Market entrance: Five disciplines to sustainable profitability!

Especially to assist new (foreign) entrants, Koko Kroup developed a method to enter the market of authorized agents (managed general underwriters – agents | MGU – MGA): The five disciplines to sustainable profitability!

The Dutch total non-life insurance market has a size (2017) of € 55 billion (gross written premium). Excluding the product cluster “Medical costs”, the size amounts to € 11 billion, a growth of 2.3% compared to 2016.

The market of authorized agents is an important distribution channel. The market share (total market, excluding “Medical costs”) of the 174 member of the NVGA (Dutch Association of Authorized Agents) is almost 30% (2017). The market shares vary per product cluster and per type of agent. In recent years, the market of authorized agents has grown substantially faster than the total market. The market of authorized agents often has a lower average claims ratio within large product-market combinations and has therefore made a positive contribution to profitability.

For new insurance companies, it’s a small effort to open the treasury and release a new market that make the difference. Go MAD!

Five disciplines to sustainable profitability!

In a growing market where strong authorized agents need more and fresh carriers, growth is not a challenge. But only if you make the right choices, a sustainable business model can be set down and opens the road to sustainable profitability. KoKo Kroup developed a method to enter the market of authorized agents and stay in control over risks and your future! Because only results count.

Are you considering entering the market of authorized agents? Contact us for transmission of knowledge and information or download our brochure.

Amsterdam, 28 januari 2019

Zürich Innovation World Championship (ZIWC)

Blijven wij hopen op oude tijden die niet meer vanzelf terugkomen? Het innovatief vermogen is meer dan ooit bepalend voor de toekomst en het succes van verzekeraars. Lastig want iedereen is opgeleid om doelen te realiseren en ‘te leveren’, niet om leiding te geven aan de noodzakelijke en onzekere ontdekkingsreis. Innoveren vraagt lef, durf en ruimte om te kunnen experimenteren. Zurich Insurance Group toont leiderschap en heeft de ontdekkingsreis werelds aangepakt! 

Het Zürich Innovation World Championship (ZIWC) is de eerste internationale Insurtech-competitie. Start-ups van over de hele wereld hebben de gelegenheid aangegrepen om nieuwe ideeën te presenteren die het potentieel hebben om een ​​revolutie teweeg te brengen op het gebied van mobiliteit, financiële planning, slimme huizen / gebouwen, digitale gezondheid en een “wildcard”-categorie.

De voorrondes: Country Round & Regional Round
Zurich ontving meer dan 450 aanmeldingen uit 49 landen. In oktober 2018 zijn 130 start-ups uitgenodigd op kantoren van Zürich over de hele wereld om hun Insurtech idee te presenteren aan een Zürich Country Leadership-team. De winnaars van deze Country Round zijn door gegaan naar de regionale showdown in december 2018. Nederland, waar Zurich helaas niet meer aanwezig is, is niet vertegenwoordigd en aan het Zürich Innovation World Championship is zo ver ik weet niet of nauwelijks enige publicitaire aandacht besteed.

In december 2018 hebben de 22 Country Round finalisten deelgenomen aan de regionale rondes, waarbij zij hun Insurtech idee hebben gepresenteerd aan de jury. Van digitale gezondheids-apps tot producten voor waterbeheer, de deelnemers hebben indruk gemaakt met hun baanbrekende ideeën. De acht winnaars van de Regional Round gaan nu door naar de laatste fase van het kampioenschap: de Global Round.

Wie zijn deze finalisten?
Het leitmotiv van Zürich is dat zij moeten blijven onderzoeken hoe technologie de bescherming van hun klanten verder kan verbeteren. En niet alleen maar om zichzelf geheel of gedeeltelijk ‘opnieuw’ uit te vinden en de verzekeringssector te transformeren. Deze dubbele doelstelling zien wij ook terug in de selectie van de regionale winnaars. De acht regionale winnaars zijn (in alfabetische volgorde):

  • Chisel – Finalist uit de regio Noord-Amerika
  • Habit Analytics – Finalist uit Europa, het Midden-Oosten en Afrika
  • LifeNome – Finalist uit de regio Latijns-Amerika
  • Nubihome – Finalist uit de regio Latijns-Amerika
  • Shayp – Finalist uit Europa, het Midden-Oosten en Afrika
  • Soldier.ly – Finalist uit de regio Azië / Stille Oceaan
  • Vymo – Finalist uit de regio Azië / Stille Oceaan
  • zesty.ai – Finalist uit de regio Noord-Amerika

Chisel
Chisel biedt de verzekeringssector een kant-en-klare oplossingen die natuurlijke taalverwerking en AI toepassen. Natuurlijke taalverwerking kan nu worden toegepast op vele functies binnen het verzekeringsbedrijf waarvoor mensen moeten lezen, begrijpen, vergelijken, controleren of extraheren – in een enkel document, of in verschillende documenten, of zelfs in een volledig cliëntbestand. Gestructureerde of ongestructureerde tekst.

Habit Analytics
Habit aggregeert en analyseert gegevens van IoT-apparaten, smartphones en contextuele gegevensbronnen om inzicht te krijgen in het gedrag van consumenten en gegevensgestuurde besluitvorming mogelijk te maken.

LifeNome
Variaties in je genen (SNP’s genoemd) maken je uniek en anders dan andere. Twee decennia van onderzoek en duizenden genoom-brede associatiestudies hebben LifeNome een kritisch inzicht gegeven in hoe deze variaties van invloed zijn op honderden wellness-eigenschappen en beslissingen. Met behulp van ons geavanceerde computeralgoritme en wetenschappelijke interactiesstudies met betrekking tot genen, kan LifeNome de vitamines en vetverwerking van uw lichaam, huidverzorgingsbehoeften, spier- en letselprofiel, slaapkwaliteit en honderden andere wellnesskenmerken beoordelen en kunt u keuzes maken die overeenkomen met de behoefte van uw lichaam. Geen generieke diëten meer, generieke trainingsroutines of generiek huidverzorgingsadvies.

Nubihome
Nubihome helpt verzekeringsmaatschappijen risico’s te verkleinen door metadata van klanten te analyseren, te innoveren met nieuwe diensten en kansen op upselling en cross-selling te identificeren.

Shayp
Elke dag gaat 35% van het gedistribueerde water verloren in huizen, gebouwen en pijpleidingen. Shayp pakt het waterverlies aan in gebouwen en woningen door de kosten van lekkages op één meetpunt te beoordelen, de gebruiker te alarmeren en onderhoud uit te initiëren.

Soldier.ly
Overwatch is ontworpen om u te helpen stress te verminderen en bewust te leven. Overwatch controleert continu uw hartslag, activiteiten en gedrag om stresspatronen te detecteren en helpt u vervolgens uw ademhaling, meditatie en visualisatie te gebruiken om stress en angst snel te verminderen.

Vymo
Vymo is een mobiele persoonlijke verkoopassistent. Het kan voorspellen wat een buitendienstmedewerker moet doen en hem onderweg coachen om meer, sneller te sluiten. Leren van de beste buitendienstmedewerkers in de organisatie om de beste resultaten te bereiken.

zesty.ai
Zesty.ai maakt gebruik van de kracht van Artificial Intelligence om wereldwijd de verzekeringsbranche te helpen binnen autonomen acceptatiesystemen risico’s van gebouwen beter in te schatten.

De acht start-ups komen eind januari naar Zürich voor de laatste Global Round. Daar presenteren zij hun ideeën aan internationale executives van Zurich en andere belanghebbenden. Zurich is van plan om de drie winnaars op 30 januari bekend te maken.

Amsterdam, 24 januari 2019


Performancemonitor Volmacht 2017 moet inzicht in de markt verbeteren

Op verzoek van de NVGA heeft KoKo Kroup de performance van de leden van de NVGA over het boekjaar 2017 inzichtelijk gemaakt en vergeleken met de performance van alle verzekeraars tezamen en individuele verzekeraars actief in de volmachtmarkt. Arthur Goes, eigenaar KoKo Kroup, geeft een nadere toelichting op het tot stand gekomen rapport en zijn persoonlijke visie op de volmachtmarkt.

Lees verder (PDF)

GA Magazine, december 2018

Performancemonitor Volmacht 2017 (Schade)

Op verzoek van de NVGA heeft KoKo Kroup de performance van de leden van de NVGA over het boekjaar 2017 inzichtelijk gemaakt en vergeleken met de performance van alle verzekeraars tezamen en individuele verzekeraars actief in de volmachtmarkt.

De volmachtmarkt kent binnen de grootste verzekeringsbranches een lager dan gemiddelde schaderatio in het boekjaar 2017 en het marktaandeel van de NVGA-leden is verder gestegen tot 28,1% aan premievolume schadeverzekeringen. De NVGA is verheugd dat het beleid van de afgelopen jaren ertoe heeft bijgedragen dat de volmachtmarkt in 2017 een positieve bijdrage heeft geleverd aan de gemiddelde schaderatio. De NVGA realiseert zich dat één waarnemingsjaar nog onvoldoende is voor een fundamentele eindconclusie.

Ook blijkt uit het rapport dat meer inzicht in de kostenstructuur noodzakelijk is om tot een verantwoord vergelijk te komen.

Daarom zal de NVGA onderzoeken op welke wijze zij opvolging kan geven aan de door KoKo Kroup aangegeven verbeterpunten, bijvoorbeeld binnen de nieuw te ontwikkelen geïndividualiseerde beloningsstructuur. Het is aan de verzekeraars en DNB om te bepalen of en zo ja, op welke wijze zij een verdere bijdrage willen leveren aan ‘toenemend inzicht’.

De NVGA wil naar alle stakeholders transparantie bieden over de performance van haar leden. De Performancemonitor Volmacht 2017 (Schade) is dan ook voor iedereen beschikbaar en kan worden gedownload via de website van de NVGA. De NVGA zal ieder jaar de Performancemonitor Volmacht (Schade) in het najaar publiceren, kort nadat DNB de markttabellen via haar website beschikbaar heeft gesteld.

Amsterdam, 8 november 2018

Verzekeraars zijn binnenvetters.

DNB oefent toezicht uit op de Nederlandse verzekeringssector. Voor het grootste gedeelte van de sector is dit op basis van Solvency II, het nieuwe risico gebaseerde toezichtraamwerk dat is ingegaan per 1 januari 2016.

Op 3 augustus 2018 jongstleden heeft de DNB de cijfers van verzekeraars gepubliceerd over 2017. Onder andere over de Premies, schaden en kosten van verzekeraars per branche. De nieuwe reeks (Solvency II) kent inmiddels twee waarnemingsjaren. Goed moment om de meetlat langs de kluwen van data te leggen en witte hapklare informatie te rapporteren. Want transparantie is één van de kernwaarden van KoKo Kroup.

Bruto cijfers van het directe bedrijf voor herverzekering

Bij de analyse is uitgegaan van de bruto cijfers van het directe bedrijf voor herverzekering. Herverzekering is een balans-instrument om het vermogen van een verzekeraar te beschermen. Veel verzekeraars betalen daarnaast bewust te veel herverzekeringspremie, omdat zij daarmee een deel van de winst laten vallen bij het moederbedrijf in het buitenland of de herverzekeringsdochter(s) in (fiscaal) aantrekkelijke landen. Door uit te gaan van de bruto cijfers voor herverzekering is een zuivere vergelijking op basis van performance indicatoren mogelijk.

Ook de activiteiten als herverzekeraar (geaccepteerde niet-proportionele herverzekering) zijn buiten beschouwing gelaten. 

Marktomvang

De totale markt voor schadeverzekering (exclusief ziektekosten / medisch kosten) is in 2017 gegroeid met € 249 miljoen (2,3%). De totale omvang (bruto geboekte premie) bedraag nu bijna € 11 miljard. De groei komt bijna volledig voor rekening van de branches waar premieverhogingen zijn doorgevoerd: Aansprakelijkheid Motorrijtuigen (+ € 137 miljoen) en Brand (+ € 100 miljoen). Het effect van de doorgevoerde premieverhogingen zal nog niet volledig in de cijfers verwerkt zijn. De aanpassingen worden over het algemeen doorgevoerd per contractvervaldatum.

Het premievolume binnen de branche Krediet en borgtocht is nagenoeg gehalveerd tot € 23 miljoen, nadat de NV Nationale Borg-Maatschappij door een fusie is opgegaan in AmTrust International Underwriters DAC (AIU), een verzekeringmaatschappij, gevestigd in Dublin.

Na de overname van Generali door ASR  en Delta Lloyd door Nationale-Nederlanden, ontstaat een oligopolistische markt. Meestal wordt een markt als oligopolie beschouwd wanneer de C4-index (concentratiegraad c.q. marktaandeel van de 4 grootste marktpartijen) groter is dan circa 70%. De vier grootste marktpartijen (concernniveau) en hun marktaandelen zijn:

  1. Achmea: 26%
  2. Nationale Nederlanden (incl. Delta Lloyd): 20%
  3. ASR (incl. Generali): 16%
  4. Univé (verzamelde bedrijven): 5%

Bij een eventuele overname van Reaal  door één van de top drie verzekeringsconcerns, bereikt de C4-index een nog ongezondere waarde van 72%!

De grote verliezer van 2017 is Aegon Schadeverzekering. Deze maatschappij zag het premievolume met 41% teruglopen.  De vijf grootste stijgers, maar voorlopig nog op zeer grote afstand van de top 3, zijn:

  • Klaverblad: + 10,2%
  • Noordhollandsche van 1816: +9,7%
  • Bovemij: +9,3%
  • TVM: +8,9%
  • Goudse: +6,7%

Kostenefficiency

Verzekeraars zijn er nog steeds niet in geslaagd significante efficiencyverbeteringen te realiseren. Ondanks massa-ontslagen en vergaande consolidatie, zijn de totale interne kosten in 2017 gestegen met € 31 miljoen. Dankzij de doorgevoerde premieverhogingen, zijn de interne kosten procentueel gelijk gebleven (15,3% van de bruto geboekte premie).

Binnen Solvency II, het nieuwe risico gebaseerde toezichtraamwerk, worden verschillende kostencategorieën onderscheiden:

De interne kostencategorieën:

  • Administratiekosten
  • Vermogensbeheerkosten
  • Schadebehandelingskosten
  • Overheadkosten

En daarnaast de Acquisitiekosten, waaronder de provisie en tekencommissie worden verantwoord.

Uitgedrukt in een percentage van de bruto geboekte premie zijn de interne kosten per branche als volgt verdeeld:

De interne kosten binnen de branche Krediet en borgtocht vertonen een sterk afwijkend en niet consistent beeld en worden om die reden niet apart weergegeven.

De acquisitiekosten (voornamelijk provisies en tekencommissies) zijn – ondanks de doorgevoerde premieverhogingen – wel gedaald met € 21 miljoen . Dankzij aangepaste provisieregelingen en volmachtovereenkomsten, zijn de acquisitiekosten gedaald met 0,7% van de bruto geboekte premie. De sterkste daling zijn wij bij de branches Brand (minus 1,3%-punt) en Algemene Aansprakelijkheid (minus 1,5%-punt)

Het effect van de doorgevoerde premieverhogingen en verlaging van de acquisitiekosten zal nog niet volledig zichtbaar zijn binnen de verschillende kostencategorieën.  De aanpassingen worden over het algemeen doorgevoerd per contractvervaldatum.

Spaargeld

De solvabiliteitskapitaalvereiste (SKV) van de schadeverzekeraars is in 2017 ligt gedaald. Deze daling komt voornamelijk door een afname van het Tegenpartijkredietrisico (o.a. rekening courant tussen verzekeraars en bemiddelaars / gevolmachtigden) en een daling van het Schadeverzekeringstechnisch risico.

De solvabiliteitskapitaalvereiste (SKV) van de vier grootste marktpartijen (concernniveau) is in 2017 gestegen met 1,3%. Gelijktijdig is het totaal beschikbaar eigen vermogen om te voldoen aan het solvabiliteitskapitaalvereiste bij deze partijen gestegen met 3,1%. Het vermogensoverschot van de vier grootste partijen is opgelopen tot bijna € 1,5 miljard per ultimo 2017.

Conclusie(s)

Alleen als consumenten, bedrijven en instellingen voldoende keuzemogelijkheden hebben, is er voldoende marktwerking. Het heeft er alle schijn van dat de schadeverzekeringsmarkt zich verder transformeert naar een introvert en inefficient oligopolie waarbij het klantbelang en het herstel van vertrouwen niet of niet voldoende centraal staat. Het is jammer dat de transparantie beperkt blijft en niet alle data ook per individuele verzekeraar gepubliceerd wordt.

Amsterdam, 6  augustus 2018

 

 

Onderzoek Particuliere aansprakelijkheidsverzekeringen

KoKo Kroup heeft in september een onderzoek uitgevoerd naar de markt voor particuliere aansprakelijkheidsverzekeringen. Op basis van desk research (inclusief een uitgebreide premie- en voorwaardenvergelijking) aangevuld met analyses door KoKo Kroup van schaden en polissen bij gevolmachtigden, trekt KoKo Kroup een aantal conclusies.

Productdifferentiatie
Productdifferentiatie is niet of nauwelijks aanwezig. Toch zijn de prijsverschillen erg groot en lijkt er geen correlatie te bestaan tussen de kwaliteit van de dekking, het eigen risico en de hoogte van de premiestelling. Het is daarom de vraag:

  • of de markt voldoende transparant is voor de consument om de juiste keuze te maken;
  • of de juiste keuzes door óf voor de consument gemaakt worden (klant belang centraal);
  • of de concurrentie tussen aanbieders en de marktwerking wel voldoende is;
  • of de consument zich voldoende laat adviseren.

Meest actuele product
Een groot aantal verzekeringnemers kan een nieuwe kwalitatief uitgebreidere en/of goedkopere aansprakelijkheidsverzekering afsluiten, indien zij overstappen naar een andere aanbieder of het meeste actuele product van de huidige aanbieder.

Indien het klantbelang centraal staat zouden verzekeraars én adviseurs:

  • hun verzekeringnemers met een te laag verzekerd bedrag een nieuwe polis moeten aan te bieden;
  • de premiegrondslagen periodiek moeten actualiseren zodat bijvoorbeeld geen hoogbejaarden nog extra premie betalen voor het meeverzekeren van inwonende kinderen;
  • de meest actuele producten actief aan moeten bieden aan verzekeringnemers.

Risicofactoren
Een ‘nieuw’ (fraude) fenomeen in opkomst lijkt het aantal schaden aan mobiele apparatuur. Veroorzaakt door verzekerden: kinderen (uit logeren), bezoekers of veganistische huisdieren met een sterke voorkeur voor Appels. Huisdieren, honden in het bijzonder, blijkt een overigens een veel grotere risicofactor.

Rendementsverbetering
Aanbieders kunnen een daling van de schadelast én de kosten realiseren door uitbesteding van werkzaamheden aan gevolmachtigden.

Bestellen
U kunt het volledig “Productdossier AVP 2017-09” bestellen voor € 425,- exclusief BTW door een e-mail te sturen naar info@kokokroup.nl o.v.v. de titel van het rapport en uw factuurgegevens.

Amsterdam, 1 november 2017

Pro Deo Advies?

In 2017 wordt het verbod op provisie geëvalueerd. De AFM heeft onderzoeksbureau Decisio toestemming gegeven om via haar nieuwsbrief en website adviseurs en bemiddelaars op te roepen deel te nemen aan een onderzoek over de markteffecten van het provisieverbod voor financiële dienstverlening. Bij deze evaluatie zal het de kunst zijn om emoties, belangen en feiten te scheiden. Schrijf een artikel over het verdienmodel van het intermediair en het gebruik van het woord provisie staat garant voor veel lezers en ongenuanceerde emotionele reactie. Waarbij vaak de inhoud niet tot onvoldoende opgenomen wordt, maar respondenten gelijk op de man spelen.

In 2017 wordt het verbod op provisie geëvalueerd. De AFM heeft onderzoeksbureau Decisio toestemming gegeven om via haar nieuwsbrief en website adviseurs en bemiddelaars op te roepen deel te nemen aan een onderzoek over de markteffecten van het provisieverbod voor financiële dienstverlening.

Bij deze evaluatie zal het de kunst zijn om emoties, belangen en feiten te scheiden. Schrijf een artikel over het verdienmodel van het intermediair en het gebruik van het woord provisie staat garant voor veel lezers en ongenuanceerde emotionele reactie. Waarbij vaak de inhoud niet tot onvoldoende opgenomen wordt, maar respondenten gelijk op de man spelen.

Veel reacties richten zich niet op de werkelijke motieven en actoren die waarschijnlijk aan het verbod ten grondslag hebben gelegen, maar op de ongewenste gevolgen voor de zwakke consument. Plat gezegd: we praten niet over de oorspronkelijke leitmotieven die betrekking hebben op de kwaliteit van advies, de excessieve beloning en sturing van de ‘adviseur’ (die na het verkopen van het voor hem lucratieve product verdween en de nazorg vergat) door de maatschappijen. Die doelstellingen zijn overduidelijk gerealiseerd. De branche is schoner, hoewel er nog steeds veel onzinnige (schade)verzekeringen of te dure dekkingen worden verkocht.

Nee, wij praten vooral over de belangrijke nadelen: is advies nog wel toegankelijk en betaalbaar voor iedereen? Een kleine greep uit de conclusies door ‘sleutelfiguren’ die op am:web werden gepubliceerd:

  • De invoering van het provisieverbod heeft er in een aantal segmenten toe geleid, dat er minder financiële producten worden afgesloten. Dit verhoogt het risico op onderverzekering of onverzekerbaarheid.
  • Consumenten stellen het vragen van advies uit of zien daar geheel van af.

 

Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat over de rug van de kwetsbare klant een discussie gevoerd wordt die eigenlijk gaat over de eigen beloning. De beloning is gedaald en veel adviseur hebben moeite met het over de bühne brengen van hun toegevoegde waarde. Daarbij ligt de focus nog steeds veel te veel op de administratieve uitvoering als tussenschakel onder de noemer van bemiddeling. Hiervoor kan je toch echt geen uurtarief rekenen van veel meer dan enkele tientjes. Op zulke momenten is het wel fijn dat de beloning voor de eigen werkzaamheden verdisconteerd zit in de prijs van het product.

De oplossing is niet verlangen naar het verleden. Is daar de consument het meest bij gebaat of de bemiddelaar? Als de toegankelijkheid van advies echt een issue is, dan moet gezocht worden naar andere bedieningsconcepten, een goedkoper uitvoering door modernisering van werkmethoden en realistischere tarieven die passen bij het soort werk. Bemiddeling en advies zijn twee verschillende activiteiten en binnen de verdigitaliseerde maatschappij kan je gewoon weg geen tarief hanteren dat is afgeleid van de oude (bovenmatige) provisieverdiensten.

Daarnaast heeft de branche een gemeenschappelijke maatschappelijke verantwoordelijkheid om de toegankelijkheid van advies voor de zwakke consument echt te borgen. Dat kan bijvoorbeeld door de introductie van een model voor Pro Deo advies.

Wie heeft er recht op hulp?
Een groeiend en groot aantal mensen heeft behoefte aan advies, maar wie kunnen de daaraan verbonden financiële lasten niet (meer) dragen? Kennis, zelfwerkzaamheid of inkomen zijn onvoldoende.

Gelijktijdig stijgt de noodzaak voor professionele begeleiding door veranderende arbeidsverhoudingen (niet vrijwillig gekozen ZZP-ers in de Bouw en Zorg zonder pensioen of voorziening bij ziekte of arbeidsongeschiktheid), de afbraak en/of individualisering van de sociale zekerheid of de ‘eigen verantwoordelijk’ van de ontslagen alleenstaande medewerker van een verzekeringsmaatschappij die de uitvaartverzekering van haar en haar kinderen maar zelf moet verzekeren.

Binnen een model voor Pro Deo Financieel Advies wordt de toegankelijkheid en kwaliteit van advies geborgd:

  • door advies uit te laten voeren op persoonlijke titel door geselecteerde deskundige adviseurs; De aanstelling van adviseurs geschiedt op persoonlijke titel om de kwaliteit te waarborgen en niet afhankelijk te zijn van het beleid en de kwaliteit van een organisatie. Bijvoorbeeld gecertificeerde Financieel Planners of erkend Hypotheek Adviseurs;
  • door vooraf de tarieven voor uitvoering vast te leggen;
  • door de uitvoeringskosten te vergoeden.

Consumenten komen in aanmerking voor vergoeding van de kosten indien het inkomen niet te hoog is. Je kan daarvoor prima aansluiting zoeken bij de regeling voor Huurtoeslag: het inkomen en het vermogen mag – afhankelijk van leeftijd en woonsituatie – niet te hoog zijn. De adviseur beoordeelt of klant voldoet aan criteria en voert het werk uit. Vervolgens declareert de adviseur (met bewijzen inzake inkomen en werkzaamheden) het vastgelegde tarief bij de uitvoeringsinstantie. De uitvoeringsinstantie kan de kwaliteit van advies bij de klant eventueel controleren aan de hand van een klanttevredenheidsonderzoek en uiteraard dient er een ‘klachtenprocedure’ gevolgd te kunnen worden.

De uitvoeringsinstantie kent vaste fatsoenlijke tarieven voor full service: intake en feed back, inventariseren/ analyseren / beoordelen, vergelijken en adviseren, afsluiten / bemiddelen en nazorg. De vaste tarieven worden jaarlijks opnieuw vastgesteld. De noodzakelijke financiële middelen komen beschikbaar door donaties van aanbieders, brancheorganisatie, overheden en overige organisatie en instelling. Hoewel je natuurlijk ook nog kan denken aan een vorm van solidariteitsheffing.

Profilering
Dijsselbloem vindt dat er bij de evaluatie van het provisieverbod vooral aandacht moet worden besteed aan de vraag in hoeverre de gewenste cultuurverandering in de financiële dienstverlening heeft plaatsgevonden. In een interview in am:magazine richtte Dijsselbloem zich als volgt tot de branche: “Je kunt twee dingen doen. Of al je energie richten op de overheid met al zijn regels, kosten en toezicht. Of je zegt: we begrijpen nu waarom de overheid er zo bovenop zit en wij gaan onze energie richten op dat klantbelang en het terugwinnen van vertrouwen.

Zou het binnen dat kader niet goed zijn als sleutelfiguren zich juist gezamenlijk concentreren op een oplossing om de toegankelijkheid van advies voor de zwakke consument echt te borgen in plaats van te blijven spiegelen aan een oud verdienmodel? Een model voor Pro Deo Financieel Advies is dan slechts een denkrichting die samen – of door één enkele marktpartij die zich als MVO organisatie wil profileren – opgepakt kan worden.

Eerste publicatie door (am:web)

Amsterdam, 1 augustus 2017

Vennootschap met een sociaal oogmerk

Er is veel te doen over de gevolgen voor de machtsverhoudingen van de concentratie van vermogens. Of de beheerders daarvan in de politieke en corporate wereld. Bij veel mensen groeit het gevoel dat zij helemaal niet zo vrij zijn als zij wel dachten. Dat niet hun belangen als klant maar hun productcapaciteit als economische slaaf centraal staat.

Ook de financiële sector worstelt met de gevolgen. Vaak wordt er naar de bestuurders gewezen met de beschuldigende vinger. De sector kampt nog steeds met een diepe vertrouwenscrisis. Nadat het vertrouwen in verzekeraars weer ging dalen medio 2016, lijkt de sector gestopt met het laten meten van de index van het Consumentenvertrouwen in verzekeraars. De consument vindt het helemaal niet fijn dat ze verzekerd zijn. Althans, niet bij de huidige marktpartijen! a.s.r. lijkt de uitdaging wel begrepen te hebben en komt met “Het andere bewijs”

Solidariteit ligt ten grondslag aan de verzekeringsbedrijfstak. Voor herstel van de reputatie lijkt het niet noodzakelijk om genetische manipulatie toe te passen: het sociale DNA vormt tenslotte het fundamentele bestaansrecht van de sector. Moeten wij de beheerders dan vervangen of zijn er nieuwe wegen die het verschil maken, omdat het anders kan?

De vennootschap met een sociaal oogmerk
Verzekeraars vervullen een belangrijke maatschappelijk rol. Zij behoren als het waren tot de infrastructuur voor een goed functionerende samenleving waarbinnen menselijke waardigheid centraal staat. Het bestuur en beheer van dit soort organisatie kan je niet overlaten aan de volledige vrije markt. Als je wil dat de menselijke waarde of klant echt centraal blijft staan, dan is het noodzakelijk om beperkende wetten en regels te ontwikkelen. Alleen dan kan je de veel geprezen voordelen van de vrije markt effectief richten en de overheersende managementfilosofie, waarbij de belangen van de aandeelhouder centraal staan, ‘genetisch manipuleren’.

Een mogelijke oplossing is de inrichting van een variant op de bestaande vennootschapsvormen: de vennootschap met sociaal oogmerk (VSO). Een variant die bekend is bij onze zuiderburen en die met enige aanpassingen zeer goed ingezet kan worden in Nederland. Een vennootschapsvorm die gekozen kan worden door ondernemingen die deel uitmaken van de maatschappelijke infrastructuur: verzekeraars, systeembanken, gas-, water- en elektriciteitsbedrijven, zorgverleners, e.a.

In de VSO mag de winst niet of slechts voor een beperkt percentage uitgekeerd worden aan de aandeelhouders. De inkomsten moeten besteed worden om het sociaal doel van de VSO te verwezenlijken. Daartoe moeten de VSO’s een aantal extra voorwaarden opnemen in hun statuten die de winstuitkering beperken en het sociale doel duidelijk beschrijven. Jaarlijkse dienen zij in het jaarverslag aan te geven welke bijdrage(n) zij hebben geleverd aan dit sociale doel. En:

  • Geen van de aandeelhouders mag meer dan 10% van het aantal stemmen in de algemene vergadering van aandeelhouders hebben en de werknemers moeten samen ook één van de aandeelhouders zijn.
  • De winstuitkering is gelijk aan de geldende rentevoet – afgeleid van de rente op staatsobligaties met een langere renteperiode vermeerderd met een risico-opslag van één of een zeer beperkt aantal procenten – die jaarlijks wordt vastgesteld door politiek Den Haag.
  • De primaire arbeidsvoorwaarden zijn gebonden aan regelgeving (maximering) om te voorkomen dat overtollige financiële middelen worden afgeroomd ten gunste van de bestuurders en medewerkers.
  • De vennootschap is uiteraard gevestigd in Nederland.

De vraag is vervolgens of je zo’n vennootschapsvorm verplicht moet stellen of alleen het gebruik ervan moet stimuleren. Door alleen het gebruik te stimuleren en de extra waarde van deze vennootschap kenbaar te maken aan de consument, leg je de macht neer bij diezelfde consument en blijft de sturende rol van de overheid beperkt.

Stimuli
Om het vrijwillige gebruik van de VSO te stimuleren, is het wenselijk een uitgebalanceerd pakket aan stimuli te ontwerpen. De VSO moet een keurmerk uitstraling krijgen, waarbij de VSO zelf en haar klanten direct voordeel ervaren. Kiezen voor een VSO is kiezen voor jezelf!

Als algemene maatregel kan de VSO een korting op de vennootschapsbelasting in het vooruitzicht gesteld worden. Andere stimuli kunnen gevonden binnen het stelsel van de werkgeverslasten of vrijstelling van BTW bij duurzame investeringen. De klant kan vervolgens profiteren van (extra) voordeel indien gekozen wordt voor een VSO door een verlaging van BTW of de assurantiebelasting.

Samen verder bouwen
De VSO naar Belgisch voorbeeld is maar een denkrichting. Ik nodig iedereen uit verder te bouwen aan een vennootschap met een sociaal oogmerk en de grenzen te verkennen: Nieuwe wegen vinden en het verschil maken, omdat het anders kan. Een weg waarbij de macht bij de vrije consument komt te liggen. Omdat de keuzevrijheid van de klant centraal staat.

Eerste publicatie door (am:web)

Amsterdam, 12 juli 2017

Demands attention: Nationaal ZorgFonds

Inmiddels is er een 1ste innovatieagenda voor de verzekeringssector en gaan verzekeraars samen aan de slag met nieuwe marktmogelijkheden en kennisdeling. Iedereen praat over innovatie. Vaak om publicitaire reden of omdat het moet. Tot op heden is echter de wetgeving de belangrijkste reden voor organisaties om te veranderen. Al doet het Verbond de grootste moeite om de wetgeving als grootste belemmering weg te zetten. Logisch, want iedere (top)manager is opgeleid om de doelen van de aandeelhouder te realiseren en ‘te leveren’. Niet om leiding te geven aan een onzekere ontdekkingsreis. Aandacht voor echte innovatieve ideeën, die ook nog eens aansluiten bij de wensen van de klant, is er dan ook nauwelijks. Zeker niet als het kannibalistisch effect van zo’n idee een gehele bedrijfstak binnen 4 tot 8 jaar overbodig maakt.
 
Solidariteit ligt ten grondslag aan de verzekeringsbedrijftak. Vanuit deze optie is het eigenlijk vreemd (of juist veelzeggend) dat de neoliberale politieke stroming op veel steun kan rekenen. Gelijktijdig is er niet of nauwelijks aandacht voor innovatieve ideeën die een meer socialistisch karakter hebben zoals bijvoorbeeld het Nationaal Zorgfonds.
 
Een brede maatschappelijke beweging
Het Nationaal ZorgFonds is een maatschappelijke beweging waar inmiddels meer dan 222.000 mensen hun steun aan hebben gegeven. Naast initiatiefnemer SP zijn de politieke partijen 50PLUS en de Partij voor de Dieren en maatschappelijke organisaties als KBO-Brabant, FNV Zorg en Welzijn, FNV Senioren en Omroep Max aangesloten. In Nederland moet je kunnen rekenen op de zorg die je nodig hebt, zonder eigen risico. Zo simpel is het.
 
Niemand kan tegen de uitgangspunten zijn die zijn vastgelegd in de uitwerking van het plan in ‘Bouwstenen‘. Uit een onderzoek van bureau Ipsos (bron: am:web) voor dagblad Trouw blijkt ook dat Nederlanders weinig vertrouwen hebben in het huidige zorgstelsel. Meer dan de helft van alle Nederlanders (57%) wil dat de overheid de zorg weer gaat regelen, in plaats van de verzekeraars. Ook het Nationaal Zorgfonds heeft een peiling laten uitvoeren. Deze peiling is uitgevoerd door Maurice de Hond. Er is maar één conclusie mogelijk: Nederland wil het Nationaal ZorgFonds!
 
Money talks?
De neoliberaal gekleurde verzekeringssector zwijgt en heeft geen aandacht voor het innovatieve idee dat kan rekenen op een breed maatschappelijk draagvlak. De populistische trend van de deeleconomie wordt spontaan geassocieerd met opkomende virtuele platformen zoals Uber en Airbnb, maar waarom niet met het Nationaal ZorgFonds?
 
Ligt de verklaring daarvoor welllicht in de financiële onderbouwing op hoofdlijnen?
· De directe kosten dalen door procesoptimalisatie en capaciteitsplanning.
· De zorgverzekeraars houden op te bestaan en de (deels overbodige) opgebouwde reserves vallen vrij.
· De rol van de toezichthouders DNB, AFM, NZa en ACM vervalt. Zij worden simpelweg overbodig. Geen concurrentie meer maar samenwerking tussen zorgaanbieders en minder bureaucratie omdat er nog maar één opdrachtgever is.
 
Niet alleen komen de bedrijfskosten van de huidige zorgverzekeraars volledige te vervallen (ongeveer € 1,5 miljard), ook de (deels overbodige) opgebouwde reserves van zo’n € 11 miljard euro vallen vrij. De bedragen die genoemd worden in de financiële onderbouwing lijken conservatief. Op basis van DNB data valt de berekende besparing en vrijval van totaal € 12,5 miljard waarschijnlijk nog wel zo’n € 500 miljoen hoger uit.
 
Er is ook een groot verschil tussen de bedrijfskosten voor de gereguleerde basisverzekering en voor de ‘vrije’ aanvullende verzekeringen. Bij de basisverzekering bedragen de kosten nog geen 3%. Bij de aanvullende verzekeringen is er volop ruimte om op te grote voet te leven, waardoor de bedrijfskosten oplopen naar meer dan 11% van de premie. Het is wel prettig voor de verzekeraars – waar veel oud politici terug vinden – om onder een neo-liberale paraplu de basisverzekering verder uit te hollen en dekkingen over te hevelen naar een duurder wordende aanvullende verzekering.
 
De reserves die vrij vallen worden overigens deels ingezet voor de financiering van de transitie. Uit dit Transitiefonds zal de omslag waaronder de kosten van een Sociaal Plan gefinancierd worden. De reserves zijn ook niet meer allemaal noodzakelijk. Simpelweg omdat de private zorgverzekeraars verdwijnen en de financiële zekerheden vanuit Solvency II niet meer van toepassing zijn.
 
De vraag is natuurlijk of de circa 5 miljard aan doorlopende besparingen hard genoeg en voldoende zijn om de tweede pijler onder het plan te financieren: het laten vervallen van het eigen risico op de basisverzekering van € 385,-. Hiervoor reserveren de initiatiefnemers € 3,2 miljard. Voor het Transitiefonds wordt een bedrag van bijna € 3 miljard gereserveerd terwijl er zo’n € 11 miljard vrij valt. Er lijkt dus voldoende ruimte in de plannen aanwezig om tegenvallende besparingen of tegenvallende uitvoerings- of transitiekosten op te kunnen vangen.
 
Vallen de kosten of opbrengsten toch nog tegen, dan kunnen er altijd politieke keuzes gemaakt worden: € 3,2 miljard voor het laten vervallen van het eigen risico of bijvoorbeeld € 4,5 miljard investeren voor 37 JSF’s waarvoor de jaarlijkse onderhoudskosten 3x hoger uitvallen dat de verwachte uitvoeringskosten van het Nationaal ZorgFonds?
 
Demands attention
Het Nationaal ZorgFonds lijkt een innovatief initiatief te zijn dat steun verdient uit de financiële sector. De initiatiefnemers voeren ook graag discussie over de uitvoering en de invoering en nodigen iedereen uit mee te bouwen. Maar wie in de sector wil mee bouwen aan zorgstelsel waar geen plaats is voor de huidige aanbieders? Ook de wegvallende toezichthouders zullen niet snel genegen zijn een positief geluid te laten horen. Een uitdaging voor de deskundige en onafhankelijke financiële adviseurs om de regie vanuit de sector op zich te nemen en mee te helpen nieuwe wegen te vinden? Belijden… beleven… of doen?

Eerste publicatie door am:web

Amsterdam, 16 juni 2017

De beste mensen voor 2017!

Nieuwe wegen vinden en het verschil maken, omdat het anders kan. Vanuit mijn DNA ben ik gewend voor mijn opdrachtgevers naar voren te kijken. Soms een lastige opgave in een branche die vooral juridisch, actuarieel en financieel geschoold is. Disciplines bevolkt door personen die waarschijnlijk vanaf hun middelbare school periode gewend zijn alleen maar naar het verleden te kijken.

Ik zie het terug in mijn groeiende opdrachten portfolio. Steeds minder werk ik voor de corporate verzekeraars, steeds meer samen met de ondernemers in de bemiddelingsbranche. Steeds dichter kruip ik tegen de consument aan die bij mijn opdrachtgevers echt centraal is komen te staan.

Een klant, die verzekeren niet leuk of interessant vind. Het is een noodzakelijk kwaad. Je sluit een verzekering af en vertrouwd erop dat de verzekeraar uitkeert op het moment er per ongeluk toch iets zou gebeuren.

Vertrouwen is een maatstaf voor het geloof in de eerlijkheid van de ander. Zonder vertrouwen is er geen basis voor verzekeren. Het solidariteitsbeginsel – het principe dat we voor elkaar zorgen, gefinancierd door iedereen – is de tweede heipaal die ervoor zorgt dat de branche niet in het moeras wegzakt. Eigenlijk is verzekeren de oudste (oer)vorm van de moderne deeleconomie, waarbij delen en collectief consumeren centraal staan. Initiatieven als AirBNB, Snappcar, Van de Bron en Peerby zijn geen sociologische innovaties maar slechts andere verschijningsvormen die aansluiten op intrinsieke motieven.

Branche geregeerd door ikonomen
In de ons achterliggende periode is de branche geregeerd vanuit de ‘ikonomie’. Door de naoorlogse protestgeneratie en hun kinderen uit de pragmatische generatie. De focus op zelfontplooiing en zelfverrijking is bij deze generaties zo groot, dat zij nauwelijks tijd hebben voor elkaar, laat staan voor de geld jattende klant, de provisie verslindende assurantieadviseur of bijvoorbeeld de niet-wetende kiezer. De motieven van de ikonomen vormen de grootste bedreiging voor de branche. Zij leggen de bijl aan de wortels van vertrouwen en solidariteit. Onder aanvoering van de ikonomen is de vertrouwensindex gedaald tot (ver) onder het nulpunt. Trots melden de ikonomen dat de index stijgt en dat zij goed bezig zijn, terwijl de index nog steeds negatief is en hen zelfs verweten wordt een belangrijkste factor te zijn in de opkomst van het populisme in Europa.

Herstel van oude normen en waarden
De klant vraagt om verandering! Een deeleconomie die – zoals blockchain technologie – alleen succesvol kan opereren binnen een transparante omgeving waarin mensen elkaar vertrouwen en solidair zijn. Eigenlijk vraagt de klant van verzekeraars geen innovatie of nieuwe wegen. De klant van morgen vraagt herstel van de oude normen en waarde! En alleen omdat ik jullie mensen toch niet vertrouw, praat ik tot die tijd net zo lief met een chatbot.

Voor 2017 wensen wij de verzekeraars de beste mensen! Minder ikonomen die aan zichzelf denken:

  • Die winsten behaald in het verleden al hebben uitgegeven en als de zon even wat minder schijnt wegduiken achter definities en de klant terneergeslagen achter laten of gelijk de premies verhogen.
  • Die daarbij uitspraken van de geschillencommissie negeren en aanvechten als deze door het collectieve karakter te veel geld kunnen gaan kosten.
  • Die de klant korten op de uitkering als hij jaren later ontredderd bij schade het verkeerde herstelbedrijf inschakelt, omdat hij de kleine (of meestal verborgen) lettertjes vergeten is en niet wekelijks de website van de verzekeraar volgt voor het laatste nieuws of aanpassingen.
  • Die de provisie van hun businesspartners – en daarmee de inkomsten en pensioenwaarde van het bedrijf – oplopende tot 25%, verlagen.
  • Die saneren om ervoor te zorgen dat zij onder minder medewerkers zichzelf toch net iets meer kunnen geven.
  • Die onkruid liever later woekeren en de kosten van bestrijding over laten aan het nageslacht.

Minder ikonomen die niet te vertrouwen zijn en meer mensen die niet alleen in woorden, maar in transparante daden aantoonbaar werken aan herstel van vertrouwen.

De beste mensen voor 2017!

Eerste publicatie door am:web

Amsterdam, 12 december 2016