Performancemonitor Volmacht 2017 (Schade)

Op verzoek van de NVGA heeft KoKo Kroup de performance van de leden van de NVGA over het boekjaar 2017 inzichtelijk gemaakt en vergeleken met de performance van alle verzekeraars tezamen en individuele verzekeraars actief in de volmachtmarkt.

De volmachtmarkt kent binnen de grootste verzekeringsbranches een lager dan gemiddelde schaderatio in het boekjaar 2017 en het marktaandeel van de NVGA-leden is verder gestegen tot 28,1% aan premievolume schadeverzekeringen. De NVGA is verheugd dat het beleid van de afgelopen jaren ertoe heeft bijgedragen dat de volmachtmarkt in 2017 een positieve bijdrage heeft geleverd aan de gemiddelde schaderatio. De NVGA realiseert zich dat één waarnemingsjaar nog onvoldoende is voor een fundamentele eindconclusie.

Ook blijkt uit het rapport dat meer inzicht in de kostenstructuur noodzakelijk is om tot een verantwoord vergelijk te komen.

Daarom zal de NVGA onderzoeken op welke wijze zij opvolging kan geven aan de door KoKo Kroup aangegeven verbeterpunten, bijvoorbeeld binnen de nieuw te ontwikkelen geïndividualiseerde beloningsstructuur. Het is aan de verzekeraars en DNB om te bepalen of en zo ja, op welke wijze zij een verdere bijdrage willen leveren aan ‘toenemend inzicht’.

De NVGA wil naar alle stakeholders transparantie bieden over de performance van haar leden. De Performancemonitor Volmacht 2017 (Schade) is dan ook voor iedereen beschikbaar en kan worden gedownload via de website van de NVGA. De NVGA zal ieder jaar de Performancemonitor Volmacht (Schade) in het najaar publiceren, kort nadat DNB de markttabellen via haar website beschikbaar heeft gesteld.

Amsterdam, 8 november 2018

Verzekeraars zijn binnenvetters.

DNB oefent toezicht uit op de Nederlandse verzekeringssector. Voor het grootste gedeelte van de sector is dit op basis van Solvency II, het nieuwe risico gebaseerde toezichtraamwerk dat is ingegaan per 1 januari 2016.

Op 3 augustus 2018 jongstleden heeft de DNB de cijfers van verzekeraars gepubliceerd over 2017. Onder andere over de Premies, schaden en kosten van verzekeraars per branche. De nieuwe reeks (Solvency II) kent inmiddels twee waarnemingsjaren. Goed moment om de meetlat langs de kluwen van data te leggen en witte hapklare informatie te rapporteren. Want transparantie is één van de kernwaarden van KoKo Kroup.

Bruto cijfers van het directe bedrijf voor herverzekering

Bij de analyse is uitgegaan van de bruto cijfers van het directe bedrijf voor herverzekering. Herverzekering is een balans-instrument om het vermogen van een verzekeraar te beschermen. Veel verzekeraars betalen daarnaast bewust te veel herverzekeringspremie, omdat zij daarmee een deel van de winst laten vallen bij het moederbedrijf in het buitenland of de herverzekeringsdochter(s) in (fiscaal) aantrekkelijke landen. Door uit te gaan van de bruto cijfers voor herverzekering is een zuivere vergelijking op basis van performance indicatoren mogelijk.

Ook de activiteiten als herverzekeraar (geaccepteerde niet-proportionele herverzekering) zijn buiten beschouwing gelaten. 

Marktomvang

De totale markt voor schadeverzekering (exclusief ziektekosten / medisch kosten) is in 2017 gegroeid met € 249 miljoen (2,3%). De totale omvang (bruto geboekte premie) bedraag nu bijna € 11 miljard. De groei komt bijna volledig voor rekening van de branches waar premieverhogingen zijn doorgevoerd: Aansprakelijkheid Motorrijtuigen (+ € 137 miljoen) en Brand (+ € 100 miljoen). Het effect van de doorgevoerde premieverhogingen zal nog niet volledig in de cijfers verwerkt zijn. De aanpassingen worden over het algemeen doorgevoerd per contractvervaldatum.

Het premievolume binnen de branche Krediet en borgtocht is nagenoeg gehalveerd tot € 23 miljoen, nadat de NV Nationale Borg-Maatschappij door een fusie is opgegaan in AmTrust International Underwriters DAC (AIU), een verzekeringmaatschappij, gevestigd in Dublin.

Na de overname van Generali door ASR  en Delta Lloyd door Nationale-Nederlanden, ontstaat een oligopolistische markt. Meestal wordt een markt als oligopolie beschouwd wanneer de C4-index (concentratiegraad c.q. marktaandeel van de 4 grootste marktpartijen) groter is dan circa 70%. De vier grootste marktpartijen (concernniveau) en hun marktaandelen zijn:

  1. Achmea: 26%
  2. Nationale Nederlanden (incl. Delta Lloyd): 20%
  3. ASR (incl. Generali): 16%
  4. Univé (verzamelde bedrijven): 5%

Bij een eventuele overname van Reaal  door één van de top drie verzekeringsconcerns, bereikt de C4-index een nog ongezondere waarde van 72%!

De grote verliezer van 2017 is Aegon Schadeverzekering. Deze maatschappij zag het premievolume met 41% teruglopen.  De vijf grootste stijgers, maar voorlopig nog op zeer grote afstand van de top 3, zijn:

  • Klaverblad: + 10,2%
  • Noordhollandsche van 1816: +9,7%
  • Bovemij: +9,3%
  • TVM: +8,9%
  • Goudse: +6,7%

Kostenefficiency

Verzekeraars zijn er nog steeds niet in geslaagd significante efficiencyverbeteringen te realiseren. Ondanks massa-ontslagen en vergaande consolidatie, zijn de totale interne kosten in 2017 gestegen met € 31 miljoen. Dankzij de doorgevoerde premieverhogingen, zijn de interne kosten procentueel gelijk gebleven (15,3% van de bruto geboekte premie).

Binnen Solvency II, het nieuwe risico gebaseerde toezichtraamwerk, worden verschillende kostencategorieën onderscheiden:

De interne kostencategorieën:

  • Administratiekosten
  • Vermogensbeheerkosten
  • Schadebehandelingskosten
  • Overheadkosten

En daarnaast de Acquisitiekosten, waaronder de provisie en tekencommissie worden verantwoord.

Uitgedrukt in een percentage van de bruto geboekte premie zijn de interne kosten per branche als volgt verdeeld:

De interne kosten binnen de branche Krediet en borgtocht vertonen een sterk afwijkend en niet consistent beeld en worden om die reden niet apart weergegeven.

De acquisitiekosten (voornamelijk provisies en tekencommissies) zijn – ondanks de doorgevoerde premieverhogingen – wel gedaald met € 21 miljoen . Dankzij aangepaste provisieregelingen en volmachtovereenkomsten, zijn de acquisitiekosten gedaald met 0,7% van de bruto geboekte premie. De sterkste daling zijn wij bij de branches Brand (minus 1,3%-punt) en Algemene Aansprakelijkheid (minus 1,5%-punt)

Het effect van de doorgevoerde premieverhogingen en verlaging van de acquisitiekosten zal nog niet volledig zichtbaar zijn binnen de verschillende kostencategorieën.  De aanpassingen worden over het algemeen doorgevoerd per contractvervaldatum.

Spaargeld

De solvabiliteitskapitaalvereiste (SKV) van de schadeverzekeraars is in 2017 ligt gedaald. Deze daling komt voornamelijk door een afname van het Tegenpartijkredietrisico (o.a. rekening courant tussen verzekeraars en bemiddelaars / gevolmachtigden) en een daling van het Schadeverzekeringstechnisch risico.

De solvabiliteitskapitaalvereiste (SKV) van de vier grootste marktpartijen (concernniveau) is in 2017 gestegen met 1,3%. Gelijktijdig is het totaal beschikbaar eigen vermogen om te voldoen aan het solvabiliteitskapitaalvereiste bij deze partijen gestegen met 3,1%. Het vermogensoverschot van de vier grootste partijen is opgelopen tot bijna € 1,5 miljard per ultimo 2017.

Conclusie(s)

Alleen als consumenten, bedrijven en instellingen voldoende keuzemogelijkheden hebben, is er voldoende marktwerking. Het heeft er alle schijn van dat de schadeverzekeringsmarkt zich verder transformeert naar een introvert en inefficient oligopolie waarbij het klantbelang en het herstel van vertrouwen niet of niet voldoende centraal staat. Het is jammer dat de transparantie beperkt blijft en niet alle data ook per individuele verzekeraar gepubliceerd wordt.

Amsterdam, 6  augustus 2018

 

 

Onderzoek Particuliere aansprakelijkheidsverzekeringen

KoKo Kroup heeft in september een onderzoek uitgevoerd naar de markt voor particuliere aansprakelijkheidsverzekeringen. Op basis van desk research (inclusief een uitgebreide premie- en voorwaardenvergelijking) aangevuld met analyses door KoKo Kroup van schaden en polissen bij gevolmachtigden, trekt KoKo Kroup een aantal conclusies.

Productdifferentiatie
Productdifferentiatie is niet of nauwelijks aanwezig. Toch zijn de prijsverschillen erg groot en lijkt er geen correlatie te bestaan tussen de kwaliteit van de dekking, het eigen risico en de hoogte van de premiestelling. Het is daarom de vraag:

  • of de markt voldoende transparant is voor de consument om de juiste keuze te maken;
  • of de juiste keuzes door óf voor de consument gemaakt worden (klant belang centraal);
  • of de concurrentie tussen aanbieders en de marktwerking wel voldoende is;
  • of de consument zich voldoende laat adviseren.

Meest actuele product
Een groot aantal verzekeringnemers kan een nieuwe kwalitatief uitgebreidere en/of goedkopere aansprakelijkheidsverzekering afsluiten, indien zij overstappen naar een andere aanbieder of het meeste actuele product van de huidige aanbieder.

Indien het klantbelang centraal staat zouden verzekeraars én adviseurs:

  • hun verzekeringnemers met een te laag verzekerd bedrag een nieuwe polis moeten aan te bieden;
  • de premiegrondslagen periodiek moeten actualiseren zodat bijvoorbeeld geen hoogbejaarden nog extra premie betalen voor het meeverzekeren van inwonende kinderen;
  • de meest actuele producten actief aan moeten bieden aan verzekeringnemers.

Risicofactoren
Een ‘nieuw’ (fraude) fenomeen in opkomst lijkt het aantal schaden aan mobiele apparatuur. Veroorzaakt door verzekerden: kinderen (uit logeren), bezoekers of veganistische huisdieren met een sterke voorkeur voor Appels. Huisdieren, honden in het bijzonder, blijkt een overigens een veel grotere risicofactor.

Rendementsverbetering
Aanbieders kunnen een daling van de schadelast én de kosten realiseren door uitbesteding van werkzaamheden aan gevolmachtigden.

Bestellen
U kunt het volledig “Productdossier AVP 2017-09” bestellen voor € 425,- exclusief BTW door een e-mail te sturen naar info@kokokroup.nl o.v.v. de titel van het rapport en uw factuurgegevens.

Amsterdam, 1 november 2017

Pro Deo Advies?

In 2017 wordt het verbod op provisie geëvalueerd. De AFM heeft onderzoeksbureau Decisio toestemming gegeven om via haar nieuwsbrief en website adviseurs en bemiddelaars op te roepen deel te nemen aan een onderzoek over de markteffecten van het provisieverbod voor financiële dienstverlening. Bij deze evaluatie zal het de kunst zijn om emoties, belangen en feiten te scheiden. Schrijf een artikel over het verdienmodel van het intermediair en het gebruik van het woord provisie staat garant voor veel lezers en ongenuanceerde emotionele reactie. Waarbij vaak de inhoud niet tot onvoldoende opgenomen wordt, maar respondenten gelijk op de man spelen.

In 2017 wordt het verbod op provisie geëvalueerd. De AFM heeft onderzoeksbureau Decisio toestemming gegeven om via haar nieuwsbrief en website adviseurs en bemiddelaars op te roepen deel te nemen aan een onderzoek over de markteffecten van het provisieverbod voor financiële dienstverlening.

Bij deze evaluatie zal het de kunst zijn om emoties, belangen en feiten te scheiden. Schrijf een artikel over het verdienmodel van het intermediair en het gebruik van het woord provisie staat garant voor veel lezers en ongenuanceerde emotionele reactie. Waarbij vaak de inhoud niet tot onvoldoende opgenomen wordt, maar respondenten gelijk op de man spelen.

Veel reacties richten zich niet op de werkelijke motieven en actoren die waarschijnlijk aan het verbod ten grondslag hebben gelegen, maar op de ongewenste gevolgen voor de zwakke consument. Plat gezegd: we praten niet over de oorspronkelijke leitmotieven die betrekking hebben op de kwaliteit van advies, de excessieve beloning en sturing van de ‘adviseur’ (die na het verkopen van het voor hem lucratieve product verdween en de nazorg vergat) door de maatschappijen. Die doelstellingen zijn overduidelijk gerealiseerd. De branche is schoner, hoewel er nog steeds veel onzinnige (schade)verzekeringen of te dure dekkingen worden verkocht.

Nee, wij praten vooral over de belangrijke nadelen: is advies nog wel toegankelijk en betaalbaar voor iedereen? Een kleine greep uit de conclusies door ‘sleutelfiguren’ die op am:web werden gepubliceerd:

  • De invoering van het provisieverbod heeft er in een aantal segmenten toe geleid, dat er minder financiële producten worden afgesloten. Dit verhoogt het risico op onderverzekering of onverzekerbaarheid.
  • Consumenten stellen het vragen van advies uit of zien daar geheel van af.

 

Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat over de rug van de kwetsbare klant een discussie gevoerd wordt die eigenlijk gaat over de eigen beloning. De beloning is gedaald en veel adviseur hebben moeite met het over de bühne brengen van hun toegevoegde waarde. Daarbij ligt de focus nog steeds veel te veel op de administratieve uitvoering als tussenschakel onder de noemer van bemiddeling. Hiervoor kan je toch echt geen uurtarief rekenen van veel meer dan enkele tientjes. Op zulke momenten is het wel fijn dat de beloning voor de eigen werkzaamheden verdisconteerd zit in de prijs van het product.

De oplossing is niet verlangen naar het verleden. Is daar de consument het meest bij gebaat of de bemiddelaar? Als de toegankelijkheid van advies echt een issue is, dan moet gezocht worden naar andere bedieningsconcepten, een goedkoper uitvoering door modernisering van werkmethoden en realistischere tarieven die passen bij het soort werk. Bemiddeling en advies zijn twee verschillende activiteiten en binnen de verdigitaliseerde maatschappij kan je gewoon weg geen tarief hanteren dat is afgeleid van de oude (bovenmatige) provisieverdiensten.

Daarnaast heeft de branche een gemeenschappelijke maatschappelijke verantwoordelijkheid om de toegankelijkheid van advies voor de zwakke consument echt te borgen. Dat kan bijvoorbeeld door de introductie van een model voor Pro Deo advies.

Wie heeft er recht op hulp?
Een groeiend en groot aantal mensen heeft behoefte aan advies, maar wie kunnen de daaraan verbonden financiële lasten niet (meer) dragen? Kennis, zelfwerkzaamheid of inkomen zijn onvoldoende.

Gelijktijdig stijgt de noodzaak voor professionele begeleiding door veranderende arbeidsverhoudingen (niet vrijwillig gekozen ZZP-ers in de Bouw en Zorg zonder pensioen of voorziening bij ziekte of arbeidsongeschiktheid), de afbraak en/of individualisering van de sociale zekerheid of de ‘eigen verantwoordelijk’ van de ontslagen alleenstaande medewerker van een verzekeringsmaatschappij die de uitvaartverzekering van haar en haar kinderen maar zelf moet verzekeren.

Binnen een model voor Pro Deo Financieel Advies wordt de toegankelijkheid en kwaliteit van advies geborgd:

  • door advies uit te laten voeren op persoonlijke titel door geselecteerde deskundige adviseurs; De aanstelling van adviseurs geschiedt op persoonlijke titel om de kwaliteit te waarborgen en niet afhankelijk te zijn van het beleid en de kwaliteit van een organisatie. Bijvoorbeeld gecertificeerde Financieel Planners of erkend Hypotheek Adviseurs;
  • door vooraf de tarieven voor uitvoering vast te leggen;
  • door de uitvoeringskosten te vergoeden.

Consumenten komen in aanmerking voor vergoeding van de kosten indien het inkomen niet te hoog is. Je kan daarvoor prima aansluiting zoeken bij de regeling voor Huurtoeslag: het inkomen en het vermogen mag – afhankelijk van leeftijd en woonsituatie – niet te hoog zijn. De adviseur beoordeelt of klant voldoet aan criteria en voert het werk uit. Vervolgens declareert de adviseur (met bewijzen inzake inkomen en werkzaamheden) het vastgelegde tarief bij de uitvoeringsinstantie. De uitvoeringsinstantie kan de kwaliteit van advies bij de klant eventueel controleren aan de hand van een klanttevredenheidsonderzoek en uiteraard dient er een ‘klachtenprocedure’ gevolgd te kunnen worden.

De uitvoeringsinstantie kent vaste fatsoenlijke tarieven voor full service: intake en feed back, inventariseren/ analyseren / beoordelen, vergelijken en adviseren, afsluiten / bemiddelen en nazorg. De vaste tarieven worden jaarlijks opnieuw vastgesteld. De noodzakelijke financiële middelen komen beschikbaar door donaties van aanbieders, brancheorganisatie, overheden en overige organisatie en instelling. Hoewel je natuurlijk ook nog kan denken aan een vorm van solidariteitsheffing.

Profilering
Dijsselbloem vindt dat er bij de evaluatie van het provisieverbod vooral aandacht moet worden besteed aan de vraag in hoeverre de gewenste cultuurverandering in de financiële dienstverlening heeft plaatsgevonden. In een interview in am:magazine richtte Dijsselbloem zich als volgt tot de branche: “Je kunt twee dingen doen. Of al je energie richten op de overheid met al zijn regels, kosten en toezicht. Of je zegt: we begrijpen nu waarom de overheid er zo bovenop zit en wij gaan onze energie richten op dat klantbelang en het terugwinnen van vertrouwen.

Zou het binnen dat kader niet goed zijn als sleutelfiguren zich juist gezamenlijk concentreren op een oplossing om de toegankelijkheid van advies voor de zwakke consument echt te borgen in plaats van te blijven spiegelen aan een oud verdienmodel? Een model voor Pro Deo Financieel Advies is dan slechts een denkrichting die samen – of door één enkele marktpartij die zich als MVO organisatie wil profileren – opgepakt kan worden.

Eerste publicatie door (am:web)

Amsterdam, 1 augustus 2017

Vennootschap met een sociaal oogmerk

Er is veel te doen over de gevolgen voor de machtsverhoudingen van de concentratie van vermogens. Of de beheerders daarvan in de politieke en corporate wereld. Bij veel mensen groeit het gevoel dat zij helemaal niet zo vrij zijn als zij wel dachten. Dat niet hun belangen als klant maar hun productcapaciteit als economische slaaf centraal staat.

Ook de financiële sector worstelt met de gevolgen. Vaak wordt er naar de bestuurders gewezen met de beschuldigende vinger. De sector kampt nog steeds met een diepe vertrouwenscrisis. Nadat het vertrouwen in verzekeraars weer ging dalen medio 2016, lijkt de sector gestopt met het laten meten van de index van het Consumentenvertrouwen in verzekeraars. De consument vindt het helemaal niet fijn dat ze verzekerd zijn. Althans, niet bij de huidige marktpartijen! a.s.r. lijkt de uitdaging wel begrepen te hebben en komt met “Het andere bewijs”

Solidariteit ligt ten grondslag aan de verzekeringsbedrijfstak. Voor herstel van de reputatie lijkt het niet noodzakelijk om genetische manipulatie toe te passen: het sociale DNA vormt tenslotte het fundamentele bestaansrecht van de sector. Moeten wij de beheerders dan vervangen of zijn er nieuwe wegen die het verschil maken, omdat het anders kan?

De vennootschap met een sociaal oogmerk
Verzekeraars vervullen een belangrijke maatschappelijk rol. Zij behoren als het waren tot de infrastructuur voor een goed functionerende samenleving waarbinnen menselijke waardigheid centraal staat. Het bestuur en beheer van dit soort organisatie kan je niet overlaten aan de volledige vrije markt. Als je wil dat de menselijke waarde of klant echt centraal blijft staan, dan is het noodzakelijk om beperkende wetten en regels te ontwikkelen. Alleen dan kan je de veel geprezen voordelen van de vrije markt effectief richten en de overheersende managementfilosofie, waarbij de belangen van de aandeelhouder centraal staan, ‘genetisch manipuleren’.

Een mogelijke oplossing is de inrichting van een variant op de bestaande vennootschapsvormen: de vennootschap met sociaal oogmerk (VSO). Een variant die bekend is bij onze zuiderburen en die met enige aanpassingen zeer goed ingezet kan worden in Nederland. Een vennootschapsvorm die gekozen kan worden door ondernemingen die deel uitmaken van de maatschappelijke infrastructuur: verzekeraars, systeembanken, gas-, water- en elektriciteitsbedrijven, zorgverleners, e.a.

In de VSO mag de winst niet of slechts voor een beperkt percentage uitgekeerd worden aan de aandeelhouders. De inkomsten moeten besteed worden om het sociaal doel van de VSO te verwezenlijken. Daartoe moeten de VSO’s een aantal extra voorwaarden opnemen in hun statuten die de winstuitkering beperken en het sociale doel duidelijk beschrijven. Jaarlijkse dienen zij in het jaarverslag aan te geven welke bijdrage(n) zij hebben geleverd aan dit sociale doel. En:

  • Geen van de aandeelhouders mag meer dan 10% van het aantal stemmen in de algemene vergadering van aandeelhouders hebben en de werknemers moeten samen ook één van de aandeelhouders zijn.
  • De winstuitkering is gelijk aan de geldende rentevoet – afgeleid van de rente op staatsobligaties met een langere renteperiode vermeerderd met een risico-opslag van één of een zeer beperkt aantal procenten – die jaarlijks wordt vastgesteld door politiek Den Haag.
  • De primaire arbeidsvoorwaarden zijn gebonden aan regelgeving (maximering) om te voorkomen dat overtollige financiële middelen worden afgeroomd ten gunste van de bestuurders en medewerkers.
  • De vennootschap is uiteraard gevestigd in Nederland.

De vraag is vervolgens of je zo’n vennootschapsvorm verplicht moet stellen of alleen het gebruik ervan moet stimuleren. Door alleen het gebruik te stimuleren en de extra waarde van deze vennootschap kenbaar te maken aan de consument, leg je de macht neer bij diezelfde consument en blijft de sturende rol van de overheid beperkt.

Stimuli
Om het vrijwillige gebruik van de VSO te stimuleren, is het wenselijk een uitgebalanceerd pakket aan stimuli te ontwerpen. De VSO moet een keurmerk uitstraling krijgen, waarbij de VSO zelf en haar klanten direct voordeel ervaren. Kiezen voor een VSO is kiezen voor jezelf!

Als algemene maatregel kan de VSO een korting op de vennootschapsbelasting in het vooruitzicht gesteld worden. Andere stimuli kunnen gevonden binnen het stelsel van de werkgeverslasten of vrijstelling van BTW bij duurzame investeringen. De klant kan vervolgens profiteren van (extra) voordeel indien gekozen wordt voor een VSO door een verlaging van BTW of de assurantiebelasting.

Samen verder bouwen
De VSO naar Belgisch voorbeeld is maar een denkrichting. Ik nodig iedereen uit verder te bouwen aan een vennootschap met een sociaal oogmerk en de grenzen te verkennen: Nieuwe wegen vinden en het verschil maken, omdat het anders kan. Een weg waarbij de macht bij de vrije consument komt te liggen. Omdat de keuzevrijheid van de klant centraal staat.

Eerste publicatie door (am:web)

Amsterdam, 12 juli 2017

Demands attention: Nationaal ZorgFonds

Inmiddels is er een 1ste innovatieagenda voor de verzekeringssector en gaan verzekeraars samen aan de slag met nieuwe marktmogelijkheden en kennisdeling. Iedereen praat over innovatie. Vaak om publicitaire reden of omdat het moet. Tot op heden is echter de wetgeving de belangrijkste reden voor organisaties om te veranderen. Al doet het Verbond de grootste moeite om de wetgeving als grootste belemmering weg te zetten. Logisch, want iedere (top)manager is opgeleid om de doelen van de aandeelhouder te realiseren en ‘te leveren’. Niet om leiding te geven aan een onzekere ontdekkingsreis. Aandacht voor echte innovatieve ideeën, die ook nog eens aansluiten bij de wensen van de klant, is er dan ook nauwelijks. Zeker niet als het kannibalistisch effect van zo’n idee een gehele bedrijfstak binnen 4 tot 8 jaar overbodig maakt.
 
Solidariteit ligt ten grondslag aan de verzekeringsbedrijftak. Vanuit deze optie is het eigenlijk vreemd (of juist veelzeggend) dat de neoliberale politieke stroming op veel steun kan rekenen. Gelijktijdig is er niet of nauwelijks aandacht voor innovatieve ideeën die een meer socialistisch karakter hebben zoals bijvoorbeeld het Nationaal Zorgfonds.
 
Een brede maatschappelijke beweging
Het Nationaal ZorgFonds is een maatschappelijke beweging waar inmiddels meer dan 222.000 mensen hun steun aan hebben gegeven. Naast initiatiefnemer SP zijn de politieke partijen 50PLUS en de Partij voor de Dieren en maatschappelijke organisaties als KBO-Brabant, FNV Zorg en Welzijn, FNV Senioren en Omroep Max aangesloten. In Nederland moet je kunnen rekenen op de zorg die je nodig hebt, zonder eigen risico. Zo simpel is het.
 
Niemand kan tegen de uitgangspunten zijn die zijn vastgelegd in de uitwerking van het plan in ‘Bouwstenen‘. Uit een onderzoek van bureau Ipsos (bron: am:web) voor dagblad Trouw blijkt ook dat Nederlanders weinig vertrouwen hebben in het huidige zorgstelsel. Meer dan de helft van alle Nederlanders (57%) wil dat de overheid de zorg weer gaat regelen, in plaats van de verzekeraars. Ook het Nationaal Zorgfonds heeft een peiling laten uitvoeren. Deze peiling is uitgevoerd door Maurice de Hond. Er is maar één conclusie mogelijk: Nederland wil het Nationaal ZorgFonds!
 
Money talks?
De neoliberaal gekleurde verzekeringssector zwijgt en heeft geen aandacht voor het innovatieve idee dat kan rekenen op een breed maatschappelijk draagvlak. De populistische trend van de deeleconomie wordt spontaan geassocieerd met opkomende virtuele platformen zoals Uber en Airbnb, maar waarom niet met het Nationaal ZorgFonds?
 
Ligt de verklaring daarvoor welllicht in de financiële onderbouwing op hoofdlijnen?
· De directe kosten dalen door procesoptimalisatie en capaciteitsplanning.
· De zorgverzekeraars houden op te bestaan en de (deels overbodige) opgebouwde reserves vallen vrij.
· De rol van de toezichthouders DNB, AFM, NZa en ACM vervalt. Zij worden simpelweg overbodig. Geen concurrentie meer maar samenwerking tussen zorgaanbieders en minder bureaucratie omdat er nog maar één opdrachtgever is.
 
Niet alleen komen de bedrijfskosten van de huidige zorgverzekeraars volledige te vervallen (ongeveer € 1,5 miljard), ook de (deels overbodige) opgebouwde reserves van zo’n € 11 miljard euro vallen vrij. De bedragen die genoemd worden in de financiële onderbouwing lijken conservatief. Op basis van DNB data valt de berekende besparing en vrijval van totaal € 12,5 miljard waarschijnlijk nog wel zo’n € 500 miljoen hoger uit.
 
Er is ook een groot verschil tussen de bedrijfskosten voor de gereguleerde basisverzekering en voor de ‘vrije’ aanvullende verzekeringen. Bij de basisverzekering bedragen de kosten nog geen 3%. Bij de aanvullende verzekeringen is er volop ruimte om op te grote voet te leven, waardoor de bedrijfskosten oplopen naar meer dan 11% van de premie. Het is wel prettig voor de verzekeraars – waar veel oud politici terug vinden – om onder een neo-liberale paraplu de basisverzekering verder uit te hollen en dekkingen over te hevelen naar een duurder wordende aanvullende verzekering.
 
De reserves die vrij vallen worden overigens deels ingezet voor de financiering van de transitie. Uit dit Transitiefonds zal de omslag waaronder de kosten van een Sociaal Plan gefinancierd worden. De reserves zijn ook niet meer allemaal noodzakelijk. Simpelweg omdat de private zorgverzekeraars verdwijnen en de financiële zekerheden vanuit Solvency II niet meer van toepassing zijn.
 
De vraag is natuurlijk of de circa 5 miljard aan doorlopende besparingen hard genoeg en voldoende zijn om de tweede pijler onder het plan te financieren: het laten vervallen van het eigen risico op de basisverzekering van € 385,-. Hiervoor reserveren de initiatiefnemers € 3,2 miljard. Voor het Transitiefonds wordt een bedrag van bijna € 3 miljard gereserveerd terwijl er zo’n € 11 miljard vrij valt. Er lijkt dus voldoende ruimte in de plannen aanwezig om tegenvallende besparingen of tegenvallende uitvoerings- of transitiekosten op te kunnen vangen.
 
Vallen de kosten of opbrengsten toch nog tegen, dan kunnen er altijd politieke keuzes gemaakt worden: € 3,2 miljard voor het laten vervallen van het eigen risico of bijvoorbeeld € 4,5 miljard investeren voor 37 JSF’s waarvoor de jaarlijkse onderhoudskosten 3x hoger uitvallen dat de verwachte uitvoeringskosten van het Nationaal ZorgFonds?
 
Demands attention
Het Nationaal ZorgFonds lijkt een innovatief initiatief te zijn dat steun verdient uit de financiële sector. De initiatiefnemers voeren ook graag discussie over de uitvoering en de invoering en nodigen iedereen uit mee te bouwen. Maar wie in de sector wil mee bouwen aan zorgstelsel waar geen plaats is voor de huidige aanbieders? Ook de wegvallende toezichthouders zullen niet snel genegen zijn een positief geluid te laten horen. Een uitdaging voor de deskundige en onafhankelijke financiële adviseurs om de regie vanuit de sector op zich te nemen en mee te helpen nieuwe wegen te vinden? Belijden… beleven… of doen?

Eerste publicatie door am:web

Amsterdam, 16 juni 2017

De beste mensen voor 2017!

Nieuwe wegen vinden en het verschil maken, omdat het anders kan. Vanuit mijn DNA ben ik gewend voor mijn opdrachtgevers naar voren te kijken. Soms een lastige opgave in een branche die vooral juridisch, actuarieel en financieel geschoold is. Disciplines bevolkt door personen die waarschijnlijk vanaf hun middelbare school periode gewend zijn alleen maar naar het verleden te kijken.

Ik zie het terug in mijn groeiende opdrachten portfolio. Steeds minder werk ik voor de corporate verzekeraars, steeds meer samen met de ondernemers in de bemiddelingsbranche. Steeds dichter kruip ik tegen de consument aan die bij mijn opdrachtgevers echt centraal is komen te staan.

Een klant, die verzekeren niet leuk of interessant vind. Het is een noodzakelijk kwaad. Je sluit een verzekering af en vertrouwd erop dat de verzekeraar uitkeert op het moment er per ongeluk toch iets zou gebeuren.

Vertrouwen is een maatstaf voor het geloof in de eerlijkheid van de ander. Zonder vertrouwen is er geen basis voor verzekeren. Het solidariteitsbeginsel – het principe dat we voor elkaar zorgen, gefinancierd door iedereen – is de tweede heipaal die ervoor zorgt dat de branche niet in het moeras wegzakt. Eigenlijk is verzekeren de oudste (oer)vorm van de moderne deeleconomie, waarbij delen en collectief consumeren centraal staan. Initiatieven als AirBNB, Snappcar, Van de Bron en Peerby zijn geen sociologische innovaties maar slechts andere verschijningsvormen die aansluiten op intrinsieke motieven.

Branche geregeerd door ikonomen
In de ons achterliggende periode is de branche geregeerd vanuit de ‘ikonomie’. Door de naoorlogse protestgeneratie en hun kinderen uit de pragmatische generatie. De focus op zelfontplooiing en zelfverrijking is bij deze generaties zo groot, dat zij nauwelijks tijd hebben voor elkaar, laat staan voor de geld jattende klant, de provisie verslindende assurantieadviseur of bijvoorbeeld de niet-wetende kiezer. De motieven van de ikonomen vormen de grootste bedreiging voor de branche. Zij leggen de bijl aan de wortels van vertrouwen en solidariteit. Onder aanvoering van de ikonomen is de vertrouwensindex gedaald tot (ver) onder het nulpunt. Trots melden de ikonomen dat de index stijgt en dat zij goed bezig zijn, terwijl de index nog steeds negatief is en hen zelfs verweten wordt een belangrijkste factor te zijn in de opkomst van het populisme in Europa.

Herstel van oude normen en waarden
De klant vraagt om verandering! Een deeleconomie die – zoals blockchain technologie – alleen succesvol kan opereren binnen een transparante omgeving waarin mensen elkaar vertrouwen en solidair zijn. Eigenlijk vraagt de klant van verzekeraars geen innovatie of nieuwe wegen. De klant van morgen vraagt herstel van de oude normen en waarde! En alleen omdat ik jullie mensen toch niet vertrouw, praat ik tot die tijd net zo lief met een chatbot.

Voor 2017 wensen wij de verzekeraars de beste mensen! Minder ikonomen die aan zichzelf denken:

  • Die winsten behaald in het verleden al hebben uitgegeven en als de zon even wat minder schijnt wegduiken achter definities en de klant terneergeslagen achter laten of gelijk de premies verhogen.
  • Die daarbij uitspraken van de geschillencommissie negeren en aanvechten als deze door het collectieve karakter te veel geld kunnen gaan kosten.
  • Die de klant korten op de uitkering als hij jaren later ontredderd bij schade het verkeerde herstelbedrijf inschakelt, omdat hij de kleine (of meestal verborgen) lettertjes vergeten is en niet wekelijks de website van de verzekeraar volgt voor het laatste nieuws of aanpassingen.
  • Die de provisie van hun businesspartners – en daarmee de inkomsten en pensioenwaarde van het bedrijf – oplopende tot 25%, verlagen.
  • Die saneren om ervoor te zorgen dat zij onder minder medewerkers zichzelf toch net iets meer kunnen geven.
  • Die onkruid liever later woekeren en de kosten van bestrijding over laten aan het nageslacht.

Minder ikonomen die niet te vertrouwen zijn en meer mensen die niet alleen in woorden, maar in transparante daden aantoonbaar werken aan herstel van vertrouwen.

De beste mensen voor 2017!

Eerste publicatie door am:web

Amsterdam, 12 december 2016

Zelfrijdend, Zelfverzekerd?

Keer op keer verschijnen er artikelen over game changers die het verzekeringsbedrijf op zijn kop zullen gaan zetten. Eén van de game changers die veel genoemd worden is de technologische ontwikkeling. Maar zal de impact van deze game changer echt wel zo groot zijn?

Verzekeren doe je om de gevolgen van een onzeker voorval op te vangen. Maar niemand zit te wachten op schade en jezelf verzekeren is nu niet echt een hobby voor de meeste consumenten. Juist daarom kan de grootste disruptie weleens veroorzaakt worden door de rookmelder. Althans, de soortgenoten van deze vader des preventieland kunnen wel eens een flinke bijdrage gaan leveren aan het einde van de financiële dinosaurussen: technologie om schade te voorkomen, omdat wij allemaal veilig willen leven!

Door een kleinere kans op schade zal de beschermde consument zich goedkoper kunnen verzekeren. Gelijktijdig zal deze consument – en anders wel een of andere claimstichting namens de consument – de producent van de technologische beschermingsmiddelen aansprakelijk stellen indien het hulpmiddel niet of niet goed genoeg werkt. Laten wij deze twee ingrediënten eens combineren in een showcase en een mogelijk toekomstbeeld creëren aan de hand van de veel besproken zelfrijdende auto.

Zelfrijdend en zelfverzekerd!
Het verzekeringslandschap is sinds 2009 sterk veranderd. De totale bruto premie binnen de branche Motorrijtuigen is gedaald van € 4,7 miljard in 2009 tot € 3,9 miljard in 2015. Binnen deze krimpende markt is het marktaandeel van de grote verzekeringsconcern over het algemeen ook nog eens gedaald. Koploper is Achmea, waar – ondanks de vele “labels” die in de lucht gehouden worden voor de verschillende klantgroepen en de grip op Independer en Inshared (synoniem voor Hema verzekeringen) – het marktaandeel tussen 2009 en 2015 ook nog met 3,5% daalde. Gelijktijdig verloren ASR, Delta Lloyd, Nationale-Nederlanden en Reaal ook marktaandeel.

Een dramatische ontwikkeling, te meer daar de branche Motorrijtuigen 1/3 van de totale schademarkt uitmaakt. Overigens, ook het gemiddelde assurantiekantoor is voor ruim meer dan helft van haar inkomsten afhankelijk van de branche Motorrijtuigen.

Binnen deze context komen er steeds meer min of meer zelfrijdende auto’s op de markt. Niet meer slechts een regensensor op de voorruit, maar Adaptive cruise controle, Active Park assist en andere autonome functionaliteiten.

Kortste eind
Hoe hard verzekeraars hun economische machtpositie ook trachten te gebruiken bij schadesturing, zij trekken uiteindelijk aan het kortste einde. De autofabrikanten willen bij schade de auto’s boordevol gecompliceerde technologie graag zelf repareren. Tenslotte worden zij waarschijnlijk aansprakelijk gesteld indien iedere autonome parkeerbeweging eindigt met een flinke deuk. Deze battle of the giants tussen de autofabrikanten en de financiële dinosaurussen resulteert in een collectivisering van de markt. De autofabrikanten gaan de auto’s zelf verzekeren en leveren hun product “all inclusive”. Zoals Tesla recent heeft aangekondigd en Volvo al heeft voorspeld. Waar blijft dan de Nederlandse verzekeraar en het gemiddelde assurantiekantoor?

Survivers
Alleen verzekeraars die onderdeel uitmaken van de value chain van de autofabrikant kunnen deze slag te overleven. Verzekeraars die niet of slechts beperkt vertegenwoordigd zijn in de autoproducerende landen maken eigenlijk geen schijn van kans. Dat belooft weinig goed voor Achmea, marktleider en wereldberoemd in Nederland. Niet dat ASR, Delta Lloyd en Nationale-Nederlanden in een betere positie verkeren. Ik denk ook niet dat een partij als Unigarant weet te overleven. Het moederbedrijf ANWB ziet de kurk onder haar bestaan (De Wegenwacht) verdwijnen.

Regie voeren
Als eerste verdwijnt de markt voor Casco-verzekeringen. De nieuwe topmodellen van Volvo, BMW en Mercedes die veelal zakelijk worden aangeschaft, zullen als eerste af fabriek een Cascoverzekering meegeleverd krijgen. Wist u dat op 1 januari 2016 maar liefst 56,61% van de personenauto’s (bron CBS) met bouwjaar 2015 op naam van een bedrijf stonden (totale wagenpark inmiddels 11,28%). De markt voor Casco-verzekeringen bedraagt € 1,8 miljard, bijna de helft van de totale markt, waarvan een kleine € 500 miljoen weer voor rekening van Achmea komt. Gelukkig kan je niet beleggen in aandelen – maar daarmee ook niet in put opties – van deze verzekeraar, die helaas wel de regie voert over de huidige lokale (internet)markt.

Tentakels van Allianz
De survivers vindt je onder de buitenlandse verzekeraars met een groot internationaal (automotive) netwerk. Helemaal als zo’n verzekeraar sterk is in de leasemarkt, waar het Casco risico nu ook al vaak niet verzekerd wordt. Ik denk aan Allianz, met zijn tentakels waarin BMW en Mercedes gevangen zijn. Niet voor niks heeft Allianz zelfs in de Benelux een “Manager Automotive Partnerships”. Of bijvoorbeeld AXA voor de chauvinistische Fransen en Generali voor de altijd omkoopbare Italianen, die ongetwijfeld dit soort verzekeringsprogramma’s kunnen opzetten met financiële steun vanuit de EU voor het armlastige Zuid-Europa (waarbij het steunprogramma loopt via het internationale fiscale hoofdkantoor in …….) .

Filistijnen
Het gemiddelde assurantiekantoor hoeft zich geen zorgen te maken. Weliswaar wordt er straks niet of nauwelijks verdiend aan autoverzekeringen, de cliënten begeleiden bij schaden wordt booming business. David tegen Goliath, terwijl de vaderlandse financiële dinosaurussen inmiddels naar de Filistijnen zijn.

Eerste publicatie door (am:web)

Amsterdam, 5 oktober 2016

“Used based insurance”, een game changer voor het verzekeringsbedrijf?

Keer op keer verschijnen er artikelen over game changers die het verzekeringsbedrijf op zijn kop zullen gaan zetten. Maar zal de impact van deze game changers wel zo groot zijn? Zijn deze game changers wel echt nieuw of is het een oud gegeven waar een nieuw marketing jasje omheen gebouwd is om de aandacht te trekken door consultants die zich met digitale speeltje bezig houden?

Een game changer die veel aan bod komt is “Used based insurance” of ook vaak genoemd “On-Demand insurance”. Promotors van deze game changers zoeken aansluiting bij de trend van het nieuwe delen. Oude statische verzekeringsproducten zouden onvoldoende daarop aansluiten. In normaal Nederlands is de Used based insurance een vorm van verzekering waarbij de verzekering alleen van kracht is wanneer je hem nodig hebt en/of waarbij de premie afhankelijk is van het gebruik. Recent ontwikkelde nieuwe producten zoals bijvoorbeeld een kilometerverzekering.

Aantrekkelijke prijs
Bij een kilometerverzekering is het een enorme uitdaging om de prijs per kilometer (en dus de variabele verzekeringspremie) aantrekkelijk te krijgen. Zelfs als je de auto niet gebruikt zijn de vaste verzekeringskosten zo hoog, dat er nauwelijks iets overblijft om in de variabele kilometerprijs te verwerken. Het delen van het gebruik van de auto is binnen de huidige verzekeringsproducten nog wel op te vangen. Simpelweg alleen al omdat in het delen van het eigendom van de auto buiten een gemeenschap van goederen nog niet echt voorzien is. Het lijkt vooral een interessant verdienmodel voor de leveranciers van de infrastructuur (hardware en datacom) en het doorverkopen van de data. Daarnaast is zo’n verzekering alleen psychologisch aantrekkelijk als je echt weinig gebruik maakt van de auto. De veelgebruikers zullen een blokje omrijden en de kilometerverzekering mijden. Er blijft dan slechts hier een daar wellicht een nichemarkt over.

Things you love
Nichemarkten die in het buitenland ‘ontdekt’ zijn door partijen als Trov en Metromile. Metromile is een label voor kilometerverzekeringen. Trov is een partij voor on-demand insurance: ‘For the things you love’. Bij Trov plaats je de onderdelen van je inboedel waar je van houdt in een app. Daarna bepaal je of je deze wilt verzekeren tegen beschadiging, verlies of diefstal. Swipe to protect! Eigenlijk stop je vooral heel veel data in een app. Data -ook persoonlijke gegevens- die Troy mag delen met haar ‘partners’. Waar de dingen waar je van houdt tegen verzekerd zijn wordt niet echt duidelijk. Maar ongetwijfeld is er een harde “Na-u” clausule, want de meeste onderdelen van je inboedel zijn al goed verzekerd.

Impact zal meevallen
Used based insurance kan impact hebben op de verzekeringsindustrie, maar ik denk zelf dat die impact wel mee zal vallen. Ik denk daarbij vooral terug aan de bij iedereen bekende (en achterhaalde) kortlopende reis- en annuleringsverzekering (eigenlijk alleen nog maar verkrijgbaar als ‘winstpakker’ bij reisorganisaties). Deze casus uit het verleden heeft bewezen dat een (extra) used based insurance een relatief dure oplossing blijkt te zijn, waardoor uiteindelijk iedere nadenkende consument zal uitwijken naar de goedkopere en vooral veiligere doorlopende (reis)verzekering. Ik zie ook niet goed hoe je – bijvoorbeeld door gebruik te maken van de mobiele telefoon – het principe van used based insurance zou moeten implementeren in woonhuis- of aansprakelijkheidsverzekering zonder de solidariteitsbeginselen van het verzekeren aan te tasten of antiselectie te voorkomen.

Eerste publicatie door (am:web)

Amsterdam, 18 september 2016

Klantgarant?

Vervelend dat u schade aan uw auto heeft. Gelukkig kunt u deze snel en vakkundig laten herstellen bij een auto(schadeherstel)bedrijf dat is aangesloten bij Schadegarant. Daartoe kunt u kiezen uit een landelijk netwerk van meer dan 1.500 Schadegarantbedrijven. In het zoekprogramma vindt u een lijst met Schadegarantbedrijven bij u in de buurt met daarbij een kwalificatie. Voor elk bedrijf staat een letter, van A tot en met E. Bij de bedrijven met een A of B heeft u als verzekerde het meeste baat. Deze noemen we dan ook de hoger gekwalificeerde bedrijven. Zij herstellen de schade het efficiëntst en tegen de laagste kosten: aldus de website van Schadegarant.

Alsof ik dat belangrijk vind! Ik ben niet op zoek naar het bedrijf met de laagste kosten en de meest efficiënte werkwijze. De schade moet hersteld worden. De rekening wordt betaald door mijn verzekeraar of de verzekeraar van de tegenpartij. Ik wil gewoon een schadehersteller die de schade goed hersteld, onderdelen van een goede kwaliteit gebruikt en fatsoenlijke service levert. Niet een hersteller die alleen maar uitgeknepen is door de verzekeraar(s) en goed scoort op de snelheid van de administratieve afwikkeling. Verzekeraars gaan nog een stapje verder met het creëren van zorgen. Alleen al omdat zij er aan voorbij gaan dat de classificatie van vandaag niet gelijk hoeft te zijn aan de classificatie van morgen. Een juiste keuze van vandaag kan een foute keuze zijn morgen. Een klein overzicht van de regeling bij de bij schadegarant aangesloten verzekeraars:

Reaal is mild, misleidt de verzekeringnemer niet bij het afsluiten van een verzekering en beloont de verzekeringnemer. Zij stelt op haar website: Het standaard eigen risico is € 150. Als je kiest voor een bij Schadegarant aangesloten herstelbedrijf met A of B-classificatie, dan is je eigen risico € 0.

ASR verteld “het andere verhaal”. Zij belonen niet het goede gedrag maar straffen verkeerd gedrag. Veelal pas ruim nadat een polis bij ASR is afgesloten. Laat u de schade helemaal niet of niet door een geselecteerd herstelbedrijf repareren? Dan verlagen zij de schadevergoeding met € 500,-! Hoewel het eigen risico voor een consument een belangrijk keuzecriterium is, meldt ASR nergens op haar website iets over het eigen risico. Bang de klant te misleiden of af te schrikken? Aegon – een maatschappij die niet is aangesloten bij de Stichting Schadegarant – kent een regeling gelijk aan de regeling van ASR. Angstig en afstraffend.

Met de Autoverzekering van Nationale-Nederlanden bent u verzekerd van een uitgebreide dekking tegen een goede prijs. Onder het uitnodigende kopje “Geen eigen risico” kan de geïnteresseerde lezer ontdekken dat hij wel degelijk een eigen risico heeft als hij of zij uitwijkt naar het verkeerde herstelbedrijf. Het eigen risico valt mee en bedraagt slechts € 150,-. Op de website en in de polisvoorwaarden wordt ook geen onderscheid gemaakt tussen herstellers naar classificatie. Gelijktijdig wordt de klant ook nog geholpen en verwezen naar de website van Schadegarant.

Maakt u gebruik van de Delta Lloyd Select Schade Service dan is uw eigen risico € 0 in plaats van € 150,-. Het is alleen onmogelijk om in de polisvoorwaarden of op de website van Delta Lloyd – ook een verzekeraar aangesloten bij de stichting Schadegarant – te ontdekken welke bedrijven hierbij zijn aangesloten. De klant kan niet anders dan zich laten sturen.

Denk je alles gehad te hebben, dan zijn er nog de verschillende populaire budgetvarianten van deze verzekeraars zoals:

  • Voorop van Nationale Nederlanden. Voorop straft met een extra eigen risico bovenop het standaard eigen risico van € 150,-.
  • Easy2go van ASR. Easy2go kent een basis eigen risico van € 350,- en straft met een verlaging van de schadevergoeding met € 500,-.
  • RijCompleet van ASR kent een basis eigen risico van € 150,-. RijCompleet straft met een verlaging van de schadevergoeding met € 500,-.
  • Budgio van ASR. Budgio kent een basis eigen risico van € 250,- en keert vervolgens maar 75% van de schade (exclusief BTW) uit als de verzekeringnemer per ongeluk uitwijkt naar de verkeerde hersteller.
  • Klik & Go van ASR. Klik & Go kent een basis eigen risico van € 250,- en keert vervolgens maar 75% van de schade (exclusief BTW) uit als de verzekeringnemer per ongeluk uitwijkt naar de verkeerde hersteller.

Bij schadesturing wijst alles erop dat de klant zeker niet centraal staat. Sinds 1 januari 2013 gelden er wettelijke eisen ten aanzien van de kwaliteit van productontwikkelingsprocessen van financiële ondernemingen en de daaruit voortvloeiende producten (PARP). De productontwikkelingsprocessen dienen er toe te leiden dat producten op evenwichtige wijze rekening houden met de belangen van de klant. Het lijkt erop dat verzekeraars vasthouden aan hun eigen Schadegarant(ie) en daar nog geen boodschap aan hebben. Ondertussen neemt het aantal klachten van klanten die geplaatst zijn op Zeker.com, een van de oudste en grootste reviewsites van Nederland voor schadeverzekeringen toe.

Amsterdam, 13 augustus 2016