Nieuwe vennootschapsvorm voor financiële dienstverleners

Op 13 april publiceerde de Rijksoverheid haar 40 puntenplan voor de aanpak van de financiële sector. Een prachtig document gericht op het bestrijden van symptomen. Maar zolang het echte probleem niet wordt aangepakt groeit de regelgeving, het toezichtapparaat en de kosten van uitvoering. Uiteindelijk betaalt de consument het gelag en staat slechts de portemonnee van de consument centraal.

De in Nederland actieve financiële dienstverleners zijn over het algemeen beursgenoteerde ondernemingen. Zijn zij niet beursgenoteerd, dan vormen deze collega’s toch een benchmark om de eigen prestaties aan af te meten. De wet van de aandeelhouder is eenvoudig: de onderneming dient zorg te dragen voor een “double digit rendement” en dit rendement dient ieder jaar te verbeteren. Als gij niet luistert, volgt een koersval. De aandeelhouders borgen hun belangen door het accorderen van variabele beloningsvormen en aandelenoptieregelingen. Niet alleen de bekende excessen aan de top van de piramide, maar de gehele managementkolom en andere “keymen” profiteren mee. Niet de klant, maar de aandeelhouder staat centraal.

Op jacht naar sterkere en financieel gezondere financiële dienstverleners worden strengere kapitaaleisen gesteld. Hoewel de marktomvang stabiel is of zelfs krimpt, moeten de buffer van risico dragend kapitaal worden vergroot. De echte uitdaging voor het management: hoe houden wij de winstgevendheid op peil. Vroeger stond een rendement van 100 op een kapitaal van 1.000 gelijk aan 10%, maar als zij voor dezelfde omzet een kapitaal van 2.000 achter de hand moeten houden bedraagt dit zelfde rendement plotseling nog maar 5%.

Kostenreductie staat centraal
Geregeerd door het ultieme streven naar winstoptimalisatie om de aandeelhouder tevreden te houden en de eigen positie, bonus en/of optieportefeuille te beschermen, rest alleen de weg van kostenreductie. Direct na het aflossen van de staatsteun besloot Aegon hard in te grijpen in haar organisatie en driehonderd banen te schrappen. Dankzij een effectieve lobby en steun van politiek Den Haag zijn de kosten van advies geëlimineerd. Via een provisieverbod mag de consument zelf de verantwoordelijkheid gaan dragen. Wat rest is het uitbannen van (krediet)risico’s. Na opschoning van de portefeuille en het creëren van schaarste, kan nog steeds dezelfde verkoopprijs gevraagd worden en is de (winst)marge verbeterd. Niet meer voor minder, maar minder voor meer is het nieuwe adagium.

The presenting problem is never the real problem
Het 40 puntenplan van de Rijksoverheid is gericht op bestrijding van symptomen. Op welke wijze kunnen wij het echte probleem aanpakken?

Onze zuiderburen kennen een aparte vennootschapsvorm: “Vennootschappen met een sociaal oogmerk”. Kenmerken voor deze rechtsvorm is de bepaling dat het dividend (winstuitkering aan de aandeelhouders) niet hoger mag zijn dan de rentevoet die jaarlijks wordt vastgesteld door de Koning. Deze rentevoet ligt boven marktniveau en bedraagt bijvoorbeeld 6%. De winstuitkering aan aandeelhouders is daarmee van vergelijkbaar niveau als de winstdelingsregelingen die bijvoorbeeld levensverzekeraars goed genoeg vonden om hun klanten aan te bieden.

Als de Rijksoverheid voor financiële dienstverleners een vergelijkbare vennootschapsvorm introduceert en bij de vergunningverlening verplicht stelt? De belangen van de aandeelhouders worden gemaximeerd en automatisch komt de klant weer centraal te staan? Toezicht en regelgeving kan beperkt worden tot bovenmatige uitvoeringskosten en solvabiliteit. Toezicht achteraf op output vervangt complex en kostbaar toezicht op uitvoering. Marktwerking draagt zorgt voor een consumentvriendelijke prijsvorming en klantgerichte uitvoeringscultuur.

Amsterdam, 20 april 2012

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie