Data is niets en van niemand!

Wie is de eigenaar van de data? Met name in 2017 hebben al vele juristen en advocaten gepubliceerd over dit vraagstuk. Een vraagstuk dat ondanks alle publicaties nog steeds een hoge actualiteitswaarde heeft en tot veel discussies leidt binnen de verzekeringsbranche. Met betrekking tot de privacy. Of binnen het kader van big-data (risico)analyse en klantprofileringen. Vreemd genoeg stellen vooral verzekeraars zich daarbij nogal bezitterig op. Zo pleiten verzekeraars zelfs tot vrije toegang tot voertuigdata. Maar data is niets! Niemand kan eigenaar zijn van data. De wet kent dat begrip alleen voor fysieke goederen.  Er is hooguit een soort van “data eigendom” voor databankproducenten die data zelf niet-exclusief hebben verzameld. Want iedereen bepaalt zelf aan wie hij of zij data levert en heeft het recht op vergetelheid!

Het lijkt tijd voor een paradigma shift. Je mag werken met de data die je geleverd krijgt en de leverancier heeft het recht nee te zeggen.  Maar als jij als leverancier weigert (voldoende) data af te leveren is het natuurlijk altijd mogelijk dat bepaalde ‘diensten’ onmogelijk worden.  Deze paradigma shift – is het wel een shift? – vinden wij eigenlijk ook al terug in de Algemene verordening Gegevensverwerking. “Gegevensverwerking” geeft  aan dat de data geen eigendom wordt maar op basis van een dataleveringsovereenkomst – vaak in de vorm van een privacyverklaring – niet-exclusief wordt geleverd aan de gegevensverwerker die hooguit een soort van mede-eigenaar wordt als databankproducent.

Mijn DATENSCHUTZ

Alleen als je data geheim houdt, heb je er grip op. Maar tegenwoordig kom je daar niet ver meer mee. Allerlei processen en webwinkels lopen vast. Om mijn privacy te beschermen is het erg prettig als leveranciers niet alles weten. In een omnichannel wereld leidt de versnippering van data tot kleine min of meer geïsoleerde gebieden (datasets). Maar hoe bepaal ik de minimale databehoefte bij leveranciers. Kan ik erop vertrouwen dat zij alleen de noodzakelijke data opvragen en productdata niet combineren of hergebruiken? Want waarom zou mijn autoverzekeraar geïnformeerd moeten worden over de waarde van mijn huis, de inboedel of mijn inkomen?

Binnen de data-distributieketen in de verzekeringsbranche speelt het intermediair  een cruciale rol. Hij is de eerste databankproducent die als vertrouwenspersoon zelfs de meest gevoelige data van de klant verzameld. De eerste data-firewal,l die vervolgens kan bepalen welk selectieve deel van de data uit zijn databank weer noodzakelijk geleverd moet worden aan één of meer verwerkers. Het intermediair is daarmee bewaker van de privacy van de klant. Hij verdeeld en heerst vanuit een één-op-één relatie naar een één-op-veel relatie met als doel een compleet pakket aan dienstverlening voor de klant te assembleren.

Steeds vaker werkt het intermediair samen met één of meer (tot de eigen groep behorende) gevolmachtigde agenten. Ook deze databankproducenten bouwen een niet-exclusieve verzameling op. Verzekeraars beroepen zich op een uitbestedingsovereenkomst om deze data op te eisen. Maar gevolmachtigde agenten leveren bijna altijd diensten die juist alleen voor het intermediair toegevoegde waarde hebben. In de pre-contractuele fase wordt middels tools van de gevolmachtigd agent data verzameld om de klant te kunnen adviseren en het juiste product of de juiste verzekeraar te selecteren. In een klantgericht schadebehandelingsproces wordt eerst data verzameld over de schadeoorzaak om daarna te onderzoeken of de schade onder de dekking valt van één of meerdere verzekeringen. De gehele databank valt daarmee buiten de reikwijdte van de uitbestedingsovereenkomst. De gevolmachtigd agent zal vervolgens een selectief deel van de data uit zijn databank kunnen verwerken voor de verzekeraar en ook eventueel leveren aan diezelfde verzekeraar. Voor dat deel van de data wordt de verzekeraar hooguit een soort van mede-eigenaar, maar nimmer op basis van exclusiviteit. De tweede data-firewall is een feit.

Zowel het intermediair als gevolmachtigd agenten opereren  onafhankelijk van de verzekeraar(s). Daarnaast zorgen zij voor de versnippering van data, terwijl zij wel gelijk een compleet pakket aan dienstverlening en “best of verzekeringen” assembleren. En als ik vergeten wil worden, begin ik heel gemakkelijk weer bij mijn eerste databankproducent.

Is het dan niet vreemd dat er zo weinig aandacht binnen de keten is voor privacy en echte onafhankelijkheid? Is het niet juist het intermediair én de gevolmachtigd agent die privacy én onafhankelijk kunnen inzetten als unieke toegevoegde waarde? Juist omdat het vertrouwen van de klant in verzekeraars nog steeds zo slecht is en het voortbestaan van het Keurmerk Klantgericht Verzekeren zelfs ter discussie staat. De tijdperken van Trust me en Tell me zijn voorbij. Wij  leven in een wereld die eist: Show me!

Show me!

Het intermediair kan zelf het initiatief nemen door een ‘Onafhankelijkheidsverklaring’ af te geven. Heel normaal voor Accountants maar nog steeds niet gebruikelijk onder bijvoorbeeld leden van Adfiz als branchevereniging van (onafhankelijk) financieel adviseurs. Gevolmachtigd agenten kunnen aanvullend verklaren dat zij schaden onafhankelijk afhandelen omdat zij niet direct belanghebbende zijn – in tegenstelling tot de risicodragende verzekeraars –  bij het beoordelen van de dekking en het vaststellen van de omvang van de schade.

Een verwerkersovereenkomst regelt alleen de verantwoordelijkheden bij de verwerking van persoonsgegevens en is onvoldoende. Terwijl de privacyverklaring te veel de nadruk legt op de bescherming van gegevens. Om grip te houden op de datahuishouding is het belangrijk om tussen alle schakels in de keten aanvullend over levering en gebruik van data duidelijke afspraken te maken tussen de (gegevens)leverancier en afnemer: een overeenkomst waarin onder andere wordt vastgelegd welke data geleverd wordt, met welk doel de ontvanger de data mag gaan gebruiken, met wie en waarom welke data gedeeld mag worden en de wederdiensten die daar tegenover staan. Zo’n dataleveringsovereenkomst kan onderdeel uitmaken van bijvoorbeeld de Algemene voorwaarden. Zodat ook in de big data wereld het klantbelang centraal staat!

Amsterdam, 20 november 2019

Zürich Innovation World Championship (ZIWC)

Blijven wij hopen op oude tijden die niet meer vanzelf terugkomen? Het innovatief vermogen is meer dan ooit bepalend voor de toekomst en het succes van verzekeraars. Lastig want iedereen is opgeleid om doelen te realiseren en ‘te leveren’, niet om leiding te geven aan de noodzakelijke en onzekere ontdekkingsreis. Innoveren vraagt lef, durf en ruimte om te kunnen experimenteren. Zurich Insurance Group toont leiderschap en heeft de ontdekkingsreis werelds aangepakt! 

Het Zürich Innovation World Championship (ZIWC) is de eerste internationale Insurtech-competitie. Start-ups van over de hele wereld hebben de gelegenheid aangegrepen om nieuwe ideeën te presenteren die het potentieel hebben om een ​​revolutie teweeg te brengen op het gebied van mobiliteit, financiële planning, slimme huizen / gebouwen, digitale gezondheid en een “wildcard”-categorie.

De voorrondes: Country Round & Regional Round
Zurich ontving meer dan 450 aanmeldingen uit 49 landen. In oktober 2018 zijn 130 start-ups uitgenodigd op kantoren van Zürich over de hele wereld om hun Insurtech idee te presenteren aan een Zürich Country Leadership-team. De winnaars van deze Country Round zijn door gegaan naar de regionale showdown in december 2018. Nederland, waar Zurich helaas niet meer aanwezig is, is niet vertegenwoordigd en aan het Zürich Innovation World Championship is zo ver ik weet niet of nauwelijks enige publicitaire aandacht besteed.

In december 2018 hebben de 22 Country Round finalisten deelgenomen aan de regionale rondes, waarbij zij hun Insurtech idee hebben gepresenteerd aan de jury. Van digitale gezondheids-apps tot producten voor waterbeheer, de deelnemers hebben indruk gemaakt met hun baanbrekende ideeën. De acht winnaars van de Regional Round gaan nu door naar de laatste fase van het kampioenschap: de Global Round.

Wie zijn deze finalisten?
Het leitmotiv van Zürich is dat zij moeten blijven onderzoeken hoe technologie de bescherming van hun klanten verder kan verbeteren. En niet alleen maar om zichzelf geheel of gedeeltelijk ‘opnieuw’ uit te vinden en de verzekeringssector te transformeren. Deze dubbele doelstelling zien wij ook terug in de selectie van de regionale winnaars. De acht regionale winnaars zijn (in alfabetische volgorde):

  • Chisel – Finalist uit de regio Noord-Amerika
  • Habit Analytics – Finalist uit Europa, het Midden-Oosten en Afrika
  • LifeNome – Finalist uit de regio Latijns-Amerika
  • Nubihome – Finalist uit de regio Latijns-Amerika
  • Shayp – Finalist uit Europa, het Midden-Oosten en Afrika
  • Soldier.ly – Finalist uit de regio Azië / Stille Oceaan
  • Vymo – Finalist uit de regio Azië / Stille Oceaan
  • zesty.ai – Finalist uit de regio Noord-Amerika

Chisel
Chisel biedt de verzekeringssector een kant-en-klare oplossingen die natuurlijke taalverwerking en AI toepassen. Natuurlijke taalverwerking kan nu worden toegepast op vele functies binnen het verzekeringsbedrijf waarvoor mensen moeten lezen, begrijpen, vergelijken, controleren of extraheren – in een enkel document, of in verschillende documenten, of zelfs in een volledig cliëntbestand. Gestructureerde of ongestructureerde tekst.

Habit Analytics
Habit aggregeert en analyseert gegevens van IoT-apparaten, smartphones en contextuele gegevensbronnen om inzicht te krijgen in het gedrag van consumenten en gegevensgestuurde besluitvorming mogelijk te maken.

LifeNome
Variaties in je genen (SNP’s genoemd) maken je uniek en anders dan andere. Twee decennia van onderzoek en duizenden genoom-brede associatiestudies hebben LifeNome een kritisch inzicht gegeven in hoe deze variaties van invloed zijn op honderden wellness-eigenschappen en beslissingen. Met behulp van ons geavanceerde computeralgoritme en wetenschappelijke interactiesstudies met betrekking tot genen, kan LifeNome de vitamines en vetverwerking van uw lichaam, huidverzorgingsbehoeften, spier- en letselprofiel, slaapkwaliteit en honderden andere wellnesskenmerken beoordelen en kunt u keuzes maken die overeenkomen met de behoefte van uw lichaam. Geen generieke diëten meer, generieke trainingsroutines of generiek huidverzorgingsadvies.

Nubihome
Nubihome helpt verzekeringsmaatschappijen risico’s te verkleinen door metadata van klanten te analyseren, te innoveren met nieuwe diensten en kansen op upselling en cross-selling te identificeren.

Shayp
Elke dag gaat 35% van het gedistribueerde water verloren in huizen, gebouwen en pijpleidingen. Shayp pakt het waterverlies aan in gebouwen en woningen door de kosten van lekkages op één meetpunt te beoordelen, de gebruiker te alarmeren en onderhoud uit te initiëren.

Soldier.ly
Overwatch is ontworpen om u te helpen stress te verminderen en bewust te leven. Overwatch controleert continu uw hartslag, activiteiten en gedrag om stresspatronen te detecteren en helpt u vervolgens uw ademhaling, meditatie en visualisatie te gebruiken om stress en angst snel te verminderen.

Vymo
Vymo is een mobiele persoonlijke verkoopassistent. Het kan voorspellen wat een buitendienstmedewerker moet doen en hem onderweg coachen om meer, sneller te sluiten. Leren van de beste buitendienstmedewerkers in de organisatie om de beste resultaten te bereiken.

zesty.ai
Zesty.ai maakt gebruik van de kracht van Artificial Intelligence om wereldwijd de verzekeringsbranche te helpen binnen autonomen acceptatiesystemen risico’s van gebouwen beter in te schatten.

De acht start-ups komen eind januari naar Zürich voor de laatste Global Round. Daar presenteren zij hun ideeën aan internationale executives van Zurich en andere belanghebbenden. Zurich is van plan om de drie winnaars op 30 januari bekend te maken.

Amsterdam, 24 januari 2019


Vennootschap met een sociaal oogmerk

Er is veel te doen over de gevolgen voor de machtsverhoudingen van de concentratie van vermogens. Of de beheerders daarvan in de politieke en corporate wereld. Bij veel mensen groeit het gevoel dat zij helemaal niet zo vrij zijn als zij wel dachten. Dat niet hun belangen als klant maar hun productcapaciteit als economische slaaf centraal staat.

Ook de financiële sector worstelt met de gevolgen. Vaak wordt er naar de bestuurders gewezen met de beschuldigende vinger. De sector kampt nog steeds met een diepe vertrouwenscrisis. Nadat het vertrouwen in verzekeraars weer ging dalen medio 2016, lijkt de sector gestopt met het laten meten van de index van het Consumentenvertrouwen in verzekeraars. De consument vindt het helemaal niet fijn dat ze verzekerd zijn. Althans, niet bij de huidige marktpartijen! a.s.r. lijkt de uitdaging wel begrepen te hebben en komt met “Het andere bewijs”

Solidariteit ligt ten grondslag aan de verzekeringsbedrijfstak. Voor herstel van de reputatie lijkt het niet noodzakelijk om genetische manipulatie toe te passen: het sociale DNA vormt tenslotte het fundamentele bestaansrecht van de sector. Moeten wij de beheerders dan vervangen of zijn er nieuwe wegen die het verschil maken, omdat het anders kan?

De vennootschap met een sociaal oogmerk
Verzekeraars vervullen een belangrijke maatschappelijk rol. Zij behoren als het waren tot de infrastructuur voor een goed functionerende samenleving waarbinnen menselijke waardigheid centraal staat. Het bestuur en beheer van dit soort organisatie kan je niet overlaten aan de volledige vrije markt. Als je wil dat de menselijke waarde of klant echt centraal blijft staan, dan is het noodzakelijk om beperkende wetten en regels te ontwikkelen. Alleen dan kan je de veel geprezen voordelen van de vrije markt effectief richten en de overheersende managementfilosofie, waarbij de belangen van de aandeelhouder centraal staan, ‘genetisch manipuleren’.

Een mogelijke oplossing is de inrichting van een variant op de bestaande vennootschapsvormen: de vennootschap met sociaal oogmerk (VSO). Een variant die bekend is bij onze zuiderburen en die met enige aanpassingen zeer goed ingezet kan worden in Nederland. Een vennootschapsvorm die gekozen kan worden door ondernemingen die deel uitmaken van de maatschappelijke infrastructuur: verzekeraars, systeembanken, gas-, water- en elektriciteitsbedrijven, zorgverleners, e.a.

In de VSO mag de winst niet of slechts voor een beperkt percentage uitgekeerd worden aan de aandeelhouders. De inkomsten moeten besteed worden om het sociaal doel van de VSO te verwezenlijken. Daartoe moeten de VSO’s een aantal extra voorwaarden opnemen in hun statuten die de winstuitkering beperken en het sociale doel duidelijk beschrijven. Jaarlijkse dienen zij in het jaarverslag aan te geven welke bijdrage(n) zij hebben geleverd aan dit sociale doel. En:

  • Geen van de aandeelhouders mag meer dan 10% van het aantal stemmen in de algemene vergadering van aandeelhouders hebben en de werknemers moeten samen ook één van de aandeelhouders zijn.
  • De winstuitkering is gelijk aan de geldende rentevoet – afgeleid van de rente op staatsobligaties met een langere renteperiode vermeerderd met een risico-opslag van één of een zeer beperkt aantal procenten – die jaarlijks wordt vastgesteld door politiek Den Haag.
  • De primaire arbeidsvoorwaarden zijn gebonden aan regelgeving (maximering) om te voorkomen dat overtollige financiële middelen worden afgeroomd ten gunste van de bestuurders en medewerkers.
  • De vennootschap is uiteraard gevestigd in Nederland.

De vraag is vervolgens of je zo’n vennootschapsvorm verplicht moet stellen of alleen het gebruik ervan moet stimuleren. Door alleen het gebruik te stimuleren en de extra waarde van deze vennootschap kenbaar te maken aan de consument, leg je de macht neer bij diezelfde consument en blijft de sturende rol van de overheid beperkt.

Stimuli
Om het vrijwillige gebruik van de VSO te stimuleren, is het wenselijk een uitgebalanceerd pakket aan stimuli te ontwerpen. De VSO moet een keurmerk uitstraling krijgen, waarbij de VSO zelf en haar klanten direct voordeel ervaren. Kiezen voor een VSO is kiezen voor jezelf!

Als algemene maatregel kan de VSO een korting op de vennootschapsbelasting in het vooruitzicht gesteld worden. Andere stimuli kunnen gevonden binnen het stelsel van de werkgeverslasten of vrijstelling van BTW bij duurzame investeringen. De klant kan vervolgens profiteren van (extra) voordeel indien gekozen wordt voor een VSO door een verlaging van BTW of de assurantiebelasting.

Samen verder bouwen
De VSO naar Belgisch voorbeeld is maar een denkrichting. Ik nodig iedereen uit verder te bouwen aan een vennootschap met een sociaal oogmerk en de grenzen te verkennen: Nieuwe wegen vinden en het verschil maken, omdat het anders kan. Een weg waarbij de macht bij de vrije consument komt te liggen. Omdat de keuzevrijheid van de klant centraal staat.

Eerste publicatie door (am:web)

Amsterdam, 12 juli 2017

De beste mensen voor 2017!

Nieuwe wegen vinden en het verschil maken, omdat het anders kan. Vanuit mijn DNA ben ik gewend voor mijn opdrachtgevers naar voren te kijken. Soms een lastige opgave in een branche die vooral juridisch, actuarieel en financieel geschoold is. Disciplines bevolkt door personen die waarschijnlijk vanaf hun middelbare school periode gewend zijn alleen maar naar het verleden te kijken.

Ik zie het terug in mijn groeiende opdrachten portfolio. Steeds minder werk ik voor de corporate verzekeraars, steeds meer samen met de ondernemers in de bemiddelingsbranche. Steeds dichter kruip ik tegen de consument aan die bij mijn opdrachtgevers echt centraal is komen te staan.

Een klant, die verzekeren niet leuk of interessant vind. Het is een noodzakelijk kwaad. Je sluit een verzekering af en vertrouwd erop dat de verzekeraar uitkeert op het moment er per ongeluk toch iets zou gebeuren.

Vertrouwen is een maatstaf voor het geloof in de eerlijkheid van de ander. Zonder vertrouwen is er geen basis voor verzekeren. Het solidariteitsbeginsel – het principe dat we voor elkaar zorgen, gefinancierd door iedereen – is de tweede heipaal die ervoor zorgt dat de branche niet in het moeras wegzakt. Eigenlijk is verzekeren de oudste (oer)vorm van de moderne deeleconomie, waarbij delen en collectief consumeren centraal staan. Initiatieven als AirBNB, Snappcar, Van de Bron en Peerby zijn geen sociologische innovaties maar slechts andere verschijningsvormen die aansluiten op intrinsieke motieven.

Branche geregeerd door ikonomen
In de ons achterliggende periode is de branche geregeerd vanuit de ‘ikonomie’. Door de naoorlogse protestgeneratie en hun kinderen uit de pragmatische generatie. De focus op zelfontplooiing en zelfverrijking is bij deze generaties zo groot, dat zij nauwelijks tijd hebben voor elkaar, laat staan voor de geld jattende klant, de provisie verslindende assurantieadviseur of bijvoorbeeld de niet-wetende kiezer. De motieven van de ikonomen vormen de grootste bedreiging voor de branche. Zij leggen de bijl aan de wortels van vertrouwen en solidariteit. Onder aanvoering van de ikonomen is de vertrouwensindex gedaald tot (ver) onder het nulpunt. Trots melden de ikonomen dat de index stijgt en dat zij goed bezig zijn, terwijl de index nog steeds negatief is en hen zelfs verweten wordt een belangrijkste factor te zijn in de opkomst van het populisme in Europa.

Herstel van oude normen en waarden
De klant vraagt om verandering! Een deeleconomie die – zoals blockchain technologie – alleen succesvol kan opereren binnen een transparante omgeving waarin mensen elkaar vertrouwen en solidair zijn. Eigenlijk vraagt de klant van verzekeraars geen innovatie of nieuwe wegen. De klant van morgen vraagt herstel van de oude normen en waarde! En alleen omdat ik jullie mensen toch niet vertrouw, praat ik tot die tijd net zo lief met een chatbot.

Voor 2017 wensen wij de verzekeraars de beste mensen! Minder ikonomen die aan zichzelf denken:

  • Die winsten behaald in het verleden al hebben uitgegeven en als de zon even wat minder schijnt wegduiken achter definities en de klant terneergeslagen achter laten of gelijk de premies verhogen.
  • Die daarbij uitspraken van de geschillencommissie negeren en aanvechten als deze door het collectieve karakter te veel geld kunnen gaan kosten.
  • Die de klant korten op de uitkering als hij jaren later ontredderd bij schade het verkeerde herstelbedrijf inschakelt, omdat hij de kleine (of meestal verborgen) lettertjes vergeten is en niet wekelijks de website van de verzekeraar volgt voor het laatste nieuws of aanpassingen.
  • Die de provisie van hun businesspartners – en daarmee de inkomsten en pensioenwaarde van het bedrijf – oplopende tot 25%, verlagen.
  • Die saneren om ervoor te zorgen dat zij onder minder medewerkers zichzelf toch net iets meer kunnen geven.
  • Die onkruid liever later woekeren en de kosten van bestrijding over laten aan het nageslacht.

Minder ikonomen die niet te vertrouwen zijn en meer mensen die niet alleen in woorden, maar in transparante daden aantoonbaar werken aan herstel van vertrouwen.

De beste mensen voor 2017!

Eerste publicatie door am:web

Amsterdam, 12 december 2016

Zelfrijdend, Zelfverzekerd?

Keer op keer verschijnen er artikelen over game changers die het verzekeringsbedrijf op zijn kop zullen gaan zetten. Eén van de game changers die veel genoemd worden is de technologische ontwikkeling. Maar zal de impact van deze game changer echt wel zo groot zijn?

Verzekeren doe je om de gevolgen van een onzeker voorval op te vangen. Maar niemand zit te wachten op schade en jezelf verzekeren is nu niet echt een hobby voor de meeste consumenten. Juist daarom kan de grootste disruptie weleens veroorzaakt worden door de rookmelder. Althans, de soortgenoten van deze vader des preventieland kunnen wel eens een flinke bijdrage gaan leveren aan het einde van de financiële dinosaurussen: technologie om schade te voorkomen, omdat wij allemaal veilig willen leven!

Door een kleinere kans op schade zal de beschermde consument zich goedkoper kunnen verzekeren. Gelijktijdig zal deze consument – en anders wel een of andere claimstichting namens de consument – de producent van de technologische beschermingsmiddelen aansprakelijk stellen indien het hulpmiddel niet of niet goed genoeg werkt. Laten wij deze twee ingrediënten eens combineren in een showcase en een mogelijk toekomstbeeld creëren aan de hand van de veel besproken zelfrijdende auto.

Zelfrijdend en zelfverzekerd!
Het verzekeringslandschap is sinds 2009 sterk veranderd. De totale bruto premie binnen de branche Motorrijtuigen is gedaald van € 4,7 miljard in 2009 tot € 3,9 miljard in 2015. Binnen deze krimpende markt is het marktaandeel van de grote verzekeringsconcern over het algemeen ook nog eens gedaald. Koploper is Achmea, waar – ondanks de vele “labels” die in de lucht gehouden worden voor de verschillende klantgroepen en de grip op Independer en Inshared (synoniem voor Hema verzekeringen) – het marktaandeel tussen 2009 en 2015 ook nog met 3,5% daalde. Gelijktijdig verloren ASR, Delta Lloyd, Nationale-Nederlanden en Reaal ook marktaandeel.

Een dramatische ontwikkeling, te meer daar de branche Motorrijtuigen 1/3 van de totale schademarkt uitmaakt. Overigens, ook het gemiddelde assurantiekantoor is voor ruim meer dan helft van haar inkomsten afhankelijk van de branche Motorrijtuigen.

Binnen deze context komen er steeds meer min of meer zelfrijdende auto’s op de markt. Niet meer slechts een regensensor op de voorruit, maar Adaptive cruise controle, Active Park assist en andere autonome functionaliteiten.

Kortste eind
Hoe hard verzekeraars hun economische machtpositie ook trachten te gebruiken bij schadesturing, zij trekken uiteindelijk aan het kortste einde. De autofabrikanten willen bij schade de auto’s boordevol gecompliceerde technologie graag zelf repareren. Tenslotte worden zij waarschijnlijk aansprakelijk gesteld indien iedere autonome parkeerbeweging eindigt met een flinke deuk. Deze battle of the giants tussen de autofabrikanten en de financiële dinosaurussen resulteert in een collectivisering van de markt. De autofabrikanten gaan de auto’s zelf verzekeren en leveren hun product “all inclusive”. Zoals Tesla recent heeft aangekondigd en Volvo al heeft voorspeld. Waar blijft dan de Nederlandse verzekeraar en het gemiddelde assurantiekantoor?

Survivers
Alleen verzekeraars die onderdeel uitmaken van de value chain van de autofabrikant kunnen deze slag te overleven. Verzekeraars die niet of slechts beperkt vertegenwoordigd zijn in de autoproducerende landen maken eigenlijk geen schijn van kans. Dat belooft weinig goed voor Achmea, marktleider en wereldberoemd in Nederland. Niet dat ASR, Delta Lloyd en Nationale-Nederlanden in een betere positie verkeren. Ik denk ook niet dat een partij als Unigarant weet te overleven. Het moederbedrijf ANWB ziet de kurk onder haar bestaan (De Wegenwacht) verdwijnen.

Regie voeren
Als eerste verdwijnt de markt voor Casco-verzekeringen. De nieuwe topmodellen van Volvo, BMW en Mercedes die veelal zakelijk worden aangeschaft, zullen als eerste af fabriek een Cascoverzekering meegeleverd krijgen. Wist u dat op 1 januari 2016 maar liefst 56,61% van de personenauto’s (bron CBS) met bouwjaar 2015 op naam van een bedrijf stonden (totale wagenpark inmiddels 11,28%). De markt voor Casco-verzekeringen bedraagt € 1,8 miljard, bijna de helft van de totale markt, waarvan een kleine € 500 miljoen weer voor rekening van Achmea komt. Gelukkig kan je niet beleggen in aandelen – maar daarmee ook niet in put opties – van deze verzekeraar, die helaas wel de regie voert over de huidige lokale (internet)markt.

Tentakels van Allianz
De survivers vindt je onder de buitenlandse verzekeraars met een groot internationaal (automotive) netwerk. Helemaal als zo’n verzekeraar sterk is in de leasemarkt, waar het Casco risico nu ook al vaak niet verzekerd wordt. Ik denk aan Allianz, met zijn tentakels waarin BMW en Mercedes gevangen zijn. Niet voor niks heeft Allianz zelfs in de Benelux een “Manager Automotive Partnerships”. Of bijvoorbeeld AXA voor de chauvinistische Fransen en Generali voor de altijd omkoopbare Italianen, die ongetwijfeld dit soort verzekeringsprogramma’s kunnen opzetten met financiële steun vanuit de EU voor het armlastige Zuid-Europa (waarbij het steunprogramma loopt via het internationale fiscale hoofdkantoor in …….) .

Filistijnen
Het gemiddelde assurantiekantoor hoeft zich geen zorgen te maken. Weliswaar wordt er straks niet of nauwelijks verdiend aan autoverzekeringen, de cliënten begeleiden bij schaden wordt booming business. David tegen Goliath, terwijl de vaderlandse financiële dinosaurussen inmiddels naar de Filistijnen zijn.

Eerste publicatie door (am:web)

Amsterdam, 5 oktober 2016

Nietmeeropeenrijtje.nl?

Regelmatig vraag ik mij af of verzekeraars nog wel met beide benen in de echte wereld staan. Ze slagen er altijd wel prima in om zich te verplaatsen in de positie en belangen van de aandeelhouder. De eigen gespleten managementlagen en dilemma’s krijgen ook de nodige aandacht en financiële middelen. Maar de klant centraal stellen wil maar niet lukken en het Verbond met haar initiatieven lijkt steeds meer uit te groeien tot een personificatie van het kwaad.

Eerst werd er een App bedacht voor mobiel schade melden. Een App die zoveel (vrije tekst) velden bevat dat je zo’n gebruikersvriendelijk formulier zelfs thuis achter je laptop niet wilt invullen. Laat staan met gevaar voor eigen leven langs de weg. De nieuwste innovatie uit Den Haag heet “mijnverzekeringenopeenrij.nl”

Een Mijn-omgeving ontwikkeld vanuit de veronderstelling dat de consument wakker wordt en fijn wat vrije tijd gaat investeren in zijn verzekeringen: zelf een account aanmaken en inrichten, polissen koppelen met behulp van koppelcodes die hij ontvangt van zijn verzekeraar of gevolmachtigde, polissen ophalen en eventueel bij de polissen nog de contactgegevens toevoegen van zijn adviseurs. Nee hij kan zijn adviseur niet machtigen en ook niet zien via welke adviseur welke polis is afgesloten. In alle “wijsheid” is namelijk besloten om aan de hand van de POR-code alleen de aanbiedende verzekeraar of gevolmachtigde te tonen. Deze aanbieders moeten zich dan wel eerst op vrijwillige basis aansluiten bij Mijnverzekeringenopeenrij.nl.

Statische momentopname
Als de klant de inrichting heeft voltooid, heeft hij of zij inzicht in de verzekeringen. Althans, de naam van het product, het polisnummer, de naam van de subdekkingen, de eventuele verzekerde sommen en de totale premie. Het is niet duidelijk waar de klant voor verzekerd is of welk eigen risico van toepassing is. Hij kan ook geen wijzigingen doorgeven, een schade melden, een hersteller vinden of inschakelen of een vraag stellen aan een deskundige. Het is een statische momentopname. Wil de klant meer, dan moet hij of zij doorklikken naar de eigen website en Mijn-omgeving van de “POR” verzekeraar of gevolmachtigde.

De consument was positief over het inzicht in alle oude versnipperde her en der zelf opgebouwde pensioenaanspraken of aanspraken afgenomen van de voormalig partner(s). Zonder zelf al te veel moeite te doen – slechts een generieke inlogmethode – werden de opgebouwde tegoeden inzichtelijk. Is zo’n beperkte inzage-functionaliteit voor schadeverzekeringen dan ook meer dan voldoende? Terwijl de consument zelf veel meer inspanningen moet doen om dit beperkte inzicht te verkrijgen?

Kosten
Mijnverzekeringenopeenrij.nl is voor de consument gratis. Iets voor niets lijkt het adagium te zijn. Iedere gevolmachtigde die mee wil doen moet jaarlijks 2 tot 3 duizend euro betalen. Verzekeraars betalen in eerste instantie inschrijfgeld van vele tienduizenden euro’s (afhankelijk van het premie-inkomen) en jaarlijkse kosten die naar verwachting zo’n factor 4 lager zullen liggen. Naast deze eenmalige en/of doorlopende fee zijn er natuurlijk nog de eigen interne ICT-kosten om aan als aanbieder aan te sluiten op de Mijn-omgeving.

Verwachting en advies
De geldstromen zijn enorm en de daarmee te realiseren functionaliteit is erg beperkt. Het gebruik zal tegenvallen, omdat de consument te weinig krijgt maar daarvoor al veel te veel moeite moet doen. Mijnverzekeringenopeenrij.nl krijgt daarmee het karakter van een project als voorbeeld van bezigheidstherapie en het binnenshuis rondpompen van premie euro’s ter meerdere eer en glorie van de branche zelf. Als adviseur zou ik wel snel gaan samenwerken met een serviceprovider/gevolmachtigde die zich niet gaat aansluiten bij Mijnverzekeringenopeenrij.nl en direct mijn portefeuille binnen de fabrieken van verzekeraars oversluiten. Tenslotte staat bij hen de klant wel dagelijks centraal.

Eerste publicatie door am:web

Amsterdam, 27 juni 2016

Big data, Big Bang!

Ik weet het niet, maar mij bekruipt het gevoel dat de adoratie van het Big data denken door verzekeraar wel eens het begin van het einde kan betekenen. Het zijn tenslotte juist de verzekeraars die – zeker sinds het einde van de 80er jaren – als één van de eerste partijen beschikte over veel, heel veel data. Over het bezit van een huishouding, de samenstelling van een huishouding, het reisgedrag van een huishouding, de gezondheid van de gezinsleden en het inkomen. Plotseling lijken zij nu het ei van Columbus gevonden te hebben en roeptoeteren in het verbondskoor dat Big Data krachtige gereedschappen zijn voor verzekeraars. Waarschijnlijk hoor je er niet bij als je niet op de vrijdagmiddagbigdatainnovatieborrel aanwezig bent (en was je gewoon aan het werk geweest om je toegevoegde waarde naar je klanten te bewijzen).

Meer selecteren
Het geautomatiseerd ontsluiten van de van oudsher aanwezige data in het verzekeringsbedrijf heeft nu al geresulteerd in een vergaande premiedifferentiatie en een risicoselectiemodel. Niet te vergeten de vele budgetvarianten van verzekeringen met allerlei verborgen gebreken en schadesturing naar de hersteller met de meest uitgeknepen prijs. Met nog meer data kan je nog meer selecteren.

Uiteindelijk zullen er daardoor risico’s overblijven die feitelijk economisch onverzekerbaar zijn. Zoals de nieuwe Vespa scooter waarvoor de Cascopremie in Amsterdam bij een bepaalde verzekeraar zelfs boven de nieuwprijs ligt (maar de verzekeraar met droge ogen wel een offerte durft toe te sturen)! Natuurlijk, het Verbond roept dat er altijd wel een partij is die dit soort risico’s wil verzekeren, maar tegen welke prijs? Verzekeren is gebaseerd op het solidariteitsbeginsel en een vergaande premiedifferentiatie en risicoselectie tasten het bestaansrecht aan. In de Zorgverzekeringswet is risicoselectie nu al niet toegestaan. Betekent dit dat wij straks voor alle verzekeringen toegroeien naar een basisverzekering? Zo ja, dan is het een kleine stap om de dure verzekeringsfabrieken op te heffen en de uitvoering onder te brengen in een staatsbedrijf. Persoonlijk word ik wel een beetje verdrietig van het gegeven dat de verzekeraars zich zelf in de gaten moeten gaan houden via een jaarlijkse ‘Solidariteitsmonitor’.

Niveau
Maar nog veel meer zorgen maak ik mij over het niveau van de actuariële (kern)competentie bij verzekeraars: het voorspellen van de kans op schade, waarop de premie wordt afgestemd. Verzekeraars beschikken nu al over een grote hoeveelheid data aan de hand waarvan premiemodellen zijn gebouwd. Regelmatig (zo niet dagelijks) blijkt in de praktijk dat de werkelijke uitkomst afwijkt van de voorspelde uitkomst. Door het gebruik van big data neemt het aantal variabelen in de risicoberekening exponentieel toe. Alle variabelen worden berekend aan de hand van data uit het (recente) verleden, die – zoals verzekeraars zelf wel heel erg duidelijk hebben gemaakt – geen garanties bieden voor de toekomst.

Verzekeraars moeten ook nog leren omgaan met fuzzy logics, waarbij het ene (risico)hokje net een beetje anders is dan het andere (risico)hokje. De financiële gevolgen van een kleine marge in de voorspellingen voor de variabelen zijn niet te overzien. Natuurlijk staat de uitkomst van 1 x 1 x 1 x 1 vast, maar wat als er een kleine afwijking van 1% optreedt? De uitkomst van 1,01 x 1,01 x etc. is bij slecht 100 risicovariabelen 2,7 , een afwijking van ruim meer dan 100%.

Privacy
En o ja, dan hebben we nog het aspect van de privacy waarover de Autoriteit Persoonsgegevens en Bits of Freedom zich hebben uitgesproken. De tijdperken van Trust me en Tell me zijn voorbij. Verzekeraars leven in een wereld die eist: Show me. Lastig als dan de small data index van het Consumentenvertrouwen in verzekeraars nog maar op een stand staat van -9.

Draagt big data bij aan het beperken van het risico voor verzekeraars of vergroot big data juist het risico? Het risico op substitutie door een basisverzekering, disruptieve verliezen en een opnieuw afnemend consumentenvertrouwen?

Eerste publicatie door am:web

Amsterdam, 22 april 2016