Met zelfvertrouwen of arrogantie de toekomst in

De Griekse Bende van Drie gaf vorm aan onze denkgewoonten. Als je de onwaarheid elimineert is het onvermijdelijk dat de waarheid overblijft. Het elimineren van onwaarheden was de favoriete hobby van Socrates. Plato zocht op zijn beurt naar de essentie. Uiteindelijk bracht Aristoteles alles bij elkaar tot één operationeel systeem. Er waren categorieën en definities die werden opgesteld op grond van de ervaring. Wanneer je iets tegenkwam oordeelde je op basis van de ervaring in welk hokje het thuishoorde. Vervolgens wist je wat je ermee moest doen. En als het ingewikkeld was? Dan probeerde je het middels analyse in makkelijker te herkennen kleinere delen op te splitsen.

Pas op
Ons systeem werkt goed, is praktisch, doeltreffend en éénvoudig. Het verschaft zekerheid. Hoe zit het echter als de hokjes ouderwets zijn of onze taxaties bevooroordeeld zijn? Het systeem werkt nog steeds heel goed, maar de resultaten zijn gevaarlijk. Het belangrijkste gevaar van het systeem van beoordelingshokjes is arrogantie.

De scheidslijn tussen zelfvertrouwen en arrogantie is heel dun, het verschil heel groot. Wie arrogant is, sluit zich af voor input en isoleert zichzelf. Zelfvertrouwen laat echter input toe, zoekt zelfs naar input door naar andere meningen te luisteren en alternatieven te overwegen. Zelfvertrouwen betekent dat wij openstaan voor de wereld om ons heen.

Een ander gevaar van het systeem van beoordelingshokjes is dat die hokjes achterhaald kunnen zijn. In een snel veranderende wereld zijn de hokjes die wij aan het verleden ontlenen soms niet toereikend. Dit betekent een verschuiving van de vertrouwde zekere logica naar “fuzzy logic” waarin iets half in een hokje en half daarbuiten kan zijn. Plotseling lijkt onze kennis en ervaring niets meer waard.

Kunnen wij de bestaande hokjes gebruiken als hulpmiddel en onszelf niet erop vastleggen, loskomen van ons eigen verleden en onze eigen logische cocon?

Onze logische cocon is gevormd door Grieken, religie, onderwijs, opvoeding en ervaring. Binnen onze eigen logische cocon hebben wij voor onszelf altijd gelijk. Alleen door andere mogelijkheden te overdenken, alternatieven op te sporen en deze serieus in overweging te nemen en niet gelijk een oordeel te vellen, kunnen wij onze blik verruimen.

Nieuwe wegen vinden en het verschil maken. Niet alleen omdat het nu echt eens anders moet, maar omdat het dan ook anders kan.

Rotterdam, 2 april 2011

Zorgplicht: het nieuwe zuivere marktmodel bestaat al jaren

Op 24 maart 2011 organiseerde het UvA Amsterdam Centre for Insurance Studies (ACIS) een debatseminar over de knelpunten tussen het publiek- en privaatrecht bij thema’s als de zorgplicht.De eerste kruimels die voor mij – op mijn weg door gebouw-M – op de grond vielen, vielen uit de hand van prof. dr. T.F.E. Tjong Tjin Tai, hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit van Tilburg. Eric was in staat op een erudiete wijze het privaatrechtelijke kader voor één ieder begrijpelijk en aangenaam neer te zetten. Op zichzelf een prestatie die genoemd en geroemd mag worden.

Mijn kruimels
(vrij vertaald en niet gehinderd door enige juridische scholing)

Zorgplicht is niet nieuw maar van alle tijden. Het is alleen een ‘open norm’, waarbij de norm mede afhankelijk is van het tijdbeeld. Het voorbeeld van Eric over de relatie tussen ouder en kind was eenvoudig doch effectief. Een ouder heeft een zorgplicht jegens het kind. Binnen deze zorgplicht was ooit de corrigerende tik gepast, maar is nu uit den boze.

Zorgplicht is feitelijk een eventueel mondelinge of zelfs stilzwijgende opdrachtovereenkomst tussen twee partijen. Als de zorgontvanger niet tevreden is over de zorgverlening. kan hij naar de rechter stappen. Jurisprudentie en hetgeen maatschappelijk verantwoord en geaccepteerd is op dat moment, geeft invulling aan de open norm.

Algemeen publiek rechtelijke bepalingen (Wft) vooraf zijn alleen nodig om de tijd te overbruggen tot privaatrechtelijke regelgeving (BW) en individuele jurisprudentie (de Hoge Raad der Nederlanden) achteraf of omdat deze ‘jurisprudentie’ een (te) hoge (financiële) drempel kent. Binnen deze juridische context is het privaatrecht leidend en dient het publiek recht de tijdelijke tekortkoming op te vangen.

Het juridisch kader van de zorgplicht binnen het nieuwe zuivere marktmodel, de maatschappelijke wens van vandaag, is privaatrechtelijk in 1992 al gecreëerd. Als branche hebben wij daar echter niet of niet voldoende invulling aan gegeven en maatschappelijke ontwikkelingen genegeerd. Of, zoals de spreker namens het Ministerie van Financiën aangaf: ‘Publiek rechtelijk ingrijpen is noodzakelijk geworden, omdat cultuurverandering in de branche uitblijft.’

Mijn kruimeldief roept dan ‘Back to Basic’. Zorgplicht is de kern van klantgerichtheid. Geef om je klant en blijf aansluiten bij zijn zorggevoelens. Dan is het nieuwe zuivere marktmodel niet anders als ‘die goede oude tijd’. Verlies je de klant uit het oog, dan zal de maatschappij op zeker moment ingrijpen. Bij iedere paradigmaverschuiving horen knelpunten tussen de oude en nieuwe wereld. Laten wij in de discussie niet de focus op de overgangsproblemen leggen.

Rotterdam, 26 maart 2011