zorgfonds.
 
Een brede maatschappelijke beweging
Het Nationaal ZorgFonds is een maatschappelijke beweging waar inmiddels meer dan 222.000 mensen hun steun aan hebben gegeven. Naast initiatiefnemer SP zijn de politieke partijen 50PLUS en de Partij voor de Dieren en maatschappelijke organisaties als KBO-Brabant, FNV Zorg en Welzijn, FNV Senioren en Omroep Max aangesloten. In Nederland moet je kunnen rekenen op de zorg die je nodig hebt, zonder eigen risico. Zo simpel is het.
 
Niemand kan tegen de uitgangspunten zijn die zijn vastgelegd in de uitwerking van het plan in ‘Bouwstenen‘. Uit een onderzoek van bureau Ipsos (bron: am:web) voor dagblad Trouw blijkt ook dat Nederlanders weinig vertrouwen hebben in het huidige zorgstelsel. Meer dan de helft van alle Nederlanders (57%) wil dat de overheid de zorg weer gaat regelen, in plaats van de verzekeraars. Ook het Nationaal Zorgfonds heeft een peiling laten uitvoeren. Deze peiling is uitgevoerd door Maurice de Hond. Er is maar één conclusie mogelijk: Nederland wil het Nationaal ZorgFonds!
 
Money talks?
De neoliberaal gekleurde verzekeringssector zwijgt en heeft geen aandacht voor het innovatieve idee dat kan rekenen op een breed maatschappelijk draagvlak. De populistische trend van de deeleconomie wordt spontaan geassocieerd met opkomende virtuele platformen zoals Uber en Airbnb, maar waarom niet met het Nationaal ZorgFonds?
 
Ligt de verklaring daarvoor welllicht in de financiële onderbouwing op hoofdlijnen?
· De directe kosten dalen door procesoptimalisatie en capaciteitsplanning.
· De zorgverzekeraars houden op te bestaan en de (deels overbodige) opgebouwde reserves vallen vrij.
· De rol van de toezichthouders DNB, AFM, NZa en ACM vervalt. Zij worden simpelweg overbodig. Geen concurrentie meer maar samenwerking tussen zorgaanbieders en minder bureaucratie omdat er nog maar één opdrachtgever is.
 
Niet alleen komen de bedrijfskosten van de huidige zorgverzekeraars volledige te vervallen (ongeveer € 1,5 miljard), ook de (deels overbodige) opgebouwde reserves van zo’n € 11 miljard euro vallen vrij. De bedragen die genoemd worden in de financiële onderbouwing lijken conservatief. Op basis van DNB data valt de berekende besparing en vrijval van totaal € 12,5 miljard waarschijnlijk nog wel zo’n € 500 miljoen hoger uit.
 
Er is ook een groot verschil tussen de bedrijfskosten voor de gereguleerde basisverzekering en voor de ‘vrije’ aanvullende verzekeringen. Bij de basisverzekering bedragen de kosten nog geen 3%. Bij de aanvullende verzekeringen is er volop ruimte om op te grote voet te leven, waardoor de bedrijfskosten oplopen naar meer dan 11% van de premie. Het is wel prettig voor de verzekeraars – waar veel oud politici terug vinden – om onder een neo-liberale paraplu de basisverzekering verder uit te hollen en dekkingen over te hevelen naar een duurder wordende aanvullende verzekering.
 
De reserves die vrij vallen worden overigens deels ingezet voor de financiering van de transitie. Uit dit Transitiefonds zal de omslag waaronder de kosten van een Sociaal Plan gefinancierd worden. De reserves zijn ook niet meer allemaal noodzakelijk. Simpelweg omdat de private zorgverzekeraars verdwijnen en de financiële zekerheden vanuit Solvency II niet meer van toepassing zijn.
 
De vraag is natuurlijk of de circa 5 miljard aan doorlopende besparingen hard genoeg en voldoende zijn om de tweede pijler onder het plan te financieren: het laten vervallen van het eigen risico op de basisverzekering van € 385,-. Hiervoor reserveren de initiatiefnemers € 3,2 miljard. Voor het Transitiefonds wordt een bedrag van bijna € 3 miljard gereserveerd terwijl er zo’n € 11 miljard vrij valt. Er lijkt dus voldoende ruimte in de plannen aanwezig om tegenvallende besparingen of tegenvallende uitvoerings- of transitiekosten op te kunnen vangen.
 
Vallen de kosten of opbrengsten toch nog tegen, dan kunnen er altijd politieke keuzes gemaakt worden: € 3,2 miljard voor het laten vervallen van het eigen risico of bijvoorbeeld € 4,5 miljard investeren voor 37 JSF’s waarvoor de jaarlijkse onderhoudskosten 3x hoger uitvallen dat de verwachte uitvoeringskosten van het Nationaal ZorgFonds?
 
Demands attention
Het Nationaal ZorgFonds lijkt een innovatief initiatief te zijn dat steun verdient uit de financiële sector. De initiatiefnemers voeren ook graag discussie over de uitvoering en de invoering en nodigen iedereen uit mee te bouwen. Maar wie in de sector wil mee bouwen aan zorgstelsel waar geen plaats is voor de huidige aanbieders? Ook de wegvallende toezichthouders zullen niet snel genegen zijn een positief geluid te laten horen. Een uitdaging voor de deskundige en onafhankelijke financiële adviseurs om de regie vanuit de sector op zich te nemen en mee te helpen nieuwe wegen te vinden? Belijden… beleven… of doen?

Eerste publicatie door am:web

Amsterdam, 16 juni 2017