Zürich Innovation World Championship (ZIWC)

Blijven wij hopen op oude tijden die niet meer vanzelf terugkomen? Het innovatief vermogen is meer dan ooit bepalend voor de toekomst en het succes van verzekeraars. Lastig want iedereen is opgeleid om doelen te realiseren en ‘te leveren’, niet om leiding te geven aan de noodzakelijke en onzekere ontdekkingsreis. Innoveren vraagt lef, durf en ruimte om te kunnen experimenteren. Zurich Insurance Group toont leiderschap en heeft de ontdekkingsreis werelds aangepakt! 

Het Zürich Innovation World Championship (ZIWC) is de eerste internationale Insurtech-competitie. Start-ups van over de hele wereld hebben de gelegenheid aangegrepen om nieuwe ideeën te presenteren die het potentieel hebben om een ​​revolutie teweeg te brengen op het gebied van mobiliteit, financiële planning, slimme huizen / gebouwen, digitale gezondheid en een “wildcard”-categorie.

De voorrondes: Country Round & Regional Round
Zurich ontving meer dan 450 aanmeldingen uit 49 landen. In oktober 2018 zijn 130 start-ups uitgenodigd op kantoren van Zürich over de hele wereld om hun Insurtech idee te presenteren aan een Zürich Country Leadership-team. De winnaars van deze Country Round zijn door gegaan naar de regionale showdown in december 2018. Nederland, waar Zurich helaas niet meer aanwezig is, is niet vertegenwoordigd en aan het Zürich Innovation World Championship is zo ver ik weet niet of nauwelijks enige publicitaire aandacht besteed.

In december 2018 hebben de 22 Country Round finalisten deelgenomen aan de regionale rondes, waarbij zij hun Insurtech idee hebben gepresenteerd aan de jury. Van digitale gezondheids-apps tot producten voor waterbeheer, de deelnemers hebben indruk gemaakt met hun baanbrekende ideeën. De acht winnaars van de Regional Round gaan nu door naar de laatste fase van het kampioenschap: de Global Round.

Wie zijn deze finalisten?
Het leitmotiv van Zürich is dat zij moeten blijven onderzoeken hoe technologie de bescherming van hun klanten verder kan verbeteren. En niet alleen maar om zichzelf geheel of gedeeltelijk ‘opnieuw’ uit te vinden en de verzekeringssector te transformeren. Deze dubbele doelstelling zien wij ook terug in de selectie van de regionale winnaars. De acht regionale winnaars zijn (in alfabetische volgorde):

  • Chisel – Finalist uit de regio Noord-Amerika
  • Habit Analytics – Finalist uit Europa, het Midden-Oosten en Afrika
  • LifeNome – Finalist uit de regio Latijns-Amerika
  • Nubihome – Finalist uit de regio Latijns-Amerika
  • Shayp – Finalist uit Europa, het Midden-Oosten en Afrika
  • Soldier.ly – Finalist uit de regio Azië / Stille Oceaan
  • Vymo – Finalist uit de regio Azië / Stille Oceaan
  • zesty.ai – Finalist uit de regio Noord-Amerika

Chisel
Chisel biedt de verzekeringssector een kant-en-klare oplossingen die natuurlijke taalverwerking en AI toepassen. Natuurlijke taalverwerking kan nu worden toegepast op vele functies binnen het verzekeringsbedrijf waarvoor mensen moeten lezen, begrijpen, vergelijken, controleren of extraheren – in een enkel document, of in verschillende documenten, of zelfs in een volledig cliëntbestand. Gestructureerde of ongestructureerde tekst.

Habit Analytics
Habit aggregeert en analyseert gegevens van IoT-apparaten, smartphones en contextuele gegevensbronnen om inzicht te krijgen in het gedrag van consumenten en gegevensgestuurde besluitvorming mogelijk te maken.

LifeNome
Variaties in je genen (SNP’s genoemd) maken je uniek en anders dan andere. Twee decennia van onderzoek en duizenden genoom-brede associatiestudies hebben LifeNome een kritisch inzicht gegeven in hoe deze variaties van invloed zijn op honderden wellness-eigenschappen en beslissingen. Met behulp van ons geavanceerde computeralgoritme en wetenschappelijke interactiesstudies met betrekking tot genen, kan LifeNome de vitamines en vetverwerking van uw lichaam, huidverzorgingsbehoeften, spier- en letselprofiel, slaapkwaliteit en honderden andere wellnesskenmerken beoordelen en kunt u keuzes maken die overeenkomen met de behoefte van uw lichaam. Geen generieke diëten meer, generieke trainingsroutines of generiek huidverzorgingsadvies.

Nubihome
Nubihome helpt verzekeringsmaatschappijen risico’s te verkleinen door metadata van klanten te analyseren, te innoveren met nieuwe diensten en kansen op upselling en cross-selling te identificeren.

Shayp
Elke dag gaat 35% van het gedistribueerde water verloren in huizen, gebouwen en pijpleidingen. Shayp pakt het waterverlies aan in gebouwen en woningen door de kosten van lekkages op één meetpunt te beoordelen, de gebruiker te alarmeren en onderhoud uit te initiëren.

Soldier.ly
Overwatch is ontworpen om u te helpen stress te verminderen en bewust te leven. Overwatch controleert continu uw hartslag, activiteiten en gedrag om stresspatronen te detecteren en helpt u vervolgens uw ademhaling, meditatie en visualisatie te gebruiken om stress en angst snel te verminderen.

Vymo
Vymo is een mobiele persoonlijke verkoopassistent. Het kan voorspellen wat een buitendienstmedewerker moet doen en hem onderweg coachen om meer, sneller te sluiten. Leren van de beste buitendienstmedewerkers in de organisatie om de beste resultaten te bereiken.

zesty.ai
Zesty.ai maakt gebruik van de kracht van Artificial Intelligence om wereldwijd de verzekeringsbranche te helpen binnen autonomen acceptatiesystemen risico’s van gebouwen beter in te schatten.

De acht start-ups komen eind januari naar Zürich voor de laatste Global Round. Daar presenteren zij hun ideeën aan internationale executives van Zurich en andere belanghebbenden. Zurich is van plan om de drie winnaars op 30 januari bekend te maken.

Amsterdam, 24 januari 2019


Vennootschap met een sociaal oogmerk

Er is veel te doen over de gevolgen voor de machtsverhoudingen van de concentratie van vermogens. Of de beheerders daarvan in de politieke en corporate wereld. Bij veel mensen groeit het gevoel dat zij helemaal niet zo vrij zijn als zij wel dachten. Dat niet hun belangen als klant maar hun productcapaciteit als economische slaaf centraal staat.

Ook de financiële sector worstelt met de gevolgen. Vaak wordt er naar de bestuurders gewezen met de beschuldigende vinger. De sector kampt nog steeds met een diepe vertrouwenscrisis. Nadat het vertrouwen in verzekeraars weer ging dalen medio 2016, lijkt de sector gestopt met het laten meten van de index van het Consumentenvertrouwen in verzekeraars. De consument vindt het helemaal niet fijn dat ze verzekerd zijn. Althans, niet bij de huidige marktpartijen! a.s.r. lijkt de uitdaging wel begrepen te hebben en komt met “Het andere bewijs”

Solidariteit ligt ten grondslag aan de verzekeringsbedrijfstak. Voor herstel van de reputatie lijkt het niet noodzakelijk om genetische manipulatie toe te passen: het sociale DNA vormt tenslotte het fundamentele bestaansrecht van de sector. Moeten wij de beheerders dan vervangen of zijn er nieuwe wegen die het verschil maken, omdat het anders kan?

De vennootschap met een sociaal oogmerk
Verzekeraars vervullen een belangrijke maatschappelijk rol. Zij behoren als het waren tot de infrastructuur voor een goed functionerende samenleving waarbinnen menselijke waardigheid centraal staat. Het bestuur en beheer van dit soort organisatie kan je niet overlaten aan de volledige vrije markt. Als je wil dat de menselijke waarde of klant echt centraal blijft staan, dan is het noodzakelijk om beperkende wetten en regels te ontwikkelen. Alleen dan kan je de veel geprezen voordelen van de vrije markt effectief richten en de overheersende managementfilosofie, waarbij de belangen van de aandeelhouder centraal staan, ‘genetisch manipuleren’.

Een mogelijke oplossing is de inrichting van een variant op de bestaande vennootschapsvormen: de vennootschap met sociaal oogmerk (VSO). Een variant die bekend is bij onze zuiderburen en die met enige aanpassingen zeer goed ingezet kan worden in Nederland. Een vennootschapsvorm die gekozen kan worden door ondernemingen die deel uitmaken van de maatschappelijke infrastructuur: verzekeraars, systeembanken, gas-, water- en elektriciteitsbedrijven, zorgverleners, e.a.

In de VSO mag de winst niet of slechts voor een beperkt percentage uitgekeerd worden aan de aandeelhouders. De inkomsten moeten besteed worden om het sociaal doel van de VSO te verwezenlijken. Daartoe moeten de VSO’s een aantal extra voorwaarden opnemen in hun statuten die de winstuitkering beperken en het sociale doel duidelijk beschrijven. Jaarlijkse dienen zij in het jaarverslag aan te geven welke bijdrage(n) zij hebben geleverd aan dit sociale doel. En:

  • Geen van de aandeelhouders mag meer dan 10% van het aantal stemmen in de algemene vergadering van aandeelhouders hebben en de werknemers moeten samen ook één van de aandeelhouders zijn.
  • De winstuitkering is gelijk aan de geldende rentevoet – afgeleid van de rente op staatsobligaties met een langere renteperiode vermeerderd met een risico-opslag van één of een zeer beperkt aantal procenten – die jaarlijks wordt vastgesteld door politiek Den Haag.
  • De primaire arbeidsvoorwaarden zijn gebonden aan regelgeving (maximering) om te voorkomen dat overtollige financiële middelen worden afgeroomd ten gunste van de bestuurders en medewerkers.
  • De vennootschap is uiteraard gevestigd in Nederland.

De vraag is vervolgens of je zo’n vennootschapsvorm verplicht moet stellen of alleen het gebruik ervan moet stimuleren. Door alleen het gebruik te stimuleren en de extra waarde van deze vennootschap kenbaar te maken aan de consument, leg je de macht neer bij diezelfde consument en blijft de sturende rol van de overheid beperkt.

Stimuli
Om het vrijwillige gebruik van de VSO te stimuleren, is het wenselijk een uitgebalanceerd pakket aan stimuli te ontwerpen. De VSO moet een keurmerk uitstraling krijgen, waarbij de VSO zelf en haar klanten direct voordeel ervaren. Kiezen voor een VSO is kiezen voor jezelf!

Als algemene maatregel kan de VSO een korting op de vennootschapsbelasting in het vooruitzicht gesteld worden. Andere stimuli kunnen gevonden binnen het stelsel van de werkgeverslasten of vrijstelling van BTW bij duurzame investeringen. De klant kan vervolgens profiteren van (extra) voordeel indien gekozen wordt voor een VSO door een verlaging van BTW of de assurantiebelasting.

Samen verder bouwen
De VSO naar Belgisch voorbeeld is maar een denkrichting. Ik nodig iedereen uit verder te bouwen aan een vennootschap met een sociaal oogmerk en de grenzen te verkennen: Nieuwe wegen vinden en het verschil maken, omdat het anders kan. Een weg waarbij de macht bij de vrije consument komt te liggen. Omdat de keuzevrijheid van de klant centraal staat.

Eerste publicatie door (am:web)

Amsterdam, 12 juli 2017

Demands attention: Nationaal ZorgFonds

Inmiddels is er een 1ste innovatieagenda voor de verzekeringssector en gaan verzekeraars samen aan de slag met nieuwe marktmogelijkheden en kennisdeling. Iedereen praat over innovatie. Vaak om publicitaire reden of omdat het moet. Tot op heden is echter de wetgeving de belangrijkste reden voor organisaties om te veranderen. Al doet het Verbond de grootste moeite om de wetgeving als grootste belemmering weg te zetten. Logisch, want iedere (top)manager is opgeleid om de doelen van de aandeelhouder te realiseren en ‘te leveren’. Niet om leiding te geven aan een onzekere ontdekkingsreis. Aandacht voor echte innovatieve ideeën, die ook nog eens aansluiten bij de wensen van de klant, is er dan ook nauwelijks. Zeker niet als het kannibalistisch effect van zo’n idee een gehele bedrijfstak binnen 4 tot 8 jaar overbodig maakt.
 
Solidariteit ligt ten grondslag aan de verzekeringsbedrijftak. Vanuit deze optie is het eigenlijk vreemd (of juist veelzeggend) dat de neoliberale politieke stroming op veel steun kan rekenen. Gelijktijdig is er niet of nauwelijks aandacht voor innovatieve ideeën die een meer socialistisch karakter hebben zoals bijvoorbeeld het Nationaal Zorgfonds.
 
Een brede maatschappelijke beweging
Het Nationaal ZorgFonds is een maatschappelijke beweging waar inmiddels meer dan 222.000 mensen hun steun aan hebben gegeven. Naast initiatiefnemer SP zijn de politieke partijen 50PLUS en de Partij voor de Dieren en maatschappelijke organisaties als KBO-Brabant, FNV Zorg en Welzijn, FNV Senioren en Omroep Max aangesloten. In Nederland moet je kunnen rekenen op de zorg die je nodig hebt, zonder eigen risico. Zo simpel is het.
 
Niemand kan tegen de uitgangspunten zijn die zijn vastgelegd in de uitwerking van het plan in ‘Bouwstenen‘. Uit een onderzoek van bureau Ipsos (bron: am:web) voor dagblad Trouw blijkt ook dat Nederlanders weinig vertrouwen hebben in het huidige zorgstelsel. Meer dan de helft van alle Nederlanders (57%) wil dat de overheid de zorg weer gaat regelen, in plaats van de verzekeraars. Ook het Nationaal Zorgfonds heeft een peiling laten uitvoeren. Deze peiling is uitgevoerd door Maurice de Hond. Er is maar één conclusie mogelijk: Nederland wil het Nationaal ZorgFonds!
 
Money talks?
De neoliberaal gekleurde verzekeringssector zwijgt en heeft geen aandacht voor het innovatieve idee dat kan rekenen op een breed maatschappelijk draagvlak. De populistische trend van de deeleconomie wordt spontaan geassocieerd met opkomende virtuele platformen zoals Uber en Airbnb, maar waarom niet met het Nationaal ZorgFonds?
 
Ligt de verklaring daarvoor welllicht in de financiële onderbouwing op hoofdlijnen?
· De directe kosten dalen door procesoptimalisatie en capaciteitsplanning.
· De zorgverzekeraars houden op te bestaan en de (deels overbodige) opgebouwde reserves vallen vrij.
· De rol van de toezichthouders DNB, AFM, NZa en ACM vervalt. Zij worden simpelweg overbodig. Geen concurrentie meer maar samenwerking tussen zorgaanbieders en minder bureaucratie omdat er nog maar één opdrachtgever is.
 
Niet alleen komen de bedrijfskosten van de huidige zorgverzekeraars volledige te vervallen (ongeveer € 1,5 miljard), ook de (deels overbodige) opgebouwde reserves van zo’n € 11 miljard euro vallen vrij. De bedragen die genoemd worden in de financiële onderbouwing lijken conservatief. Op basis van DNB data valt de berekende besparing en vrijval van totaal € 12,5 miljard waarschijnlijk nog wel zo’n € 500 miljoen hoger uit.
 
Er is ook een groot verschil tussen de bedrijfskosten voor de gereguleerde basisverzekering en voor de ‘vrije’ aanvullende verzekeringen. Bij de basisverzekering bedragen de kosten nog geen 3%. Bij de aanvullende verzekeringen is er volop ruimte om op te grote voet te leven, waardoor de bedrijfskosten oplopen naar meer dan 11% van de premie. Het is wel prettig voor de verzekeraars – waar veel oud politici terug vinden – om onder een neo-liberale paraplu de basisverzekering verder uit te hollen en dekkingen over te hevelen naar een duurder wordende aanvullende verzekering.
 
De reserves die vrij vallen worden overigens deels ingezet voor de financiering van de transitie. Uit dit Transitiefonds zal de omslag waaronder de kosten van een Sociaal Plan gefinancierd worden. De reserves zijn ook niet meer allemaal noodzakelijk. Simpelweg omdat de private zorgverzekeraars verdwijnen en de financiële zekerheden vanuit Solvency II niet meer van toepassing zijn.
 
De vraag is natuurlijk of de circa 5 miljard aan doorlopende besparingen hard genoeg en voldoende zijn om de tweede pijler onder het plan te financieren: het laten vervallen van het eigen risico op de basisverzekering van € 385,-. Hiervoor reserveren de initiatiefnemers € 3,2 miljard. Voor het Transitiefonds wordt een bedrag van bijna € 3 miljard gereserveerd terwijl er zo’n € 11 miljard vrij valt. Er lijkt dus voldoende ruimte in de plannen aanwezig om tegenvallende besparingen of tegenvallende uitvoerings- of transitiekosten op te kunnen vangen.
 
Vallen de kosten of opbrengsten toch nog tegen, dan kunnen er altijd politieke keuzes gemaakt worden: € 3,2 miljard voor het laten vervallen van het eigen risico of bijvoorbeeld € 4,5 miljard investeren voor 37 JSF’s waarvoor de jaarlijkse onderhoudskosten 3x hoger uitvallen dat de verwachte uitvoeringskosten van het Nationaal ZorgFonds?
 
Demands attention
Het Nationaal ZorgFonds lijkt een innovatief initiatief te zijn dat steun verdient uit de financiële sector. De initiatiefnemers voeren ook graag discussie over de uitvoering en de invoering en nodigen iedereen uit mee te bouwen. Maar wie in de sector wil mee bouwen aan zorgstelsel waar geen plaats is voor de huidige aanbieders? Ook de wegvallende toezichthouders zullen niet snel genegen zijn een positief geluid te laten horen. Een uitdaging voor de deskundige en onafhankelijke financiële adviseurs om de regie vanuit de sector op zich te nemen en mee te helpen nieuwe wegen te vinden? Belijden… beleven… of doen?

Eerste publicatie door am:web

Amsterdam, 16 juni 2017

Zelfrijdend, Zelfverzekerd?

Keer op keer verschijnen er artikelen over game changers die het verzekeringsbedrijf op zijn kop zullen gaan zetten. Eén van de game changers die veel genoemd worden is de technologische ontwikkeling. Maar zal de impact van deze game changer echt wel zo groot zijn?

Verzekeren doe je om de gevolgen van een onzeker voorval op te vangen. Maar niemand zit te wachten op schade en jezelf verzekeren is nu niet echt een hobby voor de meeste consumenten. Juist daarom kan de grootste disruptie weleens veroorzaakt worden door de rookmelder. Althans, de soortgenoten van deze vader des preventieland kunnen wel eens een flinke bijdrage gaan leveren aan het einde van de financiële dinosaurussen: technologie om schade te voorkomen, omdat wij allemaal veilig willen leven!

Door een kleinere kans op schade zal de beschermde consument zich goedkoper kunnen verzekeren. Gelijktijdig zal deze consument – en anders wel een of andere claimstichting namens de consument – de producent van de technologische beschermingsmiddelen aansprakelijk stellen indien het hulpmiddel niet of niet goed genoeg werkt. Laten wij deze twee ingrediënten eens combineren in een showcase en een mogelijk toekomstbeeld creëren aan de hand van de veel besproken zelfrijdende auto.

Zelfrijdend en zelfverzekerd!
Het verzekeringslandschap is sinds 2009 sterk veranderd. De totale bruto premie binnen de branche Motorrijtuigen is gedaald van € 4,7 miljard in 2009 tot € 3,9 miljard in 2015. Binnen deze krimpende markt is het marktaandeel van de grote verzekeringsconcern over het algemeen ook nog eens gedaald. Koploper is Achmea, waar – ondanks de vele “labels” die in de lucht gehouden worden voor de verschillende klantgroepen en de grip op Independer en Inshared (synoniem voor Hema verzekeringen) – het marktaandeel tussen 2009 en 2015 ook nog met 3,5% daalde. Gelijktijdig verloren ASR, Delta Lloyd, Nationale-Nederlanden en Reaal ook marktaandeel.

Een dramatische ontwikkeling, te meer daar de branche Motorrijtuigen 1/3 van de totale schademarkt uitmaakt. Overigens, ook het gemiddelde assurantiekantoor is voor ruim meer dan helft van haar inkomsten afhankelijk van de branche Motorrijtuigen.

Binnen deze context komen er steeds meer min of meer zelfrijdende auto’s op de markt. Niet meer slechts een regensensor op de voorruit, maar Adaptive cruise controle, Active Park assist en andere autonome functionaliteiten.

Kortste eind
Hoe hard verzekeraars hun economische machtpositie ook trachten te gebruiken bij schadesturing, zij trekken uiteindelijk aan het kortste einde. De autofabrikanten willen bij schade de auto’s boordevol gecompliceerde technologie graag zelf repareren. Tenslotte worden zij waarschijnlijk aansprakelijk gesteld indien iedere autonome parkeerbeweging eindigt met een flinke deuk. Deze battle of the giants tussen de autofabrikanten en de financiële dinosaurussen resulteert in een collectivisering van de markt. De autofabrikanten gaan de auto’s zelf verzekeren en leveren hun product “all inclusive”. Zoals Tesla recent heeft aangekondigd en Volvo al heeft voorspeld. Waar blijft dan de Nederlandse verzekeraar en het gemiddelde assurantiekantoor?

Survivers
Alleen verzekeraars die onderdeel uitmaken van de value chain van de autofabrikant kunnen deze slag te overleven. Verzekeraars die niet of slechts beperkt vertegenwoordigd zijn in de autoproducerende landen maken eigenlijk geen schijn van kans. Dat belooft weinig goed voor Achmea, marktleider en wereldberoemd in Nederland. Niet dat ASR, Delta Lloyd en Nationale-Nederlanden in een betere positie verkeren. Ik denk ook niet dat een partij als Unigarant weet te overleven. Het moederbedrijf ANWB ziet de kurk onder haar bestaan (De Wegenwacht) verdwijnen.

Regie voeren
Als eerste verdwijnt de markt voor Casco-verzekeringen. De nieuwe topmodellen van Volvo, BMW en Mercedes die veelal zakelijk worden aangeschaft, zullen als eerste af fabriek een Cascoverzekering meegeleverd krijgen. Wist u dat op 1 januari 2016 maar liefst 56,61% van de personenauto’s (bron CBS) met bouwjaar 2015 op naam van een bedrijf stonden (totale wagenpark inmiddels 11,28%). De markt voor Casco-verzekeringen bedraagt € 1,8 miljard, bijna de helft van de totale markt, waarvan een kleine € 500 miljoen weer voor rekening van Achmea komt. Gelukkig kan je niet beleggen in aandelen – maar daarmee ook niet in put opties – van deze verzekeraar, die helaas wel de regie voert over de huidige lokale (internet)markt.

Tentakels van Allianz
De survivers vindt je onder de buitenlandse verzekeraars met een groot internationaal (automotive) netwerk. Helemaal als zo’n verzekeraar sterk is in de leasemarkt, waar het Casco risico nu ook al vaak niet verzekerd wordt. Ik denk aan Allianz, met zijn tentakels waarin BMW en Mercedes gevangen zijn. Niet voor niks heeft Allianz zelfs in de Benelux een “Manager Automotive Partnerships”. Of bijvoorbeeld AXA voor de chauvinistische Fransen en Generali voor de altijd omkoopbare Italianen, die ongetwijfeld dit soort verzekeringsprogramma’s kunnen opzetten met financiële steun vanuit de EU voor het armlastige Zuid-Europa (waarbij het steunprogramma loopt via het internationale fiscale hoofdkantoor in …….) .

Filistijnen
Het gemiddelde assurantiekantoor hoeft zich geen zorgen te maken. Weliswaar wordt er straks niet of nauwelijks verdiend aan autoverzekeringen, de cliënten begeleiden bij schaden wordt booming business. David tegen Goliath, terwijl de vaderlandse financiële dinosaurussen inmiddels naar de Filistijnen zijn.

Eerste publicatie door (am:web)

Amsterdam, 5 oktober 2016

“Used based insurance”, een game changer voor het verzekeringsbedrijf?

Keer op keer verschijnen er artikelen over game changers die het verzekeringsbedrijf op zijn kop zullen gaan zetten. Maar zal de impact van deze game changers wel zo groot zijn? Zijn deze game changers wel echt nieuw of is het een oud gegeven waar een nieuw marketing jasje omheen gebouwd is om de aandacht te trekken door consultants die zich met digitale speeltje bezig houden?

Een game changer die veel aan bod komt is “Used based insurance” of ook vaak genoemd “On-Demand insurance”. Promotors van deze game changers zoeken aansluiting bij de trend van het nieuwe delen. Oude statische verzekeringsproducten zouden onvoldoende daarop aansluiten. In normaal Nederlands is de Used based insurance een vorm van verzekering waarbij de verzekering alleen van kracht is wanneer je hem nodig hebt en/of waarbij de premie afhankelijk is van het gebruik. Recent ontwikkelde nieuwe producten zoals bijvoorbeeld een kilometerverzekering.

Aantrekkelijke prijs
Bij een kilometerverzekering is het een enorme uitdaging om de prijs per kilometer (en dus de variabele verzekeringspremie) aantrekkelijk te krijgen. Zelfs als je de auto niet gebruikt zijn de vaste verzekeringskosten zo hoog, dat er nauwelijks iets overblijft om in de variabele kilometerprijs te verwerken. Het delen van het gebruik van de auto is binnen de huidige verzekeringsproducten nog wel op te vangen. Simpelweg alleen al omdat in het delen van het eigendom van de auto buiten een gemeenschap van goederen nog niet echt voorzien is. Het lijkt vooral een interessant verdienmodel voor de leveranciers van de infrastructuur (hardware en datacom) en het doorverkopen van de data. Daarnaast is zo’n verzekering alleen psychologisch aantrekkelijk als je echt weinig gebruik maakt van de auto. De veelgebruikers zullen een blokje omrijden en de kilometerverzekering mijden. Er blijft dan slechts hier een daar wellicht een nichemarkt over.

Things you love
Nichemarkten die in het buitenland ‘ontdekt’ zijn door partijen als Trov en Metromile. Metromile is een label voor kilometerverzekeringen. Trov is een partij voor on-demand insurance: ‘For the things you love’. Bij Trov plaats je de onderdelen van je inboedel waar je van houdt in een app. Daarna bepaal je of je deze wilt verzekeren tegen beschadiging, verlies of diefstal. Swipe to protect! Eigenlijk stop je vooral heel veel data in een app. Data -ook persoonlijke gegevens- die Troy mag delen met haar ‘partners’. Waar de dingen waar je van houdt tegen verzekerd zijn wordt niet echt duidelijk. Maar ongetwijfeld is er een harde “Na-u” clausule, want de meeste onderdelen van je inboedel zijn al goed verzekerd.

Impact zal meevallen
Used based insurance kan impact hebben op de verzekeringsindustrie, maar ik denk zelf dat die impact wel mee zal vallen. Ik denk daarbij vooral terug aan de bij iedereen bekende (en achterhaalde) kortlopende reis- en annuleringsverzekering (eigenlijk alleen nog maar verkrijgbaar als ‘winstpakker’ bij reisorganisaties). Deze casus uit het verleden heeft bewezen dat een (extra) used based insurance een relatief dure oplossing blijkt te zijn, waardoor uiteindelijk iedere nadenkende consument zal uitwijken naar de goedkopere en vooral veiligere doorlopende (reis)verzekering. Ik zie ook niet goed hoe je – bijvoorbeeld door gebruik te maken van de mobiele telefoon – het principe van used based insurance zou moeten implementeren in woonhuis- of aansprakelijkheidsverzekering zonder de solidariteitsbeginselen van het verzekeren aan te tasten of antiselectie te voorkomen.

Eerste publicatie door (am:web)

Amsterdam, 18 september 2016

Nietmeeropeenrijtje.nl?

Regelmatig vraag ik mij af of verzekeraars nog wel met beide benen in de echte wereld staan. Ze slagen er altijd wel prima in om zich te verplaatsen in de positie en belangen van de aandeelhouder. De eigen gespleten managementlagen en dilemma’s krijgen ook de nodige aandacht en financiële middelen. Maar de klant centraal stellen wil maar niet lukken en het Verbond met haar initiatieven lijkt steeds meer uit te groeien tot een personificatie van het kwaad.

Eerst werd er een App bedacht voor mobiel schade melden. Een App die zoveel (vrije tekst) velden bevat dat je zo’n gebruikersvriendelijk formulier zelfs thuis achter je laptop niet wilt invullen. Laat staan met gevaar voor eigen leven langs de weg. De nieuwste innovatie uit Den Haag heet “mijnverzekeringenopeenrij.nl”

Een Mijn-omgeving ontwikkeld vanuit de veronderstelling dat de consument wakker wordt en fijn wat vrije tijd gaat investeren in zijn verzekeringen: zelf een account aanmaken en inrichten, polissen koppelen met behulp van koppelcodes die hij ontvangt van zijn verzekeraar of gevolmachtigde, polissen ophalen en eventueel bij de polissen nog de contactgegevens toevoegen van zijn adviseurs. Nee hij kan zijn adviseur niet machtigen en ook niet zien via welke adviseur welke polis is afgesloten. In alle “wijsheid” is namelijk besloten om aan de hand van de POR-code alleen de aanbiedende verzekeraar of gevolmachtigde te tonen. Deze aanbieders moeten zich dan wel eerst op vrijwillige basis aansluiten bij Mijnverzekeringenopeenrij.nl.

Statische momentopname
Als de klant de inrichting heeft voltooid, heeft hij of zij inzicht in de verzekeringen. Althans, de naam van het product, het polisnummer, de naam van de subdekkingen, de eventuele verzekerde sommen en de totale premie. Het is niet duidelijk waar de klant voor verzekerd is of welk eigen risico van toepassing is. Hij kan ook geen wijzigingen doorgeven, een schade melden, een hersteller vinden of inschakelen of een vraag stellen aan een deskundige. Het is een statische momentopname. Wil de klant meer, dan moet hij of zij doorklikken naar de eigen website en Mijn-omgeving van de “POR” verzekeraar of gevolmachtigde.

De consument was positief over het inzicht in alle oude versnipperde her en der zelf opgebouwde pensioenaanspraken of aanspraken afgenomen van de voormalig partner(s). Zonder zelf al te veel moeite te doen – slechts een generieke inlogmethode – werden de opgebouwde tegoeden inzichtelijk. Is zo’n beperkte inzage-functionaliteit voor schadeverzekeringen dan ook meer dan voldoende? Terwijl de consument zelf veel meer inspanningen moet doen om dit beperkte inzicht te verkrijgen?

Kosten
Mijnverzekeringenopeenrij.nl is voor de consument gratis. Iets voor niets lijkt het adagium te zijn. Iedere gevolmachtigde die mee wil doen moet jaarlijks 2 tot 3 duizend euro betalen. Verzekeraars betalen in eerste instantie inschrijfgeld van vele tienduizenden euro’s (afhankelijk van het premie-inkomen) en jaarlijkse kosten die naar verwachting zo’n factor 4 lager zullen liggen. Naast deze eenmalige en/of doorlopende fee zijn er natuurlijk nog de eigen interne ICT-kosten om aan als aanbieder aan te sluiten op de Mijn-omgeving.

Verwachting en advies
De geldstromen zijn enorm en de daarmee te realiseren functionaliteit is erg beperkt. Het gebruik zal tegenvallen, omdat de consument te weinig krijgt maar daarvoor al veel te veel moeite moet doen. Mijnverzekeringenopeenrij.nl krijgt daarmee het karakter van een project als voorbeeld van bezigheidstherapie en het binnenshuis rondpompen van premie euro’s ter meerdere eer en glorie van de branche zelf. Als adviseur zou ik wel snel gaan samenwerken met een serviceprovider/gevolmachtigde die zich niet gaat aansluiten bij Mijnverzekeringenopeenrij.nl en direct mijn portefeuille binnen de fabrieken van verzekeraars oversluiten. Tenslotte staat bij hen de klant wel dagelijks centraal.

Eerste publicatie door am:web

Amsterdam, 27 juni 2016

Truth, Trust en Google

Verzekeringen blijft – hoewel wij het graag anders zouden willen – een low intrest product. Geen enkele consument gaat voor zijn plezier financieel winkelen. Het business model van de verzekeraar is de laatste tientallen jaren niet veranderd. Er zijn nieuwe technologieën geïmplementeerd, maar de processen en het fundament onder de branche zijn nog identiek aan de situatie begin vorige eeuw. De druk van buitenaf op verzekeraars neemt toe. Niet dat zij weten welke richting zij in moeten slaan, maar vooral vanuit angst dé juiste boot te missen ontstaat een verdringingsmarkt: wie investeert het meeste in FinTech startups? Daarnaast wordt er flink geïnvesteerd in de verkoop van de eigen producten via digitale kanalen, mobiele apparaten en de aanwezigheid op sociale media. Want komt de concurrentie in de toekomst niet van Google?

Het lijkt onwaarschijnlijk dat Google en andere soortgenoten ooit zelf een volwaardig eigen verzekeringsbedrijf zullen starten. Met een eigen netwerk van adviseurs en bemiddelaars die beschikken over de noodzakelijke kennis en expertise. De Googles van deze wereld hebben natuurlijk wel als aggregator een merknaam die bij de consument bekend is en genieten ook veel vertrouwen. Niet voor niets geven veel consumenten aan eventueel best wel een verzekeringsproduct te willen kopen bij een andere organisatie als de traditionele verzekeraars. Natuurlijk is dit ook of misschien wel vooral een weerspiegeling van de onvrede over de traditionele verzekeraars en het gebrek aan vertrouwen bij de consument. Ook het gebrek aan transparantie en klantgerichtheid door deze verzekeraars zal daarbij meespelen.

Het DNA van Google zit in:
– vereenvoudiging van de zoektocht;
– gebruiksgemak;
– het elimineren van onnodige (extra) stappen.

Eén verzekeraar kan de zoektocht naar de best passende aanbieding niet vereenvoudigen. De primaire claim van Google Compare is niet voor niets: Find more options, faster. Enkele verzekeraars proberen hun aanbiedingen op de eigen website te vergelijken, al dan niet door een derde partij in te schakelen. De vergelijking blijft beperkt en door het ‘Wij van WC Eend – effect’ wordt er door de consument onvoldoende waarde aan toegekend. Een aggregator kan dat wel. Feitelijk hebben adviseurs en bemiddelaars altijd al de rol van aggregator gespeeld, maar dan binnen een technologisch andere schrale omgeving. Google zal nooit de kernwaarde van de aggregator in gevaar brengen door aan het eigen bedrijfsmodel rollen toe te voegen die resulteren in conflicterende belangen. Op langere termijn zou het merk Google zo’n enorme schade oplopen, dat haar voortbestaan in gevaar komt. Deze jongens zijn iets slimmer als Vereniging Eigen Huis of de Consumentenbond, die wel gekozen hebben voor de korte termijn financiële belangen.

Google is continue gericht op het verbeteren van het gebruiksgemak. Ook als deze verbeteringen tegenstrijdig lijken. Na de eerste introductie van Google Compare zijn veel offertes opgevraagd. Hoewel de consument vaak een besparing kon realiseren, bleef de conversie beperkt. Ook andere nieuwe marktpartijen meldde dit probleem. Google heeft zich aangepast aan de klantwens. Google is weliswaar een “licensed producer acting as an independent agent of the insurance”, op haar website bieden zij de consument nu ook de mogelijkheid contact op te nemen met een adviseur van vlees en bloed om de keuze te bespreken en eventueel de polis via deze adviseur ook online (gemak!) af te sluiten.

“Talk to a real person. Speak with providers’ licensed agents to ask any questions before finalizing your purchase. Some providers also offer online purchase so you can buy at any time of the day.” : aldus Google Compare.

Verzekeraars claimen vaak dat innovatie wordt tegen gehouden door wet- en regelgeving en de complexiteit van het business model en de bedrijfsprocessen. Veel van deze complexiteit kan worden opgelost door het gebruik van data. Google weet meer over de consument dan de consument zelf. Niet zozeer over de historische harde ‘risicofactoren’ – die ondanks alle actuariële analyses blijkbaar onvoldoende voorspellende waarde hebben – maar juist over de factoren die iets over de toekomst en het toekomstig gedrag zeggen. Met de meervoudige verkoop van de kennis aan verzekeraars kan Google veel meer geld verdienen, maar gelijktijdig ook onnodige (extra) stappen elimineren. Bijvoorbeeld de zogenaamde slotvragen in acceptatieproces, letterlijk ontworpen in de vorige eeuw.

Is Google een bedreiging voor verzekeraars? Nee, het gebrek aan vertrouwen bij de consument is waarschijnlijker een veel grotere bedreiging voor verzekeraars. Gelijktijdig zou de eventuele komst van Google Compare naar Nederland juist kansen bieden aan de adviseur en bemiddelaar als zij hun kennis en processen kunnen aanpassen en integreren.

Dat er daarnaast steeds meer ruimte komt voor een andere verzekeraar die wel transparant én klantgericht is en ook gebruik maakt van de mogelijkheden van de nieuwe aggregators, is bijna een open deur.

Arthur Goes | KoKo Kroup | 3 januari 2016

Hysterese in verzekeringen op komst!

In de verzekeringssector gebeurt heel veel, maar de effectieve verandering is nog steeds beperkt. Oude organisaties zitten gevangen in een systemisch patroon. Per definitie is ook de behoefte aan verandering bij de bestaande belangrijkste – en kennelijk tevreden – klanten niet of nauwelijks aanwezig. Het gevaar van kannibalisme op de bestaande business en/of verdienmodellen is daardoor te groot. Lees verder (PDF)

Findinet, Branche in Beweging, december 2012

Klantloyaliteit door innovatie

Al voor de crisis maakte loyaliteit plaats voor concurrentiële druk. Dankzij internet kunnen klanten betrekkelijk eenvoudig informatie over en alternatieven voor verzekeringen verzamelen. Zoveel aanbieders en bemiddelaars, zoveel websites. Iedereen kopieert en grijpt terug op oude succesformuler van gemak, eenvoud en zelfwerkzaamheid. De klant blijft achter met het gevoel dat hij niet gewaardeerd wordt en de vraag welke toegevoegde waarde nu eigenlijk nog door de verzekeraar en/of bemiddelaar wordt geleverd. Switchgedrag door prijsstimuli tasten de loyaliteit aan. Nu iedereen op zoek gaat naar nieuwe verdienmodellen, blijkt klantloyaliteit en ‘Added Value’ cruciaal voor een succesvolle transitie.

In de strijd om klantbehoud blijken innovatieve dienstverleners het hoogste slagingspercentage te hebben. Kijk naar VerzekerUzelf – tien jaar geleden een start-up uiteindelijk bij de start slechts gesteund door één verzekeraar – de eerste met een dagelijks opzegbare polis. Inmiddels maakt VerzekerUzelf onderdeel uit van een bloeiend concern waar alle ‘units’ vanuit het concern-DNA innovatieve diensten leveren.

Blijven wij hopen op “oude tijden” die niet meer vanzelf terugkomen? Bestaande producten en processen aanpassen is slechts voor bedrijven die vinden dat zij moeten innoveren. Het aanpassen van processen heeft slechts het primaire doel de kosten in de hand te houden. Bestaande producten aanpassen heeft weinig zin in een verzadigde of krimpende markt. Wat doen bedrijven die niet moeten maar echt willen innoveren? In haar ‘ABC van Innovatie’ schetst Deloitte twee richtingen:

  • innovatie van concepten en diensten;
  • radicale innovatie.

Voor de startende innovator ligt de eerste route dicht bij huis. Alleen de zachte barrières moeten worden doorbroken. De bestaande organisatie, verdienmodellen en portefeuilles blijven buiten schot. De eerste stapjes onderweg naar de uiteindelijk onvermijdelijke en noodzakelijke radicale innovatie, maar die wel gelijk al een bijdrage kunnen leveren aan bijvoorbeeld het verhogen van de klantloyaliteit.

Nieuw startblok voor de ‘Customer journey’
Ontsluiting via internet van premies en voorwaarden hebben het eenvoudig gemaakt verzekeringen te vergelijken. Koppeling aan backoffice systemen maakte het mogelijk desgewenst ook direct een verzekering af te sluiten. Na een voorzichtige start werden de sluizen open gezet, waardoor ongewenste risico’s via het internet de portefeuille instroomden. Inmiddels zijn koppelingen gelegd met fraude informatiesystemen, kentekendatabases en acceptatie-expert-systemen. Ongeveer 30% van de nieuwe particuliere verzekeringen wordt inmiddels afgesloten via het internet. Het marktpotentieel is echter veel groter. Een segment van ongeveer vergelijkbare omvang maakt nu nog geen gebruik van de technische mogelijkheden. De markt voor ZZP en MKB verzekeringen staat aan het begin van een vergelijkbare ontwikkeling. Deze groeiende segmenten kunnen wij attaqueren met gekopieerde concepten van gemak, eenvoud en zelfwerkzaamheid of wij kunnen de customer journey op een ander punt starten.

Het startpunt van de customer journey kan liggen bij de zogenaamde ‘High end objects’ en ‘High risk subjects’. Personen met een (tijdelijk) vlekje, een risicovol bedrijf/beroep of eigenaar van een bijzonder object die niet in de gelegenheid is zelfstandig een risico af te dekken en aandacht nodig heeft.

Mainstream-vs-Added-Value

Bemiddelaars staan niet langer tussen de klant en de aanbieder, maar nemen in de nieuwe wereld een positie in naast de klant. Aanbieders activeren de ‘klantwaarde’ op de balans. Beide streven naar klantloyaliteit, waardoor investeringen in High end objects en High risk subjects gerechtvaardigd zijn. De klant krijgt het gevoel dat hij gewaardeerd wordt en ervaart daadwerkelijk toegevoegde waarde. En de jeugdige GTI rijder van vandaag is mogelijk de CEO van morgen.

Amsterdam, 3 mei 2012