Nietmeeropeenrijtje.nl?

Regelmatig vraag ik mij af of verzekeraars nog wel met beide benen in de echte wereld staan. Ze slagen er altijd wel prima in om zich te verplaatsen in de positie en belangen van de aandeelhouder. De eigen gespleten managementlagen en dilemma’s krijgen ook de nodige aandacht en financiële middelen. Maar de klant centraal stellen wil maar niet lukken en het Verbond met haar initiatieven lijkt steeds meer uit te groeien tot een personificatie van het kwaad.

Eerst werd er een App bedacht voor mobiel schade melden. Een App die zoveel (vrije tekst) velden bevat dat je zo’n gebruikersvriendelijk formulier zelfs thuis achter je laptop niet wilt invullen. Laat staan met gevaar voor eigen leven langs de weg. De nieuwste innovatie uit Den Haag heet “mijnverzekeringenopeenrij.nl”

Een Mijn-omgeving ontwikkeld vanuit de veronderstelling dat de consument wakker wordt en fijn wat vrije tijd gaat investeren in zijn verzekeringen: zelf een account aanmaken en inrichten, polissen koppelen met behulp van koppelcodes die hij ontvangt van zijn verzekeraar of gevolmachtigde, polissen ophalen en eventueel bij de polissen nog de contactgegevens toevoegen van zijn adviseurs. Nee hij kan zijn adviseur niet machtigen en ook niet zien via welke adviseur welke polis is afgesloten. In alle “wijsheid” is namelijk besloten om aan de hand van de POR-code alleen de aanbiedende verzekeraar of gevolmachtigde te tonen. Deze aanbieders moeten zich dan wel eerst op vrijwillige basis aansluiten bij Mijnverzekeringenopeenrij.nl.

Statische momentopname
Als de klant de inrichting heeft voltooid, heeft hij of zij inzicht in de verzekeringen. Althans, de naam van het product, het polisnummer, de naam van de subdekkingen, de eventuele verzekerde sommen en de totale premie. Het is niet duidelijk waar de klant voor verzekerd is of welk eigen risico van toepassing is. Hij kan ook geen wijzigingen doorgeven, een schade melden, een hersteller vinden of inschakelen of een vraag stellen aan een deskundige. Het is een statische momentopname. Wil de klant meer, dan moet hij of zij doorklikken naar de eigen website en Mijn-omgeving van de “POR” verzekeraar of gevolmachtigde.

De consument was positief over het inzicht in alle oude versnipperde her en der zelf opgebouwde pensioenaanspraken of aanspraken afgenomen van de voormalig partner(s). Zonder zelf al te veel moeite te doen – slechts een generieke inlogmethode – werden de opgebouwde tegoeden inzichtelijk. Is zo’n beperkte inzage-functionaliteit voor schadeverzekeringen dan ook meer dan voldoende? Terwijl de consument zelf veel meer inspanningen moet doen om dit beperkte inzicht te verkrijgen?

Kosten
Mijnverzekeringenopeenrij.nl is voor de consument gratis. Iets voor niets lijkt het adagium te zijn. Iedere gevolmachtigde die mee wil doen moet jaarlijks 2 tot 3 duizend euro betalen. Verzekeraars betalen in eerste instantie inschrijfgeld van vele tienduizenden euro’s (afhankelijk van het premie-inkomen) en jaarlijkse kosten die naar verwachting zo’n factor 4 lager zullen liggen. Naast deze eenmalige en/of doorlopende fee zijn er natuurlijk nog de eigen interne ICT-kosten om aan als aanbieder aan te sluiten op de Mijn-omgeving.

Verwachting en advies
De geldstromen zijn enorm en de daarmee te realiseren functionaliteit is erg beperkt. Het gebruik zal tegenvallen, omdat de consument te weinig krijgt maar daarvoor al veel te veel moeite moet doen. Mijnverzekeringenopeenrij.nl krijgt daarmee het karakter van een project als voorbeeld van bezigheidstherapie en het binnenshuis rondpompen van premie euro’s ter meerdere eer en glorie van de branche zelf. Als adviseur zou ik wel snel gaan samenwerken met een serviceprovider/gevolmachtigde die zich niet gaat aansluiten bij Mijnverzekeringenopeenrij.nl en direct mijn portefeuille binnen de fabrieken van verzekeraars oversluiten. Tenslotte staat bij hen de klant wel dagelijks centraal.

Eerste publicatie door am:web

Amsterdam, 27 juni 2016

Big data, Big Bang!

Ik weet het niet, maar mij bekruipt het gevoel dat de adoratie van het Big data denken door verzekeraar wel eens het begin van het einde kan betekenen. Het zijn tenslotte juist de verzekeraars die – zeker sinds het einde van de 80er jaren – als één van de eerste partijen beschikte over veel, heel veel data. Over het bezit van een huishouding, de samenstelling van een huishouding, het reisgedrag van een huishouding, de gezondheid van de gezinsleden en het inkomen. Plotseling lijken zij nu het ei van Columbus gevonden te hebben en roeptoeteren in het verbondskoor dat Big Data krachtige gereedschappen zijn voor verzekeraars. Waarschijnlijk hoor je er niet bij als je niet op de vrijdagmiddagbigdatainnovatieborrel aanwezig bent (en was je gewoon aan het werk geweest om je toegevoegde waarde naar je klanten te bewijzen).

Meer selecteren
Het geautomatiseerd ontsluiten van de van oudsher aanwezige data in het verzekeringsbedrijf heeft nu al geresulteerd in een vergaande premiedifferentiatie en een risicoselectiemodel. Niet te vergeten de vele budgetvarianten van verzekeringen met allerlei verborgen gebreken en schadesturing naar de hersteller met de meest uitgeknepen prijs. Met nog meer data kan je nog meer selecteren.

Uiteindelijk zullen er daardoor risico’s overblijven die feitelijk economisch onverzekerbaar zijn. Zoals de nieuwe Vespa scooter waarvoor de Cascopremie in Amsterdam bij een bepaalde verzekeraar zelfs boven de nieuwprijs ligt (maar de verzekeraar met droge ogen wel een offerte durft toe te sturen)! Natuurlijk, het Verbond roept dat er altijd wel een partij is die dit soort risico’s wil verzekeren, maar tegen welke prijs? Verzekeren is gebaseerd op het solidariteitsbeginsel en een vergaande premiedifferentiatie en risicoselectie tasten het bestaansrecht aan. In de Zorgverzekeringswet is risicoselectie nu al niet toegestaan. Betekent dit dat wij straks voor alle verzekeringen toegroeien naar een basisverzekering? Zo ja, dan is het een kleine stap om de dure verzekeringsfabrieken op te heffen en de uitvoering onder te brengen in een staatsbedrijf. Persoonlijk word ik wel een beetje verdrietig van het gegeven dat de verzekeraars zich zelf in de gaten moeten gaan houden via een jaarlijkse ‘Solidariteitsmonitor’.

Niveau
Maar nog veel meer zorgen maak ik mij over het niveau van de actuariële (kern)competentie bij verzekeraars: het voorspellen van de kans op schade, waarop de premie wordt afgestemd. Verzekeraars beschikken nu al over een grote hoeveelheid data aan de hand waarvan premiemodellen zijn gebouwd. Regelmatig (zo niet dagelijks) blijkt in de praktijk dat de werkelijke uitkomst afwijkt van de voorspelde uitkomst. Door het gebruik van big data neemt het aantal variabelen in de risicoberekening exponentieel toe. Alle variabelen worden berekend aan de hand van data uit het (recente) verleden, die – zoals verzekeraars zelf wel heel erg duidelijk hebben gemaakt – geen garanties bieden voor de toekomst.

Verzekeraars moeten ook nog leren omgaan met fuzzy logics, waarbij het ene (risico)hokje net een beetje anders is dan het andere (risico)hokje. De financiële gevolgen van een kleine marge in de voorspellingen voor de variabelen zijn niet te overzien. Natuurlijk staat de uitkomst van 1 x 1 x 1 x 1 vast, maar wat als er een kleine afwijking van 1% optreedt? De uitkomst van 1,01 x 1,01 x etc. is bij slecht 100 risicovariabelen 2,7 , een afwijking van ruim meer dan 100%.

Privacy
En o ja, dan hebben we nog het aspect van de privacy waarover de Autoriteit Persoonsgegevens en Bits of Freedom zich hebben uitgesproken. De tijdperken van Trust me en Tell me zijn voorbij. Verzekeraars leven in een wereld die eist: Show me. Lastig als dan de small data index van het Consumentenvertrouwen in verzekeraars nog maar op een stand staat van -9.

Draagt big data bij aan het beperken van het risico voor verzekeraars of vergroot big data juist het risico? Het risico op substitutie door een basisverzekering, disruptieve verliezen en een opnieuw afnemend consumentenvertrouwen?

Eerste publicatie door am:web

Amsterdam, 22 april 2016

Business (insurance) as usual?

De markt voor schadeverzekeringen (exclusief zorgverzekeringen) is in 2014 verder gekrompen, maar in 2015 is de markt toegenomen. Voor 2016 wordt ook een groei verwacht in het totale premievolume. Hoe zit het eigenlijk met het laatste bastion van de zakelijke schadeverzekeringen (exclusief zorgverzekeringen)? Een stabiele verzadigde en voorspelbare markt die niet of nauwelijks gevoelig is voor het economisch klimaat, de ontwikkeling van de koopkracht en maatschappelijke veranderingen? Lees verder (PDF)

De Actuaris, 11 maart 2016

Het Abonnementenmodel, een nieuw verdienmodel?

Is er in de toekomst nog een verdienmodel op simple risk schadeverzekeringen als bijvoorbeeld de provisie wordt afgeschaft? Het verdienmodel is de wijze waarop een assurantietussenpersoon zijn omzet realiseert. Onbewust is dit nu nog veelal een model gebaseerd op provisie. Maar steeds vaker hoor je geluiden – veelal uit de hoek van de verzekeraars die uitgaan van een positieve prijselasticiteit waardoor meer ruimte ontstaat om de premies te verhogen – dat zo’n model niet lang houdbaar meer zal zijn. Wat dan? Welke verdienmodellen zijn er? Eind vorige jaar gaven wij onze visie op het Makelaarsmodel. Nu staan wij stil bij het meer geaccepteerde Abonnementenmodel.

Is zo’n abonnementenmodel bruikbaar als alternatief voor de tussenpersoon?

Een abonnementenmodel genereert een continue stroom aan inkomsten nog voordat de dienst wordt geleverd. Feitelijk verkoop je toegang. Een abonnementenmodel leent zich ook prima om in zijn opzet in te zetten voor cross sell-activiteiten. Bijvoorbeeld in combinatie met een vendor lock in voor extra diensten die klant blijft afnemen of ‘koppelverkoop’ door korting te verlenen op andere fee-diensten rond complexe producten. Onlangs heeft Bureau D & O onderzoek gedaan naar het gebruik en de vormgeving van abonnementen binnen financieel advieskantoren. Uit dit onderzoek blijkt dat toch maar slechts een klein deel van populatie gebruikt maakt van een abonnementenmodel voor particuliere schadeverzekering en dit model meestal ook niet verplicht stellen.

Assurantietussenpersonen geven aan de prijs van een abonnement vast te stellen op basis van de benodigde tijdsinvesteringen maal een bepaald uurtarief. Daarbij worden uurtarieven gehanteerd die niet meer realistisch zijn. De ‘goedkoopste’ tussenpersonen hanteren een uurtarief van € 40,- voor een administratief ondersteuner, voor een schadeadviseur durven de duurste intermediairs een tarief te hanteren dat niet zou misstaan in de advocatuur. In alle gevallen ontstaat een groot gat tussen de vraagprijs en de prijs van € 35 per uur die de consument op basis van de geleverde prestaties in het verleden wenst te betalen. De prijs van een abonnement voor particuliere schadeverzekering komt daardoor gemiddeld uit op maar liefst € 19 per maand, terwijl uit eigen onderzoek blijkt dat de assurantietussenpersoon nu gemiddeld tussen € 3,50 en € 4 per maand aan bruto omzet ontvangt van een particuliere relatie.

Het merendeel van de particuliere relaties is geen totaalrelatie! Het intermediair moet concurreren aan de digitale keukentafel met enkele andere tussenpersonen en directe verzekeraars. Veel verder dan een gemiddelde polisdichtheid van rond de 3,5 – de aanvullende ongevallen of rechtsbijstandverzekering op de auto als aparte verzekering gerekend – komen de meeste tussenpersonen niet. Toch worden de meeste abonnementen ingericht op relatieniveau. Met alle problemen die daaraan verbonden zijn. Voor de meeste relaties veel te duur, incassoproblemen, continuatie bij non-betaling van een verzekering, zorgplicht, etc.

In de markt is een aantal partijen zo slim geweest om een abonnement voor particuliere schadeverzekering in te richten op productniveau tegen een prijsstelling van slechts enkele euro’s per maand. Eenvoudig te administreren en incasseren door in de systemen in te regelen als aparte dekking. Bij de implementatie hebben zij geen verschil gemaakt tussen nieuwe en bestaande klanten. Daarbij kan de klant wel kiezen voor een upgrade en extra diensten of korting op diensten kopen. Omdat deze partijen voor complexe producten ook al het provisiemodel hebben moeten verlaten, is er nu een duidelijk en eenduidig beloningsverhaal naar de klant. De klant betaalt de diensten die geleverd worden door een adviseur die financieel onafhankelijk van de verzekeraar opereert als zijn of haar belangenbehartiger. Bij zo’n boodschap blijkt de implementatie van een abonnementenmodel succesvol en nagenoeg volledig uitgevoerd te kunnen, waarbij de omzet – doordat klanten zelf bewust kiezen voor een upgrade of extra diensten – ook nog een toeneemt. Een niet alleen de omzet op de bestaande verzekeringen, maar ook de polisdichtheid.

Eerste publicatie door am:web

Amsterdam, 29 januari 2016

Truth, Trust en Google

Verzekeringen blijft – hoewel wij het graag anders zouden willen – een low intrest product. Geen enkele consument gaat voor zijn plezier financieel winkelen. Het business model van de verzekeraar is de laatste tientallen jaren niet veranderd. Er zijn nieuwe technologieën geïmplementeerd, maar de processen en het fundament onder de branche zijn nog identiek aan de situatie begin vorige eeuw. De druk van buitenaf op verzekeraars neemt toe. Niet dat zij weten welke richting zij in moeten slaan, maar vooral vanuit angst dé juiste boot te missen ontstaat een verdringingsmarkt: wie investeert het meeste in FinTech startups? Daarnaast wordt er flink geïnvesteerd in de verkoop van de eigen producten via digitale kanalen, mobiele apparaten en de aanwezigheid op sociale media. Want komt de concurrentie in de toekomst niet van Google?

Het lijkt onwaarschijnlijk dat Google en andere soortgenoten ooit zelf een volwaardig eigen verzekeringsbedrijf zullen starten. Met een eigen netwerk van adviseurs en bemiddelaars die beschikken over de noodzakelijke kennis en expertise. De Googles van deze wereld hebben natuurlijk wel als aggregator een merknaam die bij de consument bekend is en genieten ook veel vertrouwen. Niet voor niets geven veel consumenten aan eventueel best wel een verzekeringsproduct te willen kopen bij een andere organisatie als de traditionele verzekeraars. Natuurlijk is dit ook of misschien wel vooral een weerspiegeling van de onvrede over de traditionele verzekeraars en het gebrek aan vertrouwen bij de consument. Ook het gebrek aan transparantie en klantgerichtheid door deze verzekeraars zal daarbij meespelen.

Het DNA van Google zit in:
– vereenvoudiging van de zoektocht;
– gebruiksgemak;
– het elimineren van onnodige (extra) stappen.

Eén verzekeraar kan de zoektocht naar de best passende aanbieding niet vereenvoudigen. De primaire claim van Google Compare is niet voor niets: Find more options, faster. Enkele verzekeraars proberen hun aanbiedingen op de eigen website te vergelijken, al dan niet door een derde partij in te schakelen. De vergelijking blijft beperkt en door het ‘Wij van WC Eend – effect’ wordt er door de consument onvoldoende waarde aan toegekend. Een aggregator kan dat wel. Feitelijk hebben adviseurs en bemiddelaars altijd al de rol van aggregator gespeeld, maar dan binnen een technologisch andere schrale omgeving. Google zal nooit de kernwaarde van de aggregator in gevaar brengen door aan het eigen bedrijfsmodel rollen toe te voegen die resulteren in conflicterende belangen. Op langere termijn zou het merk Google zo’n enorme schade oplopen, dat haar voortbestaan in gevaar komt. Deze jongens zijn iets slimmer als Vereniging Eigen Huis of de Consumentenbond, die wel gekozen hebben voor de korte termijn financiële belangen.

Google is continue gericht op het verbeteren van het gebruiksgemak. Ook als deze verbeteringen tegenstrijdig lijken. Na de eerste introductie van Google Compare zijn veel offertes opgevraagd. Hoewel de consument vaak een besparing kon realiseren, bleef de conversie beperkt. Ook andere nieuwe marktpartijen meldde dit probleem. Google heeft zich aangepast aan de klantwens. Google is weliswaar een “licensed producer acting as an independent agent of the insurance”, op haar website bieden zij de consument nu ook de mogelijkheid contact op te nemen met een adviseur van vlees en bloed om de keuze te bespreken en eventueel de polis via deze adviseur ook online (gemak!) af te sluiten.

“Talk to a real person. Speak with providers’ licensed agents to ask any questions before finalizing your purchase. Some providers also offer online purchase so you can buy at any time of the day.” : aldus Google Compare.

Verzekeraars claimen vaak dat innovatie wordt tegen gehouden door wet- en regelgeving en de complexiteit van het business model en de bedrijfsprocessen. Veel van deze complexiteit kan worden opgelost door het gebruik van data. Google weet meer over de consument dan de consument zelf. Niet zozeer over de historische harde ‘risicofactoren’ – die ondanks alle actuariële analyses blijkbaar onvoldoende voorspellende waarde hebben – maar juist over de factoren die iets over de toekomst en het toekomstig gedrag zeggen. Met de meervoudige verkoop van de kennis aan verzekeraars kan Google veel meer geld verdienen, maar gelijktijdig ook onnodige (extra) stappen elimineren. Bijvoorbeeld de zogenaamde slotvragen in acceptatieproces, letterlijk ontworpen in de vorige eeuw.

Is Google een bedreiging voor verzekeraars? Nee, het gebrek aan vertrouwen bij de consument is waarschijnlijker een veel grotere bedreiging voor verzekeraars. Gelijktijdig zou de eventuele komst van Google Compare naar Nederland juist kansen bieden aan de adviseur en bemiddelaar als zij hun kennis en processen kunnen aanpassen en integreren.

Dat er daarnaast steeds meer ruimte komt voor een andere verzekeraar die wel transparant én klantgericht is en ook gebruik maakt van de mogelijkheden van de nieuwe aggregators, is bijna een open deur.

Arthur Goes | KoKo Kroup | 3 januari 2016

Het makelaarsmodel, een nieuw verdienmodel?

Is er in de toekomst nog een verdienmodel op simple risk schadeverzekeringen als bijvoorbeeld de provisie wordt afgeschaft? Het verdienmodel is de wijze waarop een assurantie-tussenpersoon zijn omzet realiseert. Onbewust is dit nu nog veelal een model gebaseerd op provisie. Maar steeds vaker hoor je geluiden – veelal uit de hoek van de verzekeraars die uitgaan van een positieve prijselasticiteit waardoor meer ruimte ontstaat om de premies te verhogen – dat zo’n model niet lang houdbaar meer zal zijn. Wat dan? Welke verdienmodellen zijn er?

Nu al wordt er volop gebruik gemaakt van alternatieve verdienmodellen. Eén van deze modellen is het zogenaamde makelaarsmodel. Binnen dit model, waarbij de makelaar betaald wordt voor het koppelen van de koper aan de verkoper, wordt vaak bedoeld wanneer gesproken wordt over leadvergoedingen. Is zo’n model bruikbaar als alternatief voor de assurantie-tussenpersoon?

Leadvergoedingen worden veel gehanteerd als verdien- of bedienmodel in de digitale wereld. Vergelijkers maken er gebruik van, maar ook veel affiliatie-programma’s zijn gebaseerd op dit verdienmodel. Affiliatie marketing is een vorm van internetmarketing waarbij aanbieders hun partners (affiliaties) belonen voor de gegenereerde verkopen of leads.
Deze programma’s worden meestal uitgevoerd via netwerkplatforms zoals Zanox, Daisycon en TradeTracker. Het aanbod via deze netwerkplatforms is breed en diep genoeg. Althans, vaak genoeg en in ieder geval meer dan de gemiddelde tussenpersoon in zijn ‘advies’ betrekt. Voor een basispakket bestaande uit een AVP, Inboedel, Opstal, (doorlopende) Reis, Rechtsbijstand en Autoverzekering is er al snel de keuze uit 6 of meer aanbieders.

Leadvergoedingen
Wat betalen de aanbieders voor een afgesloten verzekering aan de eerste de beste affiliatie? De basis leadvergoedingen variëren van enkele euro’s tot meer dan 100 euro’s:

  • Voor een AVP tussen de € 2,50 en € 35,-
  • Voor een Inboedelverzekeringen tussen de € 5,- en € 60,-
  • Voor een Opstalverzekeringen € 7,- en € 72,70
  • Voor een doorlopende reisverzekering tussen de € 7,50 en € 35,-
  • Voor een rechtsbijstandverzekering tussen de € 5,- en € 50,-
  • Voor een autoverzekering tussen de € 12,25 en € 122,30
  • Voor een zorgverzekering tussen de € 27,50 en € 70,-

 

Over het algemeen betalen de verzekeraars (zoals Aegon, Reaal, Unive, Zelf, NN, FBTO, Centraal Beheer, e.a.) ruim meer als de vergelijkers (bijvoorbeeld HoyHoy, Independer) en volmachtbedrijven (zoals Meeus, VerzekerUzelf) die ook werken via affiliatie-programma’s.

Relateer je deze vergoedingen aan de werkzaamheden en verantwoordelijkheden, dan kan een afgewogen keuze gemaakt worden.

Deskundig en betrouwbaar
In ruil voor provisie en het portefeuillerecht (zolang dit recht nog aanwezig is), zal een assurantie-tussenpersoon met een AFM inschrijving niet alleen geconfronteerd worden met de algemene zorgplicht. Hij of zij moet ook deskundig en betrouwbaar zijn, maar daarnaast in de informatieverstrekking aan de klant zorgvuldig moeten optreden. Op basis van de gemiddelde premie (bron: Verzekerd van Cijfers) en een provisie van 20%, ontvangt de assurantie-tussenpersoon niet éénmalig maar jaarlijks een vergelijkbaar bedrag per verzekering als de éénmalige leadvergoeding. Hij of zij heeft niet alleen veel meer verantwoordelijkheden, maar ook werkzaamheden. Bij schade, bij wijzigingen, bij vragen, bij alle activiteiten die ontplooid moeten worden indien het belang van de klant centraal staat.

Affiliatie
Een affiliatie heeft daarentegen een rustig leven. De affiliatie brengt slechts de klant in contact met de aanbieder en kan daarna de hand ophouden. Verhoogd de verzekeraar het jaar daarop de premie of passen zij het product aan, dan kan de affiliatie de klant eenvoudig verleiden een alternatieve aanbieding op te vragen. Iedere jaar spelen wij dit spel nu al rond zorgverzekeringen.

In samenwerking met Daisycon kan de affiliatie nog een stapje verder gaan. Daisycon, in het bezit van een AFM inschrijving onder DSC Finance – biedt de mogelijkheid om gratis vergelijkingsmodules te plaatsen op een website. Als de affiliatie verklaart geen inhoudelijke teksten over verzekeringen op te nemen op de website en niet impliciet adviseert of open staat om vragen te beantwoorden, dan mag de affiliatie zelf zonder AFM inschrijving de Daisycon vergelijkingsmodule op de website plaatsen. Heeft de affiliatie wel een AFM inschrijving, dan mag deze gratis module geplaatst worden zonder vermelding van het DSC Finance logo. Iedereen kan als vergelijker optreden zolang zij maar niet aangeven dat zij gelukkig meer verstand hebben van verzekeringen.

Makelaarsmodel
Het makelaarsmodel lijkt daarmee een redelijk alternatief te zijn voor het traditionele provisie gedreven verdienmodel. Althans, ….als je de eigen bedrijfseconomische effectiviteit (en rentabiliteit) plaatst boven deskundig en zorgvuldig advies en je ogen sluit voor de budgetpolissen met verborgen gebreken die aanbieders tegenwoordig graag aanbieden.

Eerste publicatie op am:web

Amsterdam, 30 december 2015

Generatie X plus Y is aan zet

Verzekeraars besloten al in 2009 dat er een fundamenteel vernieuwing in gang moest worden gezet. Maar zelfs Project Sherlock – de introverte zoektocht naar vernieuwingen binnen de eigen organisaties van verzekeraars – van het Verbond kende een beperkt aantal geforceerde deelnemers die bijna allemaal direct in de prijzen vielen. Volgens consultant Wilbert Schellens is er daarnaast ook een grote mate van apathie bij veel intermediairs als het om veranderen, innoveren en aanpassen gaat. Maar is verandering en innovatie echt noodzakelijk? Lees verder (PDF)

VVP, vakblad voor financieel adviseurs, 18 december 2015

Is DNB handelingsonbekwaam?

De combined ratio bij Motorrijtuigen Aansprakelijkheid is vorig jaar fors verder verslechterd, van 111 naar 121. Dat blijkt uit door DNB verzamelde cijfers.
DNB schreef begin juli dat “er sprake is van een zorgelijke situatie”. Daarnaast geeft de DNB aan dat het premie-inkomen is afgenomen. Zij vragen verzekeraars wederom expliciet om benodigde maatregelen te nemen. Een leuk statement vanuit Amsterdam, maar is de DNB in deze wel handelingsbekwaam?

Met zo’n generaliserende uitspraak jaagt de DNB het premieniveau in de markt wellicht omhoog, maar zij kan ook de onderlinge concurrentieverhoudingen sterk verstoren. Een soort van legale versie van verplichte horizontale prijsafspraken tussen Nederlandse verzekeraars die schadelijk zijn voor de consument. Vol verwachting klopt ons hart. Welke verzekeraars worden ’gedwongen’ maatregelen te treffen en de premies te verhogen? Het zou de DNB sieren als zij dit soort vage berichtgeving achterwege zou laten. Een cultuurverandering in de sector is gebaat bij transparantie en volledige informatievoorziening. Een gebrek aan transparantie en/of onvolledige informatie resulteert in speculatie.

Cijfers
In de speculatieve vakantiemodus hebben wij gekeken naar de cijfers. Er valt ons een paar dingen op:

De daling van het premie-inkomen heeft niet (alleen) te maken met de gesuggereerde prijsdaling. De cijfers van Allianz / London maken geen deel meer uit van de publicatie door de DNB. Daar verdampt zo’n € 220 miljoen (2013) aan premie uit de statistieken. Valt deze verzekeraar, met als dominant prijslabel Allsecur niet meer onder Nederlands toezicht en kunnen Tim en Tom nu rustig hun eigen gang gaan?

In totaal vielen 32 risicodragers met een vergunning voor Motorrijtuigen Aansprakelijkheid onder toezicht van de DNB. Gezamenlijk kende deze partijen een bruto schaderatio van 87,90%. Een elftal risicodragers kende een bruto schaderatio die in 2014 boven het gemiddelde lag, samen goed voor zo’n 20% van het premie-inkomen. De grootste drie: Delta Lloyd met € 155 mln, Reaal met € 136 mln en TVM Zakelijk met zo’n € 70 mln.

Ontoereikend
Ongeveer de helft van de premie is opgegaan aan schade-uitkeringen op oude jaren. De vrijval van reserves is ongeveer gelijk. Wat wel opvalt is dat deze vrijval ontoereikend is, juist bij partijen als Delta Lloyd en Reaal. Deze negatieve run-off op oude jaren levert een substantiële negatieve bijdrage. Fouten in het reserveringsbeleid in het verleden lijken deze verzekeraars de das om te doen. Voor Reaal niet de eerste keer overigens. Als één van de voorgangers van Reaal heeft AXA ooit de (volmacht)markt enkele jaren verrast met een spraakmakend (bij)reserveringsbeleid.

Als er minder vrijvalt dan uitbetaald wordt zijn of de reserveringen onvoldoende geweest of de reserveringen worden nog even niet of niet geheel vrijgegeven maar achter de hand gehouden. Tenslotte vind de DNB het niet leuk als een verzekeraar ‘te scherp aan de wind vaart’ of is het prettig om door middel van wat extra vrijval volgend jaar direct een goede indruk achter te laten bij de nieuwe bazen.

Kleinere verzekeraars die hun portefeuille Motorrijtuigen aan het afbouwen zijn kan je moeilijk vragen de benodigde maatregelen te treffen. Dit gaat op voor partijen als Europeesche en Zevenwouden. Weliswaar kennen deze partijen een bovengemiddelde bruto schaderatio, maar dit ‘probleem’ lost zich vanzelf op.

Breed
De branche Motorrijtuigen kent daarnaast een vrij brede scope. Niet alleen personenautoverzekeringen, maar bijvoorbeeld ook bestelauto-, vrachtauto-, motor- en bromfietsverzekeringen. Iedere differentiatie van het resultaat naar product ontbreekt. De Nederlandse consument heeft nog meer inzicht in de samenstelling van de Griekse economie, dan in het book of business van verzekeraars. De zes verzekeraars met een gezonde bruto schaderatio kennen over het algemeen een weinig gedifferentieerd assortiment. Deze Fitness-club wordt aangevoerd door hun grotere vertegenwoordigers Noordhollandsche van 1816 en Univé Schade N.V.

Maar goed, wat zijn al deze waarnemingen waard als de bruto schaderatio bij Cascoverzekeringen ‘gemiddeld ‘slechts’ 64,10% bedraagt en als aanvullende dekking het leed verzacht?

Oplopende kosten
Waar de DNB zich veel meer zorgen om zou moeten maken is de nog steeds oplopende kosten. De bedrijfskosten (bruto kostenratio) zijn ondanks alle technologische vooruitgang en zelfwerkzaamheid van de klant én het intermediair, weer opgelopen. Voor de gehele branche Motorrijtuigen van 29,66% (2013) naar 31,15% (2014). Voor Motorrijtuigen Aansprakelijkheid, het product waar de vergelijkers van leven en dat de hoeksteen vormt van verzekeren via Internet, is de bruto kostenratio opgelopen van 30,33% naar 31,63%. Leuker kunnen wij het niet maken. Wel duurder.

Eerste publicatie am:web

Amsterdam, 10 augustus 2015