Fiscus komt met kwaliteitskeurmerk

Niet de wetgever, volksvertegenwoordigers of toezichthouder(s), maar de Belastingdienst brengt voor de consument een scheiding aan tussen de oude en nieuwe wereld bij tussenpersonen.

De Kennisgroep Verzekeringsproducten schetst in haar brief aan Leo de Boer (Managing Director van het Verbond van Verzekeraars) op 11 april het fiscale kader voor de beloning van verzekeringstussenpersonen. Een fiscaal kader dat op de steun lijkt te kunnen rekenen van brancheorganisaties – OvFD en Adfiz – maar een tweedeling aankondigt tussen de oude wereld van productverkopers en de nieuwe wereld van adviseurs.

De Belastingdienst geeft nadrukkelijk aan dat zij toepassing van de huidige (Europese) wet- en regelgeving als uitgangspunt hanteert. Echt verrassend en ruimte voor innovatie mag dan ook niet verwacht worden. Toch blijkt uit de eerste populistische koppen en tweets dat de branche euforisch is. Als wij de ambtelijke vulling uit de brief weglaten, resteren een aantal essentiële elementen.

Essentiële elementen

  • Dienstverlening gericht op bemiddeling bij de verkoop van producten is vrijgesteld van BTW; Advisering die niet gericht is op de totstandkoming van een verzekeringsovereenkomst is wel belast voor de BTW;
  • Serviceabonnementen zijn slechts dan vrijgesteld wanneer de inhoud van het abonnement toeziet op activiteiten verricht met het oog op het bemiddelen bij het afsluiten van nieuwe overeenkomsten of wijzigingen aanbrengen aan bestaande overeenkomsten;
  • De verzekeringstussenpersoon wordt verantwoordelijk voor de inhouding en afdracht van assurantiebelasting over de aan hem toekomende beloning;
  • Deze werkzaamheden zijn vrijgesteld wanneer de klant de vergoeding rechtstreeks betaalt aan de verzekerings- of financiële tussenpersoon.

  • Wat is de impact van dit fiscale kader?

    Los van de vele administratieve lasten die op de tussenpersoon afkomen indien hij diensten vrijgesteld van BTW wil verrichten, komt de Fiscus feitelijk met een kwaliteitskeurmerk. Diensten zijn alleen vrijgesteld van BTW indien deze gericht zijn op de verkoop van producten. Niet onlosmakelijk daarmee verbonden diensten kunnen of niet uitgevoerd worden of zijn niet vrijgesteld van BTW. De Belastingdienst noemt voorbeelden als het verzorgen van belastingaangiften en vermogensbeheer. Belangenbehartiging en begeleiding bij schaden valt o.i. ook niet onder de vrijstelling. Deze diensten zijn niet onlosmakelijk verbonden aan de verkoop van een product en worden op de markt ook los aangeboden. Indien een tussenpersoon geen dubbele facturering en administratie wil voeren, zal hij dan zijn dienstverlening moeten beperken?

    Daarnaast zegt de Belastingdienst klip en klaar: Indien de advisering niet gericht is op totstandkoming van een product, dan is deze dienst wel belast voor de BTW. Kortom: advisering is BTW plichting, productverkoop is vrijgesteld van BTW. En hebben wij daarmee niet gelijk een keurmerk in de markt gezet? Welke consument is – als hij al behoefte heeft aan advies – niet bereid BTW te betalen voor echt advies in plaats van 9,5% assurantiebelasting over een ‘verkoopfee’ aan een productverkoper met een mogelijk beperkte dienstverlening?

    Dat het fiscaal kader van de Belastingsdienst juist door het Verbond naar buiten is gebracht roept vraagtekens op. Uitsluitend directe verkooporganisaties van aanbieders lijken echt baat te hebben bij dit kader.

    Voor professionele adviseurs is er in de nieuwe wereld maar één strategie: ga ex-BTW, per uur of op abonnementsbasis.

    Amsterdam, 14 april 2012

    Print Friendly, PDF & Email

    Geef een reactie